OCW kijkt naar langstudeerboete

Nieuws | de redactie
26 maart 2012 | Marja van Bijsterveldt erkent, dat de langstudeerboete voor met name bèta-tech studenten en doorstroom vanuit het MBO lastig is. De onderwijsminister komt met een opvallende suggestie om dit knelpunt op te lossen.

De minister onderstreept in een vraaggesprek met het blad Forumvan VNO-NCW haar pleidooi voor excellentie in heel het onderwijs.Zeker in het HBO en WO, maar ook in de ‘toeleveranciers’daarvan.

Hoogvlakte zonder pieken

“De OESO zegt dat we het goed doen met het investeren inkwetsbare leerlingen, maar dat we het laten zitten met hetstimuleren van excellentie en hoogbegaafdheid. Nederland is eenhoogvlakte zonder pieken. Excellente jongeren kunnen de economieaantrekken. Die hebben excellente docenten nodig, en die moet jeextra belonen. Dat kan een uitdaging zijn voor anderedocenten.”

“Vroeger ging 60 % van de leerlingen naar het middelbaarberoepsonderwijs en 40 % naar algemeen vormend voortgezetonderwijs. Tegenwoordig is dat omgedraaid. Ouders spelen daar eenbelangrijke rol in. Ondertussen dalen de diplomaresultaten op dehavo en het vwo. Daarom worden de eisen aangescherpt.”

Two to tango

Daarom gaat de minister van OCW uitvoerig in op de positie enkansen van MBO’ers. Dat bedrijven zelf jongeren extra opleiden,omdat men bovenop het nivau van de ROC-opleidingen meer wil, vindtVan Bijsterveldt geen probleem. “Er is niks mis met samen – schoolen bedrijf – verantwoordelijkheid nemen. De kwalificatieniveaus diehet mbo hanteert, komen rechtstreeks uit de boezem van hetbedrijfsleven. Leerlingen lopen stages bij bedrijven en ouderewerknemers worden een paar dagen per week ingezet om de liefde voorhet vak op scholen uit te dragen. Dat laatste mag van mij overigensveel vaker gebeuren.”

Zij raadt daarbij aan naast mensen uit de koepels ook ervarenlieden uit de bedrijven zelf mee te laten doen bij de ontwikkelingvan zulke opleidingestrajecten. “Als het beter moet, zijn beidepartijen aan zet. It takes two to tango. Wat mij in dit verbandopvalt, is dat in de overlegcircuits vaak mensen uit debrancheorganisaties naar voren worden geschoven. Het is volgens mijjuist belangrijk om met mensen te praten die met hun poten inmodder staan. Die weten het beste wat nodig is.”

Geen vuile handen van techniek

Juist vanuit het MBO hoopt en verwacht zij een veel groteredoorstroom naar en enthousiasme voor de bèta-tech opleidingen,zowel binnen de ROC’s als in het hoger onderwijs. Dat gaat nietvanzelf, zo merkte zij en gaat de betrokken instellingen daaromextra opporren. “De afgelopen jaren hebben we de meest glossyfolders zien rondgaan over opleidingen waarvan je denkt: krijgen zedaar later wel een baan in? Scholen worden daarom verplicht om ineen soort bijsluiter informatie te geven over dearbeidsmarktkansen.”

“Van techniek krijg je niet altijd vuile handen. Kijk naar ASML.Laat dus als bedrijf zien wat je in huis hebt, zorg dat je openbent. Vroeger waren productiebedrijven zichtbaar in de stad,voordat ze naar buiten werden verplaatst. Jongeren maken daar nietmeer automatisch kennis mee. Van die begrippen hoger en lagermoeten we ook af. Jongeren van allochtone afkomst en hun oudershebben maar één doel: een witte boorden vak bereiken. Terwijl eendeel van hen veel beter op zijn plaats zou zijn in detechniek.”

Huiverig voor algemene maatregelen

De vaak wat langere en zwaardere bèta-tech opleidingen zoudenechter wel eens flink last kunnen hebben van het ontmoedigendeeffect van een maatregel als de langstudeerboete, zo houdt VNO-NCWde minister in het interview voor. Zij reageert daar opmerkelijkop. Allereerst werpt zij die gedachte niet van zich af en geeft aante erkennen, dat hier een lastig probleem en ook een risico voorhaar eigen beleidsdoelstellingen ligt ten aanzien van excellentieen bèta-impulsen.

Maar een oplossing via allerlei uitzonderingsbepalingen in dieregeling ziet zij niet zitten. “Ik ben huiverig voor generiekemaatregelen, want die schieten vaak hun doel voorbij. Als je allestudenten techniek korting zou geven, krijg je dead weightloss, want een deel zou toch wel kiezen voor techniek.” VanBijsterveldt komt met een andere benadering. Deze zou erg goedpassen in de uitwerking van de Human Capital Agenda´s van detopsectoren. De minister stelt het volgende voor te doen: “Ik ziemeer in speciale arrangementen die bedrijven zelf kunnen afsprekenmet studenten.” Oftewel: EL&I en de boegbeelden zijn nu aanzet. Weer two to tango dus.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«