Nieuwe rollen voor nieuwe humuslaag

Nieuws | de redactie
31 januari 2012 | Bij de beslisingen over het cultuurbeleid en de financiering daarvan kan veel profijt getroken worden van de ervaring in het kunstonderwijs met nieuwe vormen en modellen van de uitvoering van kunst. Lector Anne Nigten (Hanze hogeschool) laat zien hoeveel meer gebeurt en kan.

‘In de komende maanden worden er, door overheden op nationaal,regionaal en stedelijk niveau en commissies besluiten genomen dievan doorslag gevende betekenis zullen zijn voor de kunstsector inNederland. Voor onze beleidsmakers en commissieleden tot eenbesluit komen, draag ik graag twee suggesties aan als aanvulling ophetgeen er al over gezegd en geschreven is.

Mijn eerste suggestie betreft het belang van experimentele kunstals de humuslaag voor vernieuwing in de populaire cultuur. Ik sluithiermee aan op het pleidooi van Joop van den Ende (NRC 23-05-2011),maar deze keer komt de onderbouwing vanuit de experimentele,onderzoekende en innovatieve kunstpraktijk.

Het belang van experimentele kunst 

Geheel in de tijdsgeest van dit moment worden argumenten (vóórof juist tegen) de bezuinigingen meestal onderbouwd aan de hand vaneconomisch rendement en worden er berekeningen gemaakt op basis vanefficiency slagen en haalbaarheidsstudies. Tijdens EurosonicNoorderslag presenteerde Gerard Marlet[i] de uitkomsten van zijn onderzoek naar dewelvaartswaarde van poppodia voor een stad of gemeente. Tijdens een discussie na zijn lezing werd duidelijk dat het effectvan de voorgestelde bezuinigingen op de diversiteit en de kwaliteitvan de programmering niet mee genomen was in de berekeningen.

Kwaliteit en al helemaal kwaliteit in de kunst is lastigmeetbaar, want ze is per definitie persoonlijk, tijdsgevoelig endynamisch. Dit korte debat resoneerde nog door tijdens deboekpresentatie van De Culture Club van de Australische GraigSchuftan[ii] (Nederlandse editie,verzorgd door de Academie van Popcultuur) een dag later. Zoals ikin mijn voorwoord voor dit boek al kort aangeef, biedt de Cultureclub een mooi handvat voor de, noodzakelijke,  aanvulling opde cijfermatige economische argumentatie.

Schuftan laat zien wat het verband is tussen (commercieelgezien) succesvolle popmuziek – denk hierbij aan hitparadewerk – en moderne kunst (begin 20e eeuw) en de daarop volgendepostmoderne kunst met daarin verweven verschillende filosofischestromingen. Om mijn betoog concreet te maken, vat ik hier één vanSchuftan’s voorbeelden samen. Uit de late twintigste eeuwkennen we de succesvolle Techno muziekindustrie, hier wordtKraftwerk gezien worden als de grondlegger. Kraftwerk’s muziek kanherleid worden naar de vroeg-electronische muziek van John Cage ende seriële composities van Karlheinz Stockhausen.

Die laatste combineerde op zijn beurt weer ideeën uit muziekconcrete met, voor die tijd nieuwe, mogelijkheden die degeluidsband bood. Stockhausen reageerde inhoudelijk in zijncomposities op Arnold Schönberg’s twaalftoons opvatting. Zo kantechno muziek herleid worden naar de experimenten van Stockhausenen Schönberg, toch niet de eerste componisten waar je aan denkt bijpopulaire muziek.

Een ander voorbeeld: Tijdens de hoogtijdagen van MTV Europe in1989  bezocht ik een videofestival in Polen waar eenretrospectief met experimentele films uit de jaren 1920 van devorige eeuw vertoond werd, hier zag ik Ballet Mécanique (1924), eenfilm van Fernand Léger met daarbij muziek gecomponeerd door GeorgeAntheil. De time-lapse technieken die Léger gebruikte zien we al inhet werk Eadweard Muybridge en andere kunstenaars maar het was debedoeling dat Ballet Mécanique een muziekfilm werd, als het wareeen voorloper van de muziekvideo.

Qua film technieken werd er met stop motion animatie, slowmotion en abstracte beelden direct op de film (zonder camera)gewerkt het geheel werd in de montage, zo goed als het in degegeven situatie ging, afgestemd op de muziek. Via latereexperimentele film en videokunst ontstaat in de jaren 1980 devideoclip. Vergelijkbare  technieken en ideeën uit BalletMechnique zien we  terug in de video van Sledgehammer vanPeter Gabriel (1986) en rond die zelfde tijd kunnen we ook languitgenieten  in de bioscoop van de  Qatsi trilogymuziekfilms van Godfrey Reggio met muziek van Philip Glass.

Het existentialisme uit de moderne tijd was nu vervangen doorpost-modernisme in al haar traagheid en met een voorkeur vooruitheemse culturen. We maken de cirkel rond met de muziek video vanChris Cunningham voor Björk’s All Is Full of Love (1999) die metzijn robot  weer naar het mens-machine thema verwijst vanBallet Mécanique  en waar de surrealisten, de modernisten, defuturisten , de Russisch constructivisten vol van waren en wat voorKraftwerk de inspiratie vormde voor The Robots. De volgende stapnaar kunst en technologie waar het mens-machine thema weer volop inde belangstelling stond is daarna weer snel gemaakt en brengt onsin de 21e eeuws.

Kortom: Mijn eerste punt is dus dat de populaire cultuur vaakinspiratie haalt uit experimentele, intellectuele (hoge) kunst. Deerkenning van radicale vernieuwing in de kunst is redelijkonvoorspelbaar, het duurt soms heel even, soms een heelmensenleven, dit geldt ook de doorstroom tijd van experimentelekunst naar de populaire cultuur.

Ik pleit er dan ook voor dat dit gegeven meegenomen wordt in deoverwegingen over duurzaam kunstbeleid. Want als bezuinigingen inde kunstsector leiden tot efficiëntieslagen waardoor alleenuitverkochte zalen en grote publiektrekkers geprogrammeerd kunnenworden, dan bestaat de kans dat de  experimentele en’niet-mainstream’ kunst verdrongen wordt. Zonder voorhoede lopen we, op langetermijn, een risico op verschraling van het gehele kunst enpopcultuur aanbod omdat de voedingsbodem voor vernieuwing, ook inde massacultuur, dan ontbreekt.

Daarom pleit ik voor intelligent beleid waarbij plaats ingeruimdwordt voor het experiment en onderzoek in de kunst. Dit hoeft, watmij betreft, niet perse via subsidiestromen, ik zie ook veelmogelijkheden in nieuwe rollen van kunstenaars in de samenleving.De huidige crisis in de kunst en cultuursector biedt een uitgelezenkans om de rol en positie van de hedendaagse kunstenaar teherijken. Hiermee kom ik bij mijn tweede punt.

Kunstenaar ‘3.0’

Hedendaagse kunstenaars werken steeds vaker als maatschappelijkgeoriënteerde onderzoekers, innovators en aanjagers. De geplandebezuinigingen noodzaken ons om deze (nieuwe) rollen eens onder deloep te nemen. In dit tweede punt van mijn betoog leg ik de nadrukop experimentele kunstuitingen buiten het galerie- enmuseumcircuit, omdat deze experimenten in de komendebezuinigingsronde buiten de boot dreigen te vallen. De voorbeeldenkomen uit mijn directe omgeving en dienen als illustratie.

Ik combineer de huidige ontwikkelingen in de kunst encultuursector  met het praktijkgericht onderzoek, dat sindsenkele jaren een belangrijk onderdeel is van de kunstopleidingen.Bij dit praktijkgerichte onderzoek in de kunsten gaat veel aandachtuit naar de aansluiting van de opleidingen naar beroepspraktijk[iii].

Ondertussen studeert de eerste lichting praktijkgerichtekunstenaaronderzoekers nu af aan de opleidingen (HBO en Masters).Ik vermoed alleen dat hun kennis vaak nog niet optimaal benut wordtin de praktijk. Dit wordt gedeeltelijk veroorzaakt omdat dekunstenaaronderzoeker, als fenomeen relatief nieuw is. En nu komtdaar dus  de snel veranderende beroepspraktijk bij.

Beide aspecten roepen vragen op, vooral over de positie en derol van kunst en kunstenaars in onze samenleving in de21e eeuw. In mijn eerste punt heb ik uiteengezet wat,naast het directe culturele belang, het belang is van experimentelekunst voor populaire cultuur en de industrie daaromheen. In dittweede deel van mijn betoog schets  ik een beeld van hethuidige experimentele veld. 

Hier liggen enorm veel kansen voor de aanwas van de humuslaag,er is echter wel afstemming van het onderzoeksprofiel en detoekomstige beroepspraktijk van de creatieve en artistiekeonderzoekers nodig omdat anders veel kennis en ervaring verlorengaat of het experiment niet ‘benut’ wordt. Deze uitdaging ligt nietalleen bij de opleidingen, de Kenniscentra en haar lectoren, hierligt ook een kans voor de overheid, het bedrijfsleven en desamenleving in bredere zin. Waar willen en kunnen deze kunstenaarsingezet worden en waar moeten we aan denken bij praktijkgerichtkunstonderzoek?

Ik leg dit graag uit aan de hand van enkele voorbeelden van dekunstenaarpraktijk 3.0. Die voorbeelden beslaantoepassingsgebieden en rollen, de onderverdeling kan met eenkorreltje zout genomen worden. Ik haal vooral Nederlandsevoorbeelden aan, met de aantekening dat dit een internationaletrend is waarbij vermeldt mag worden dat Nederland niet in devoorhoede opereert.

Allereerst de bekende rol van de min of meer autonome kunstenaarals aanjager van het debat, de criticaster die reageert opmaatschappelijke vraagstukken denk hierbij aan Jonas Staal[iv] die de straatnaamborden inverschillende steden vervangt, hiermee verwijzend naar de sterkveranderde perceptie van de geschiedenis in de stad. Of Tinkebel[v] die met haar provocerende werkdierenmishandeling en andere maatschappelijke issues aan de kaartstelt. In de mediakunst confronteert Jodi[vi] ons met onze conditionering omtrent (online)mediagebruik en verdraait dit duo ‘nuttige’ mediatoepassingen naarautonome softwarekunst. Maar ook internationale media activistischekunstenaars, zoals Alessandro Ludovico en Paolo Cirio (IT) Face toFacebook[vii] die ons confronterenmet onze sociale mediawerkelijkheid en de machtsstructuren van degrote spelers in de wereld van de netwerktechnologie.  

De kunstenaars die via community artals sociale innovators enaanjagers samen met mensen uit de wijk werken en in diehoedanigheid de laatste jaren (weer) veel bijdragen aan cultureleempowerment. Sprekende voorbeelden hiervan komen van Jeanne vanHeeswijk[viii], die kinderen enjongeren in Face Your World hun eigen omgeving laat ontwerpen ofFreehouse, waar kleinschalig creatief ondernemerschap onder debuurtbewoners gerealiseerd wordt rond het Afrikanerplein inRotterdam.

Naast werk in de zogenaamde achterstandswijken biedt decommunity art aanpak ook veel mogelijkheden voor stedelijkevernieuwingsprocessen, waaraan de bewoners actief deelnemen. Vanuitdeze meer toegepaste hoek wordt er ook andersoortig baanbrekendpraktijk gericht onderzoek verricht op het gebied vanmuziektherapie, muziek werkt helend voor ouderen (met dementie)zoals mijn collega’s van het Prins Claus conservatorium aan deHanzehogeschool aantonen in hun ouderen en muziek programma. Ditbiedt nieuwe professionele mogelijkheden voor studenten van hetconservatorium.

We kunnen ook kunst als communicatie vehicle zien als vorm vantoegepaste kunst, hierbij denk ik bijvoorbeeld aan deDesign&Art 4 Genomics prijsvraag, waar kunstenaars door nieuweartistieke toepassingen de nieuwste wetenschappelijkeontwikkelingen promoten of van nieuwe ideeën (of soms van enigcommentaar) voorzien. Een sprekend voorbeeld hiervan is 2.6g 329m/svan Jalila Essaïdi[ix], deprijswinnaar van 2010, zij bedacht een kogelwerende huid alsschuilplaats voor mensen in oorlogsgebieden, de inhoudelijke kantvan de toepassing kreeg weinig aandacht maar haar voorstel omspinzijde in de menselijke huid te laten groeien werd onderzocht,vanwege de commerciële mogelijkheden.

Bewustwording is een belangrijk facet van hierboven genoemdeempowerment, bewustwording heeft vaak, naast bekende of grijpbareonderwerpen, betrekking op abstractere thema’s zoals milieu en deonline samenleving. Zo verschijnen er binnenkort in de stadGroningen tijdelijke laboratoria waar studenten van de Masteropleiding Interactive Media Environments van de Minerva Academievan de Hanzehogeschool Groningen samen met studenten techniek enenergie aan artistieke onderzoeksexperimenten werken rondomduurzame energie. De interactie met het publiek zal bijdragen aanhet bewustwordingsproces bij de bewoners (de energiegebruikers) vande stad.

Bewustwording rondom onze online cultuur brengt me bijmediawijsheid en dat komt aan de orde in het voorbeeld voor delaatste categorie die ik hier naar voren breng: hettransdisciplinaire onderzoek waar jonge kunstenaars samenwerken metjonge professionals uit andere vakgebieden.  The PatchingZone,[x] waar ik zelf direct bijbetrokken ben, is hierin gespecialiseerd.

Transdisciplinair slaat hier op de meerwaarde die ontstaatdoordat er  toepassingen en oplossingen ontstaan die debekende vakgebieden overstijgen. Hier ontstaan vaak nieuweoplossingsrichtingen en invalshoeken waar kunstenaars een crucialeinbreng hebben en waar tegelijkertijd kennis aangewend wordt voorde implementatie uit de andere betrokken disciplines.

Het meest succesvolle traject is een bedrijfsinnovatie trajectvoor het Centrum voor Kunst en Cultuur (CKC) in Zoetermeer dat ThePatching Zone onlangs afrondde. Uit dit project en ook uit veel vande hierboven genoemde projecten komt naar voren dat de betrokkenkunstenaars bijzonder goed uit de voeten kunnen met eenalomvattende integrale aanpak, waarbij innovatie op veelverschillende niveaus tegelijkertijd aangepakt wordt. Dit zijncomplexe processen waar menig specialist van wakker ligt.

In het Digital Art Lab[xi] voorhet CKC werden in ruim een jaar tijd een serie  hands-on kunsten technologie trainingen gegeven aan ruim 12 vrijetijdskunstdocenten die deze ondertussen zelfstandig uit voeren. Ook zijn ernieuwe businessmodellen voor het vrijetijdskunstonderwijsontwikkeld en werd er nauw samengewerkt met jongeren die tot voorkort niet tot de doelgroep van het centrum behoorden.

Iedereen even wennen

Dit project bevestigt wat in andere projecten[xii] van The Patching Zone al naar voren kwam: kunsten cultuuronderwijs aan jongeren is van essentieel belang voor deduiding van hun online omgeving. In het Digital Art Lab ontstaanmooie vormen van peer-teaching; jongeren leren aan hun docenten watcool is, terwijl docenten hen de culturele betekenis van beelden eninteractie vanuit de kunsten bijbrengen.  Voor degeïnteresseerden: Er komt binnenkort een boekje uit met meerinformatie over dit project. Het Digital Art Lab kon alleen totstand komen dankzij een intensieve samenwerking met een zeerbetrokken opdrachtgever of, zoals Arjo Klamer het noemt: een’warme’ opdrachtgever, een innovatie budget en private fondsen[xiii] en zeer gemotiveerde CKCdocenten. 

Hier ligt ook de sleutel naar de rol die de overheden kunnenspelen. De kennis en ervaring omtrent de mogelijkheden enmeerwaarde van samenwerking bij kunstenaars en opdrachtgevers isvaak beperkt. Een overheid die als warme opdrachtgever een goedvoorbeeld stelt, stimuleert nieuwe allianties met andereopdrachtgevers en genereert kennis die ze weer door kunnen geven.Het is van belang dat kunstenaar-onderzoekers een passende plaatsin het innovatielandschap krijgen, zodat de voorhoede kunst weereen integraal onderdeel van onze maatschappij wordt.

Bovenstaande voorbeelden laten ons de relevantie vankunstonderzoek zien in uiteenlopende sectoren: voor de zorg, rondommaatschappelijke vraagstukken, bewustwording processen,communicatie strategieën en alomvattende bedrijfsinnovatie. Nieuwerollen voor kunstenaars kunnen alleen tot een nieuwe humuslaagleiden als dit de gezamenlijke inzet wordt van de kunstenaars, hetonderwijs, de overheid, ondernemers en de burgers.

Iedereen zal wel even moeten wennen aan de nieuwe rollen van depraktijkgerichte kunstenaar-onderzoeker, wellicht is het in eersteinstantie wat ongemakkelijk, maar deze wrijving kan ook verfrissendzijn. Vergeet niet dat de genoemde kunstenaars allen al jarenwerkzaam zijn in de praktijk. En ook The Patching Zone heeft eenpaar jaar  gewerkt aan de verfijning van haar formule, dezestroomt nu ook door naar de studenten van de opleiding waar ikaanverbonden ben. Lees deze brief als een uitnodiging voorinnovatieve samenwerking en interactie opdat kunst via hedendaagseroutes (weer) geïntegreerd wordt in de samenleving en zo deculturele humuslaag op peil houdt!’

Dr. Anne Nigten is oprichter en directeur vantransdisciplinair medialab The Patching Zone in Rotterdam en lectorPopular culture, Sustainability & Innovation aan Academie voorBeeldende Kunst, Vormgeving en Popcultuur MINERVA, HanzehogeschoolGroningen.


[i]http://www.atlasvoorgemeenten.nl/

[ii] De Culture Club, GraigSchuftan Nederlandse editie, 2011, uitgeverij Passage, ISBN 978905452 246 1

[iii]www.hanze.nl/kunstensamenleving

[iv] http://jonasstaal.nl/

[v]http://looovetinkebell.com/.nl/

[vi] http://jodi.org

[vii]http://www.face-to-facebook.net/

[viii]http://www.jeanneworks.net/

[ix]http://jalilaessaidi.com/2-6g-329ms/

[x]http://www.patchingzone.net/

[xi]http://digitalartlab.patchingzone.net/

[xii] Real Projects for RealPeople, Volume 1, Anne Nigten redatie., Engelse editie, 2011,Nai-V2_ publishers, ISBN 978-90-5662-797-3,

[xiii] Het Digital Art Lab iseen opdracht van het CKC Zoetermeer en wordt uitgevoerd door ThePatching Zone in samenwerking met Alares BV en de GemeenteZoetermeer en met medewerking van Kunstfactor. Het project wordtgefinancierd vanuit het regeling Innovatiecultuuruitingen, het SNS-Reaal fonds, VSB-fonds en Fonds 1818.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK