Revolutie in de zorg

Nieuws | de redactie
29 juni 2011 | Voor het jubileumboek ‘25 jaar Hogeschool Leiden’ nam Marleen Barth, voorzitter GGZ-Nederland, ruim de tijd om met ScienceGuide een kwart eeuw ontwikkelingen in de zorg door te nemen. Kennisvermeerdering, nieuwe technologieën en partnerschappen hebben tot diverse paradigmawisselingen geleid. “De zorg is de meest boeiende wereld om als hbo’er in te gaan werken.”

Toen Hogeschool Leiden in 1986 werd opgericht studeerde MarleenBarth nog politicologie aan de UvA. In dat jaar werd ze ook lid vande Pvda, de partij die ze later in de Tweede Kamer zouvertegenwoordigen en waar ze huidig Eerste Kamerlid voor is. Ook iszij de leidinggevende van GGZ Nederland, de branchevereniging vande geestelijke gezondheidzorg. Ze houdt zich onder andere bezig metnieuwe ontwikkelingen binnen de hulpverlening en nieuwetechnologieën die daarbij gebruikt worden. Een ander onderwerp datzij van belang vindt is de opleiding van nieuwe hulpverleners. HogeschoolLeiden maakt volgens Barth een belangrijke combinatie tussennieuwe ontwikkelingen en hun zorgopleiding door samen te werken metandere instellingen.

Het gaat zó hard

Barth: “Ik ben met mijn man in Londen naar de speel?lm TheKing’s Speech (over de stotterende koning George VI, red.) gegaanen keek mijn ogen uit. Vier generaties geleden werden kinderen zoopgevoed en niet zomaar kinderen, maar koningskinderen. Nu zoudenwe daar meteen Jeugdzorg op af sturen. De geestelijke terreur, dekille mishandeling van zo’n jongetje rond 1900. Dat was gewoon inde hoogste kringen. Andere kinderen kregen nauwelijks eenschoolopleiding, maar moesten vroeg de fabriek in of het land op.In onze tijd mag ‘de pedagogische tik’ zelfs niet meer. We hebbeneen revolutie ondergaan die we ons nauwelijks bewust zijn in deomgang met elkaar, met mensen met problemen en in de wijze vanopvoeden. Het is lastig iets te vinden dat interessanter is of eengrotere dynamiek heeft. Wat dat betreft is de zorg de meestboeiende wereld om als hbo’er in te gaan werken. “

De mensen in de praktijk van de GGZ zijn dagelijks getuige vande paradigmawisseling die deze wereld ondergaat. Die omslag daagtiedereen uit, ook de hogescholen die voor de professionals zorgenzonder wie de sector niet kan, vertelt Barth. “Gisteren zat ik nogbij een gesprek over de snelheid van die verandering. Dekennisvermeerdering gaat zó hard bij ons. Iedereen zit daarmiddenin, we geven ook allemaal toe dat we soms moeite hebben hettempo bij te houden. Bestuurders, medici, medewerkers, politici enikzelf ook.”

Nieuwe mogelijkheden

“We kunnen nu veel meer doen. We kunnen meer mensen beter makenen de kwaliteit van leven van mensen met chronische aandoeningenhoger houden. De kennis waarmee we nu werken is revolutionairtoegenomen. De technologische doorbraken spelen juist in de GGZ eenbijzondere rol. Dankzij MRI’s bijvoorbeeld kunnen we het brein vanmensen tijdens hun leven onderzoeken. Genetisch onderzoek zorgtvoor nieuwe inzichten en raadsels bij ziektebeelden alsschizofrenie. We leren te kijken naar biochemische- enomgevingsfactoren tegelijk. Het brein is geen statisch ding maareen ongeloo?ijk complex orgaan. Een menselijk orgaan waarin, netals in andere organen, van alles mis kan gaan. Dagelijks groeitonze kennis daarover. Over de risico’s die ons brein loopt, overpreventie en mogelijke oplossingen voor als het mis gaat.”

Leren van elkaars fouten

Barth vindt het goed dat Hogeschool Leiden zich pro?leert opcomplexe zorg en zorg die gericht is op de jeugd. Daarbij wordtaandacht besteed aan technologische ontwikkeling door samen tewerken met partners van het Leiden University Medical Centre en BioScience Park. “Ons werk in de GGZ is zoveel breder geworden, datinterdisciplinariteit nu essentieel is voor de kennisvermeerderingen de doorbraken daarin. Psychiaters, biomedici, psychologen,verpleegkundigen, technologen, sociaal werkers, allemaal zijn weaan elkaar verbonden en kunnen we elkaar versterken in ons werk. Wemoeten dus vooral niet in de loopgraven van de professies gaanzitten, maar elkaar al opzoeken in de opleidingsfase. We moetenleren van elkaars fouten, om maar eens een gevoelig punt tebenoemen!”

De innovatie in de zorg kan die open houding alleen maarbevorderen, vindt Barth. “Experts daarin werken steeds meerinterdisciplinair en bundelen wereldwijd nieuwe kennis, onder meervia internet. Je kunt nu in real time experts bijeenbrengen op deplek waar zij behandelingen doen of onderzoek plegen. Zo kunnen zijervaring en inzicht uitwisselen. Het multipliere?ect voor depraktijk wordt steeds sterker.”

Ernst, nuchterheid en compassie

De GGZ is geen wereld waar het er rustig aan toe gaat. Deomstandigheden waarin men moet werken zijn soms ernstig. “Tachtigprocent van de mensen in de gevangenis heeft een psychischestoornis of een verstandelijke handicap Vaak in combinatie met eenverslaving, soms meerdere verslavingen naast elkaar. Injeugdinrichtingen zijn de feiten niet veel anders. Dat zijnallemaal situaties waarin onze mensen met hun kennis via preventieen interventie verbeteringen kunnen realiseren.”

“Je moet hier naar leren kijken met een mengeling vannuchterheid en compassie. Dat moet ondanks de paradigmawisselingvoorop blijven staan. We hebben te maken met mensen die ziek zijn.Die zullen we blijven houden, daar doen we minder moeilijk over.Het is niet meer zo dat we stellen dat ‘eigenlijk iedereen ziek is’of dat de instituties ziek zijn. Daarmee wek je de suggestie dat jemensen die lijden niet serieus neemt. Neem ze serieus, neem ook hunziekten serieus.”

Kostenbesparing

De actuele kennis over zaken als autisme, erfelijkheid vanhandicaps, complexe ziektebeelden en verslavingsvormen zet dezedisciplines behoorlijk op hun kop. “De laatste vijf à tien jaarleren we pas wat autisme betekent als blijvend verschijnsel na depuberteit, hetzelfde geldt voor ADHD.”

“Als we mensen in hun kindertijd goed weten te behandelen enhelpen bij hun opvoeding, dan  hebben we als samenleving eenpreventietraject. Dat kan veel humanere levensomstandighedencreëren én de gemeenschap hoge kosten besparen. Die aandacht enpreventie kost echt veel minder dan de e?ecten van ontsporing vanmensen gedurende hun leven. De samenleving wordt veel narigheid,schade en kosten bespaard als mensen met nuchterheid en compassiebenaderd en geholpen worden. Een mens met een handicap of eenprobleemgezin een informatiefolder in de handen drukken waaruit zekunnen opmaken wat ze moeten doen, dat werkt echt niet.”

Weerbaarheid versterken

De GGZ heeft te maken met allerlei ‘maatschappelijkerealiteiten’. “Daar kun je maar beter niet omheen draaien. Complexeziektebeelden van mensen, soms zelfs gezinnen waar geweld enontsporingen cumuleren.” Dat vergt veel, van de omgeving, desamenleving en van de mensen in de GGZ zelf. Bij de nuchterheidhoort ook een signaal naar hbo-opleidingen als die van HogeschoolLeiden. Barth gaat er even goed voor zitten. “Daar is eenpublicatie als deze ook goed voor, het is een stuk om met elkaar dediepte in te gaan over de toekomst van de opleidingen.”

“De weerbaarheid in onze sector verdient een plek in allecurricula en in de voorbereiding op de beroepspraktijk. Jongemensen haken soms af in de jeugdzorg, omdat zij niet zijnvoorbereid op zorgverlening in een gedwongen setting. Of omdat zein het werk worden overdonderd door de kloof die er is tussen depakweg vijfentachtig procent die in ons land zeer goed gaat en devijftien procent die niet goed meekomt. Binnen die vijftien procentontreddert of ontspoort drie procent. Juist doordat het met demeesten, zeker met jongeren, heel goed gaat, wordt die kloof alleenmaar groter. De hoger opgeleide jongeren in ons land hebben vaakgeen idee hoe het is om te leven als, of tussen, die vijftienprocent. Laat staan binnen de drie procent van de gezinnen waarverwaarlozing, misbruik en mishandeling aan de orde van de dagzijn.

Boeiende loopbaan

“Dat de kloof groot is geworden in de voorbije decennia, dathebben we nog niet expliciet benoemd tegenover elkaar. Het gesprekdaarover zullen we met elkaar moeten aangaan: professies,opleidingen, de medewerkers in de beroepspraktijk en lectoraten. Zokunnen we de weerbaarheid van mensen en hun loopbaanontwikkelingeneen impuls geven. Iedereen in de GGZ heeft daar belang bij.”

De GGZ wordt door de vergrijzing in de samenleving en de eigensector extra aangespoord tot innovatief werken en aandacht voor deopleiding van goede mensen. “We moeten de zorginnovaties doen metde mensen die we nu hebben. De loopbaan wordt zo zeer dynamisch,zeker vergeleken met de ontwikkeling in andere sectoren, en dat isvoor jonge medewerkers geweldig boeiend. Bovendien is de impact vanons werk maatschappelijk zo bijzonder, dat trekt mensen met eendrive.”

Dit interview verscheen eerder in ’25 jaar perspectief’, hetjubileum van Hogeschool Leiden. Voor meer info over dit boek en hetjubileum zie hier.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«