Bestrijden, maar niet dezelfde worden

Nieuws | de redactie
9 september 2011 | Douwe Breimer, voormalig rector en voorzitter Universiteit Leiden, vertelt over zijn 9/11. “Er kwam ons een fietser achterna die ons herkende, afstapte en zei: ‘Weten jullie wel dat er in Amerika grote terroristische aanslagen worden gepleegd en dat het World Trade Center in brand staat?’”

Tegen het einde van de middag van 11 september 2001 liep ik inGroningen van de Antonius Deusinghlaan richting Grote Markt samenmet Doeko Bosscher, de toenmalige rector magnificus van deRijksuniversiteit Groningen. Er kwam ons een fietser achterna dieons herkende, afstapte en zei “Weten jullie wel dat er in Amerikagrote terroristische aanslagen worden gepleegd en dat het WorldTrade Center in brand staat?”

Wij reageerden met ongeloof, versnelden onze pas naar hetrestaurant waar wij een hapje zouden eten alvorens ik de terugreisnaar Leiden zou aanvaarden. In het restaurant wist men onsnauwelijks meer te vertellen dan dat het waar was wat de fietserons had gemeld, wij hebben heel snel gegeten – er kwamen ook nietmeer gasten – en ik spoedde mij naar het station voor de in mijnbeleving zo ongeveer langste treinreis van mijn leven. Ik had geenmobiele telefoon bij mij en de perrons en treinen bleven tot Leidenspookachtig leeg…

Pas zo’n 4 uur later thuis gearriveerd zag ik mijn eerstebeelden op de televisie en ik heb er de halve nacht voor gezeten.Als toenmalig rector magnificus van de Universiteit Leiden heb ikde volgende ochtend vroeg op het Rapenburg een soort crisisberaadbelegd om aandacht te geven en opvang te verzorgen voor onzestudenten uit de Verenigde Staten. Die hadden elkaar al grotendeelsgevonden, maar stelden het medeleven vanuit de universiteit wel ergop prijs.

Bovenstaande zijn mijn feitelijke herinneringen van die eerste24 uur. Wat ik mij van de week daarop vooral herinner zijn deeindeloze herhalingen van de gebeurtenissen van die eerste dag,maar ook de krachtige taal waarin president Bush vergeldingaankondigde en de zogenoemde schurkenstaten zo ongeveer de oorlogverklaarde. En in dat verband is er mij een zinsnede uit het gebedbijgebleven van de kardinaal die de memorial service leidde in degrote kathedraal van Washington: “Oh Lord, let us pray that infighting the enemy we will not become the enemy….”  Aan ditgebed heb ik in latere jaren vaak terug moeten denken.

Hebben de gebeurtenissen op die elfde september 2011 invloedgehad om mijn verdere denken en doen? Ik denk indirect van wel,vooral als het gaat om mijn motivering nog veel meer aandacht tebesteden aan de internationalisering van de universiteit. Studentenen ook stafleden van over heel de wereld naar Leiden halen om eeninternationaler omgeving te scheppen. Interacties tussenverschillende culturen inclusief de Nederlandse te organiseren alseen verrijkende ervaring om echte “world citizens” te worden. Datalles in de veronderstelling dat mensen met een universitaireopleiding in welke omgeving op de wereld dan ook, leidende positiesgaan bekleden en door meer begrip voor verschillende culturenminder snel geneigd zullen zijn te polariseren en grenzen op tetrekken in plaats van die te slechten.

Ik was lid van het eerste Innovatie Platform (IP) onder leidingvan toenmalig minister president Jan Peter Balkenende. En toen wijin september 2003 voor het eerst bij elkaar kwamen in de Trêveszaalvroeg hij aan ieder lid zijn of haar allerhoogste prioriteit tenoemen voor het bewerkstelligen van meer innovatie in Nederland. Ikzei toen: “De grenzen openen voor studenten en kenniswerkers uithet buitenland, dus ons staande beleid van nee tenzijombuigen in ja mits….” Dat is één van de eerste concreteacties van dat eerste IP geworden.

In latere jaren heb ik ook regelmatig geciteerd uit het boek vanRichard Florida “The Flight of the Creative Class” (2005),waarin hij de analyse maakt dat sinds 9/11 de creatieve klasse alskunstenaars en wetenschappers niet meer vanzelfsprekend naarAmerika komt. Die beweegt zich veel bewuster schrijft hij naaraantrekkelijke, liberaal denkende, omgevingen, zoals Australië enNieuw-Zeeland dat vooral ruimtelijk en maatschappelijk gezienzijn.

Hij noemt ook expliciet Denemarken en Nederland als van oudsherlanden met een tolerant en rijk cultureel en wetenschappelijkklimaat, inspirerende ontmoetingsplaatsen, waarin eenmulticulturele samenleving kan gedijen en zich verder kanontwikkelen. Ik hoop van harte dat hij gelijk zal krijgen!


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK