Universitaire fusie kan, per geval

Nieuws | de redactie
27 september 2011 | Halbe Zijlstra is van plan de WHW te wijzigen, “waar deze een belemmering [vormt] voor de ambities van de Strategische Agenda… en daartoe voorstellen te doen.” Ook als fusie echt noodzakelijk blijkt. Kleinschaligheid noch regio zijn doelen van beleid bij een fusietoetsing.

In antwoord op vragen van SP-woordvoerder Jasper van Dijk zet destaatssecretaris uiteen hoe zijn visie op fusie is.  “Voor eenbestuurlijke en/of institutionele fusie van openbare universiteitenis inderdaad wetswijziging nodig. Ik wil daarover in het algemeenhet volgende zeggen: het is mijn voornemen om wet- en regelgeving,waar deze een belemmering vormen voor de ambities van deStrategische Agenda, zoveel mogelijk aan te passen en daartoevoorstellen te doen.”

Voldoende ruimte

Hij wil dit echter specifiek en “per geval bezien.” Zijnredenering hierbij klinkt als volgt: “Indien de plannen van twee ofmeer universiteiten gericht op intensieve samenwerking enprofilering als bedoeld in de Strategische Agenda gebaat zijn bijeen daadwerkelijke instellingsfusie, dan zal ik per geval bezien ofwetswijziging om een fusie mogelijk te maken geboden is, maar eerstnadat is gebleken dat een fusie een meerwaarde heeft in termen vankwaliteit die niet bereikt kan worden met bestaande wettelijkesamenwerkingsvormen.”

“Aan een fusie zullen strikte voorwaarden worden gesteld tenaanzien van de zorgvuldigheid van het fusieproces, het draagvlakonder interne en externe belanghebbenden, beperking van overhead enchecks & balances waar het gaat om governance enkwaliteitsborging.”

Of een dergelijke wetswijziging nodig zal blijken, wil debewindsman niet nu al voorspellen. Hij beziet dat nog zeerafstandelijk, zo blijkt, want “vooralsnog ga ik ervan uit dat dehuidige wettelijke kaders voldoende ruimte bieden voor samenwerkingtussen universiteiten; ik denk daarbij vooral aan de instelling vansamenwerkingsinstituten ex artikel 8.1 WHW.”

Geen vrees voor WO-schaalvergroting

Voor de kritische geesten onder de studentenorganisaties endocenten heeft Zijlstra een belangrijke feitelijke erkenning. “Bijde beoordeling van een fusie is – zoals ook geldt bij anderefusiebesluiten – de instemming van de medezeggenschap vanbelang.”  Een toetsing door de minister van een fusievoornemenis pas “aan de orde wanneer er sprake is van een daadwerkelijkefusie, die dan ook wettelijk mogelijk gemaakt moet zijn.”

Zijlstra wijst er fijntjes op, dat zo’n toetsing zich niet zalrichten op de nu vaak naar voren gebrachte bezwaren enargumentaties contra fusies in het WO en HBO: “het waarborgen vankleinschaligheid [is] niet het doel van de fusietoetswetgeving en’regio’ [is] geen wettelijk gehanteerd begrip in hetwetenschappelijk onderwijs en onderzoek.”  

Dit leidt hem tot de conclusie dat “van een ongebreideldeschaalvergroting in het wetenschappelijk onderwijs geen sprake[zal] zijn, omdat een fusie per geval eerst wettelijk mogelijk moetworden gemaakt en bovendien aan een fusietoets onderworpen zalworden.” En hij voegt daar aan toe: “Overigens zijn ook groteinstellingen in staat om het onderwijs kleinschalig teorganiseren.” 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK