Het is erop of eronder als kennisnatie

Nieuws | de redactie
31 augustus 2011 | Jaap de Hoop Scheffer opent morgen via YouTube het academisch jaar van de wereldwijde studenten uit Nederland van NEWS. “Ik heb enige zorgen. Voor ons land als kennisnatie is het de komende jaren erop of eronder,” stelt de hoogleraar in Leiden.

Een belangrijk motief voor zijn bijzondere band met het hogeronderwijs en de kennissector ligt in De Hoop Scheffers belevenissenals secretaris-generaal van de NATO, zo vertelde hij ScienceGuidein het kader van het recente 25-jarig jubileum van de Hogeschool Leiden. “Deel zijnvan een gemeenschap van vrije landen is iets unieks. Dat heb ikgeleerd in mijn tijd bij de NAVO. Wij gingen toen van negentiennaar achtentwintig leden, met nieuwe landen die gebieden kendenwaar niemand ooit had durven dromen dat zij deel zouden kunnenworden van een vrije, democratische gemeenschap van volken.”

Tranen over de wangen

“Ik heb onderschat wat dit betekent, voor hen én voor ons. Toenbij de o?ciële toetreding de vlag omhoog ging van die serie nieuweleden, kon ik zien dat bij alle daar aanwezige premiers enministers uit die staten de tranen over de wangen liepen. Voor onsis het zo normaal, lijkt het, deel uit te maken van een vrijesamenleving, waarin je vrij kunt communiceren en leren enonderzoeken. Maar voor hen sprak dat volstrekt niet vanzelf. Vrijonderwijs, academische vrijheid, dat zijn unieke zaken.”

In zijn persoonlijke voorgeschiedenis heeft het hoger onderwijsnog een andere pek verworven. Als jong Kamerlid werd hijbestuurslid van de Hogeschool Leiden in de fase van de grotefusiebewegingen in het HBO. Een ineens weer hoogst actueel thema,zo viel hem op. “In 1986 werd ik Kamerlid. Daarvoor kwam ik vanuitde Buitenlandse Dienst als particulier secretaris van de ministervan Buitenlandse Zaken terug naar Den Haag. Een onderwijsspecialistwas ik dus echt niet. Dat maakte het juist zo interessant!”

“Ik kon in vergaderingen vragen stellen die misschien dom lekenvoor de kenners, maar die vervolgens helemaal zo gek nog nietbleken te zijn. Die blik van buiten in het bestuur was heel zinvolvoor de binnenwereld van de hogeschool. Het was voor mij eeneyeopener en, zo merkten we, ook voor de onderwijzers van dehogeschool.”

Plons in de vijver

De periode van De Hoop Sche?ers bestuurswerk was zeer dynamisch,vertelt hij. “Het was een tijd die je het best kan omschrijven alseen plons in de vijver. Het hbo stond voor een vork in de weg. Hetde?nitieve antwoord op de vraag waar naartoe, hoe de hogescholenzich zouden ontwikkelen, was nog niet gegeven. Vragen naar deverdere groei, naar de toekomstige schaal en dergelijke speeldenvolop. Het was de periode voordat het hbo status kreeg alsvolwaardig deel van het hoger onderwijs.”

“En voordat de neiging bestond om het hbo op het wo te willendoen lijken. Daar ben ik nogal kritisch over omdat dit mijn werkvan nu direct raakt. Als hoogleraar zie ik dat een universiteitgeen hogeschool is en omgekeerd. Ze moeten niet op elkaar willenlijken. Ik merk op de universiteit dat het hbo een wezenlijke plusheeft. Dat is de voortdurende verbinding met de praktijk. Al hetcognitieve, de theorie is noodzakelijk in het wo. Net zo goed inhet hbo trouwens, maar juist het hbo moet mensen opleiden diedaarnaast ook weten hoe de dingen werken. Zulke mensen heeft eenkennissamenleving heel erg nodig. Het hbo is hoger onderwijs,zeker. Maar die b is wezenlijk!”

Wij moeten alert zijn

Voor de toekomst van Nederland en dus ook voor die van destudenten van nu en zeker die van NEWS trekt De Hoop Sche?er enkele scherpe lessen. “Ik heb enige zorgen. Voor ons land als kennisnatieis het de komende jaren erop of eronder. Als ik elders in de wereldzie hoeveel focus men legt op onderwijs, op kennis, op onderzoek,dan moeten wij zeer alert zijn. Die focus ligt op kennis in bredezin, dus ook op onderwijsvormen als het praktijkgerichte,professionele onderwijs dat wij in het hbo kennen.”

“Ik kijk daarbij niet alleen maar naar China. India is zeker zosterk bezig op dit terrein en ook de VS kun je hier nooitwegvlakken. Wij moeten echt ons best doen om niet binnen vijf tottien jaar het contact met de kopgroep van de kennislanden kwijt teraken. Dat is niet alleen een ?nancieel punt, hoe belangrijkinvesteringen ook zijn op dit terrein. Het is ook eenmentaliteitsverhaal. Een kennisnatie zijn is alles behalvevanzelfsprekend. Dat vereist een enorme inzet van iedereen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«