Moet kennisbeleid bloeden?

Nieuws | de redactie
1 maart 2012 | Barroso en Van Rompuy dringen er op aan dat Nederland slim saneert “door de uitgaven op gebieden die van rechtstreeks belang zijn voor de groei zoals onderzoek en innovatie, onderwijs en opleiding, te ontzien.” Wat is het actuele scenario van Rutte en de zijnen?

De coalitie staat voor een schijnbaar hopeloze taak. Voor zo’n €10 miljard versoberingen via de kaasschaaf aanbrengenlevert te weinig te laat op en kan het gevaar van verergering vande recessie via Colijnachtig ‘kapotsparen’ oproepen. Dat is niethet slim saneren dat Verhagen voor ogen staat. De Duitse ministervan Financiën Schäuble doet nu al het omgekeerde: hij verlaagtbelastingen en investeert extra in kennis en onderwijs. Datdempt de groeiterugval en vooral ook de werkloosheid die depublieke uitgaven alleen maar op zou jagen.

Sterker nog: In Duitsland kon kennisminister Annette Schavan indecember al bekend maken dat WO, HBO en KUO €400 mln extra krijgenom te investeren in de kwaliteit van de onderwijsprogramma’s. Ditis de tweede ronde uit een extra pakket van €2 miljard om de sterketoestroom naar het HO op te vangen en niet ten koste te doen gaanvan de intensiteit en kwaliteit van hun onderwijs en curricula.

Europese top geeft Nederland dringendhuiswerk

Ook de woorden van EU-chef Barroso in gesprek met ScienceGuide geven aan,dat een beleid van saneren om te saneren niet de indruk van eendoordachte en hoogwaardige visie zal weten te wekken, ook niet inBrussel en elders in de G20. Die woorden bouwen voort op hetstrenge advies van Van Rompuy en de financiële experts van de EUaan ons land. Zij dringen er zeer op aan dat Nederland onderwijs enkennis duidelijk ontziet bij de bezuinigingen.

Ons land moet “ervoor zorgen dat het corrigeren van hetbuitensporig tekort houdbaar en groeivriendelijk is, door deuitgaven op gebieden die van rechtstreeks belang zijn voor de groeizoals onderzoek en innovatie, onderwijs en opleiding, te ontzien.”De deeltijders in het HO zullen het met instemming en zorglezen.

Ook moet Nederland van Van Rompuy  “dearbeidsmarktparticipatie vergroten door de negatieve fiscaleprikkels om te werken voor verdieners van een tweede inkomen teverminderen en maatregelen op te stellen om de meest kwetsbaregroepen te ondersteunen en hen te helpen opnieuw de arbeidsmarkt tebetreden.” Bovendien moeten wij “innovatie, particuliereinvesteringen in O&O en nauwere banden tussen wetenschap enbedrijfsleven bevorderen door het geven van de juiste prikkels inhet kader van het nieuwe bedrijfsleven beleid.”

Het besparingsmenu in het Catshuis

Wat kan Rutte nu nog doen? En wat gaat hij doen? Voor het hogeronderwijs mag verwacht worden dat hervormingen diep gaan ingrijpen.De uitvoering van ‘Veerman’ en de prestatieafspraken bieden daarmooie aangrijpingspunten voor aan De Jager en Zijlstra. Devoorziene ingreep in de HO-deeltijd is een voorproefje van deextra hervormingen binnen het bestel die het kabinet helpen deuitgaven structureel te reduceren. Deze voorzet geeft namelijk aan, dat OCW bereid isbinnen het HO-bestel tot vergaande herschikkingen te komen, ook vervoorbij het rapport-Veerman.

Het besparingsmenu van het kabinet  voor HO-hervormingendie ook op lange termijn de staatsschuld helpen reduceren zou devolgende componenten bevatten:

1.)       Invoeringsociaal leenstelsel SF

Dit zou geschieden met een terugsluizen van ongeveer 30% van deopbrengst om de HO-profilering in de bekostiging in hoog tempo teverhogen van 7% naar bijvoorbeeld 25%. ‘Veerman-ambitie’ wordt zobeloond uit de beurs voor de student, die daar meer uitdaging,kwaliteit en intensiever HO voor terug krijgt. Hiermee is hetverzet van het CDA tegen deze ingreep te overwinnen.

2.)       Aanscherpingsociale zekerheid voor de kennissector

Het kabinet kan overwegen de langstudeerboete voort te zettenbinnen de sociale zekerheid. Jongeren die als HO- en MBO-uitvallersop arbeidsmarkt komen, zouden een ongunstige positie in de socialezekerheid gegeven kunnen worden. De samenleving hoeft niet op dedraaien voor forse werkloosheidskosten van jong talent dat nietwerkt en niet voldoende studiesucces wilde behalen. De impacthiervan op het HO-rendement kan weleens zeer aanzienlijk zijn intijden van snel oplopende werkloosheid.

3.)       Herinvoeringvan de kenniswerkersregeling van Balkenende IV

Deze geste past bij de aanscherping onder punt twee alsstimulans voor talent dat zich wel wil inzetten. Tevens helpt dithet verzet van het CDA tegen de ‘SF-regeling’ overwinnen.

4.)      Taakverdeling en concentratie

Deze zullen volgens het model van Deetman tijdens het kabinetLubbers-I gekoppeld kunnen worden aan de implementatie van’Veerman’. Het kabinet zou HBO en WO een lange termijn herschikkingvan het aanbod opleggen, waarvan zij een deel van de opbrengst(zo’n 30% bijvoorbeeld) kunnen ‘terugverdienen’ door deze zelf teimplementeren. Dit biedt ook de mogelijkheid om de ergste schrikover de HO-deeltijd-ingreep te verzachten.

Het WO wil toch al krimpen en zal daar nu direct aan gehoudenworden. Het HBO krijgt de kans de overmaat aan niet goed afgestemd’groei-aanbod’ te saneren en door ook nog geld aan over te houden.De door De Jager in september al aangekondigde herijking van het geld voor de AcademischeZiekenhuizen gaf reeds aan hoe ver de scenario’s op dit terrein alklaar kunnen liggen. De omvang van de uitkomst van dieherijking zal meteen een aardige indicatie zijn van het soortherschikking en concentratie dat het kabinet voor ogen staat.

5.)       Enkelespecifieke ingrepen in bestuurskosten

Hiermee zouden zo’n €200 miljoen besparingen op lange termijnkunnen ontstaan. Naar voorbeeld van Inholland zou alleHO-instellingen opgelegd worden 20% te besparen op hunbeleidskosten. In demografische krimpregio’s kan een versneldeaanpassing van het HO-aanbod worden doorgezet, inclusief fusies vanHBO- en WO-instellingen tot nieuwe kennisclusters.

Opbrengst en contrapunt

Volledige uitvoering van een menu als deze vijf punten levertruim €2 miljard op die het kabinet zou kunnen besparen voor delangere termijn, zowel door directe ingrepen als via hervormingen.Hiervan zit ongeveer €1,5 miljard in de SF, enkele honderdenmiljoenen in taakverdeling, zo’n €200 miljoen in de specifiekeingrepen en p.m. in de sociale zekerheid.

Als contrapunt zou het kabinet extra gerichte investeringenkunnen doen in toptalent.  Ook zou de gedachte vanUU-voorzitter Van Rooy over de slimme inzet van matchinggelden inBrussel een forse extra impuls kunnen opleveren zonder dat OCW enEL&I extra uitgaven moeten doen. Bovendien sluit dit sterk aanop de oproepen van Barroso en Van Rompuy tot een krachtiger inzetop kennis en innovatie door ons land. 

Bezuinigingen op 2e/3e studies en het Huygensprogramma endergelijk toptalentstimulansen zouden teruggedraaid kunnen wordenals signaal van inzet tegen zesjescultuur en voor excellentie enambitie (kosten zo’n €50 miljoen). Zo’n signaal van ambitie en’drive’ is bovendien precies wat vele studenten bepleiten, zolaat recent PBT onderzoek zien. Het zo voor een deelterugsluizen van de besparingen via investeringen zou een omvanghebben van €250 miljoen via SF, 30% van de opbrengst viataakverdeling en €50 miljoen via gerichte talentstimulering.

Visie vanuit regeringspartij CDA

De financiële en pensioenen specialist van regeringsfractie CDA,Pieter Omtzigt, schetst in zijn meest recente column opScienceGuide de context voor de aanpak die de coalitie dekomende weken zal moeten invullen. “De komende weken zal hetregeerakkoord daarom fors worden bijgesteld in een Catshuissessie.Waarom zo’n haast? Nou, Nederland heeft het vertrouwen van definanciële markten. Dat is wel zo fijn als je €400 miljard schuldhebt. Daardoor betaalt ons een ongekend lage rente op dieschuldenlast van minder dan 3%.

Zouden we dat vertrouwen verliezen, betaal je zo 1% of 2% extrarente, inderdaad €4 tot €8 miljard. Extra, per jaar. Geld dat dusniet kan gaan naar scholen, hoger onderwijs, onderzoek en evenminaan ziekenhuizen, maar naar uitlenende banken. Dat vind ik geenbriljant idee.

Nog een reden om nu snel duidelijkheid te geven is, datNederland nogal streng is geweest voor andere landen. Ook voorcollega lidstaten in de EU die het heel zwaar hebben zoalsGriekenland. Je kunt dan niet zomaar zeggen: ‘maar wij nu evenniet’.

Want Nederland bevindt zich in de oncomfortabele positie dat hettekort blijft hangen op 5%, terwijl andere landen het tekort welweten terug te dringen. Zo lijkt het Duitsland te gaan lukken om debegroting ongeveer in evenwicht te krijgen, midden in eencrisisperiode. En wij trekken ons graag aan Duitsland op enterecht.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«