Zure dingen lossen niets op

Nieuws | de redactie
29 september 2011 | Wat moet de Caribische student in Nederland op haar en zijn netvlies hebben? Rubina Boasman (CAOP) en Tweede Kamer HO-specialiste Tanja Jadnanansing in dialoog over kansen en zorgen. "Internationaal opererende bedrijven hebben vaak ook hun eigen multiculturele agenda."

Honderden jonge bewoners van de aan Nederland verbondenCaribische eilanden Curaçao, Aruba, Saba, Bonaire, St. Eustatius enSt. Maarten kiezen jaarlijks voor een studie in het hoger onderwijsin ons land. Deze zomer toonde het NOS Journaal beelden van deaankomst van een aantal studenten. Een delegatie van de regeringuit St. Maarten is meegevlogen.

Rhonda Arrindell, de nieuwe minister van Onderwijs op SintMaarten heeft zelf gestudeerd in de Verenigde Staten en snapt wathet de kersverse studenten kost om overzee met een studie tebeginnen. Zij heeft onderwijsinstellingen in Amsterdam en Den Haagbezocht om te kijken hoe de aansluiting is tussen het gevolgdeonderwijs en de nieuwe studies van ‘haar’ studenten.

‘Een goed initiatief want de aansluiting van het onderwijs daarop hier moet beter’ vindt Rubina Boasman. Als seniorbeleidsadviseur Diversiteit van het CAOP gaf zij tijdens het bezoekeen presentatie over de hobbels die studenten van de eilanden enonderwijsinstellingen moeten nemen om te zorgen dat zij met succeshun studies afmaken en kunnen excelleren.

Hoe kijken zij en Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing tegende thema’s ‘diversiteit’ en ‘excelleren’ in het onderwijs aan? Hundialoog hierover over de inzet voor goed en excellent onderwijsvoor alle studenten, ongeacht afkomst, leest u hier.

Andere competenties

Traditioneel gaan veel jongeren van de Caribische eilandenstuderen op het Nederlandse vasteland. Hier worden in het onderwijsandere competenties van ze verwacht dan thuis waar het veelalklassikale onderwijs zich hoofdzakelijk richt op het reproducerenvan theorie. Ook is er weinig aandacht voor leren debatteren enmeningsvorming. Vaardigheden die nodig zijn bij het presenteren vanbijvoorbeeld werkstukken en het deelnemen aan werkgroepen.

Het onderwijssysteem op de ook wel Engelstalige eilanden werktook taalachterstanden in de hand. Kinderen krijgen veelal les vanleraren uit Nederland die het Engels onvoldoende machtig zijn. Ookleren ze uit Nederlandse lesboeken of zitten ze op Engelstaligescholen waar het Nederlands een bijvak is.

Rubina Boasman: ‘Als de studenten goed mee willen draaien in hethoger onderwijs, moeten ze snel veel inhalen.’ Ze hebben nog eenbeperkter wereldbeeld en minder affiniteit met politiek. Ook lerenze weinig over (internationale) kunst en cultuur. ‘Het is voor henmoeilijker om de juiste studiekeuze te maken omdat zij nietdeelnemen aan onze voorlichtingsdagen en de studiekeuzebegeleidingin hun eigen voortgezet onderwijs beperkt is. Het gevolg is dat zijrelatief vaak switchen en de kans op uitval groter is. Wie stoptmet zijn studie, zoekt vaak hier een baan en gaat niet meerterug.’

Zesjescultuur

De eilanden hebben een grote behoefte aan hoogopgeleideprofessionals en willen hoogwaardige werkgelegenheid voor de eigenlandskinderen stimuleren. Daarom is het belangrijk dat hetonderwijs beter gaat aansluiten op de eisen die het hoger onderwijsin Nederland stelt.

Leerlingen moeten andere vaardigheden leren en zich vooral betervoorbereiden op wat hen te wachten staat. Zodat meer eilandersafstuderen en, liefst na in Nederland een paar jaar werkervaring tehebben opgedaan, terugkeren naar een hooggekwalificeerde baanthuis. De overheden daar ontwikkelen zich tot professionelereorganisaties die klantgericht, transparant, efficiënt en effectiefwillen functioneren. Dat vergt voldoende professionele, ervaren engoed opgeleide mensen.

Het Nederlandse hoger onderwijs zelf staat nog niet alom in hetteken van excellentie en inhaken op diversiteit. In lijn met deberuchte zesjescultuur zijn Nederlandse studenten, vergeleken metdie in andere landen, minder gewend het onderste uit de kan tehalen. Vooral tegen India, China en Zuid-Afrika, steekt Nederlandmager af.

Dat dit moet veranderen, daar krijgt Nederland sterker mee temaken, nu de EU meer invloed wil uitoefenen op de inrichting vanhet hoger onderwijs, voorspelt Rubina Boasman. ‘Over Nederlandsestudenten wordt vaak gezegd dat ze goed zijn in de praktischetoepassing van hun kennis, maar dat het hen ontbreekt aan voldoendeparate theoretische kennis. Terwijl je die kennis ook nodig hebt inhet bedrijfsleven. Internationaal opererende bedrijven hebben vaakook hun eigen multiculturele agenda. Daar moet je als werknemer opeen zakelijke manier mee kunnen omgaan. Dus als student moet je alleren in zo’n diverse omgeving te werken.’

Top vijf kenniseconomieën

Volgens Tanja Jadnanansing, woordvoerder hoger onderwijs voor dePvdA in de Tweede Kamer, moet Nederland nodig investeren in hethoger onderwijs. ‘Uiteindelijk heeft de Kamer, ten tijde van hetvorige kabinet, de motie-Hamer aangenomen. Dat betekent datNederland in de top 5 van kenniseconomieën wil staan. 150 stemmenvoor, nul tegen. Maar een investeringsagenda is er niet. Om tevoorkomen dat de motie een wassen neus wordt, hebben Mariëtte Hamer(partijgenoot en ook Tweede Kamerlid) en ik een bijeenkomstgeorganiseerd met alle stakeholders in het veld. We gaan dat vakerdoen. Zo proberen we er toch werk van te maken.’

Rubina Boasman: ‘In Nederland zie je de trend dat de samenlevingde diversiteit vooral zelf verder vorm moet geven. De afgelopenjaren hebben de hogescholen veel energie geïnvesteerd in studentenmet een andere achtergrond. Dat heeft de instroom vaneerstegeneratiestudenten bevorderd, maar het percentage uitvallersis nog erg groot.’

‘Tot de eerstegeneratiestudenten behoren overigens allestudenten die als eerste uit hun familie of omgeving zijn gaanstuderen. Dat kunnen dus ook Drenten met blond haar en blauwe ogenzijn. Deze studenten beschikken veelal niet over hetzelfde netwerkals studenten uit families met een academische traditie. Zij hebbenbehoefte aan een vorm van onderwijs en studiebegeleiding die helpende verschillen tussen de thuiscultuur en opleidingscultuur teoverbruggen.’

Langstudeerdersboete

Volgens Tanja Jadnanansing gaan er al heel veel dingen erg goedmet biculturele studenten. Jadnanansing is een positief ingesteldmens. Over de plannen van staatssecretaris Halbe Zijlstra om destudieduur verder te beperken, zegt ze: ‘Eigenlijk zijn die plannenop zichzelf niet zo slecht, maar als je het hoger onderwijs wiltverbeteren, zoals dit kabinet zegt, moet je er wel in investeren.Zonder geld gaat het niet.’

‘Wat ik wel waanzinnig stom vind is de langstudeerdersboete. Jemoet studenten de gelegenheid bieden om af te studeren. Vooralstudenten die toch al in de hoek zitten waar de klappen vallen.Deze maatregel pakt bijzonder slecht uit voor deeltijdstudenten,omdat ze evenveel studiejaren krijgen als voltijdstudenten. Dat isdus niet realistisch.’

‘Bovendien hoor je nu al dat studentenverenigingen geenbestuurders meer kunnen vinden. Die boete zal dat alleen nogverergeren. Terwijl werkgevers juist heel erg veel waarderinghebben voor bestuurlijke ervaring, zullen studenten uit angst voorde boete steeds minder geneigd zijn andere ervaringen naast hunstudie op te doen. Dat botst dus.’

Kenniskapitaal

Om het hoger onderwijs verder te verbeteren, komt Jadnanansingmet een eigen agenda. ‘De plannen van Zijlstra gaan over cijfers,tempo en financiën. Maar het kapitaal dat studentenvertegenwoordigen, kun je niet uitdrukken in euro’s. Het iskenniskapitaal. We kunnen wel heel zuur alleen het beeld oproepenvan arrogante studenten met een biertje in de hand, maar zuredingen lossen niets op in het debat. Ik ben een idealist en ikricht me liever op wat er gebeurt wanneer we studenten en docentenhun talenten laten inzetten.’

Ze vindt ook dat er weer een leenstelsel moet komen voorstudenten. ‘En in plaats van afgeven op studenten die weinigpresteren, moet je ook kijken naar de vele studenten die wel hardwerken. Om het gesprek met studenten aan te gaan, organiseer ikregelmatig ‘pizzasessies’. Dan ervaar je dat er ook een andere kantis, die van de grote ambitie en motivatie.’

‘De kant van de studenten en docenten wordt onvoldoende belicht.Tijdens werkbezoeken bespeur ik onder hen veel gedrevenheid. Kijkmaar naar ‘de Student 2.0’ op YouTube, met een knipoognaar Zijlstra.

Meer informatie: Rubina Boasman via r.boasman@caop.nl. Of kijk op http://www.caop.nl/en http://www.onderwijsarbeidsmarkt.nl/.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK