Wetenschap moet in debat

Nieuws | de redactie
19 maart 2012 | De Jonge Akademie wil dat onderzoekers zich meer inzetten voor de communicatie van wetenschap. Dat zullen wetenschappers en bestuurders vooral ook zelf moeten willen doen. ScienceGuide-columnist Eva Teuling: “Maak duidelijk hoe wetenschap écht werkt.”

“Vijdag 16 maart werden de 10 nieuwe leden van de Jonge Akademiegeïnstalleerd in het Trippenhuis van de KNAW. Tegelijk werd ook het “AdviesWetenschapscommunicatie aangeboden”. Het overzichtelijke boekwerkje”Tussen onderzoek en samenleving” is te downloaden via de site.

Wetenschap maakt dan wel deel uit van de maatschappij, maar metde kennis en de mening over wetenschap is het helaas niet al tegoed gesteld in Nederland (zie bijvoorbeeld hier). De Jonge Akademie heeft zich gebogenover dit probleem en brengt advies uit om de processen vanwetenschapscommunicatie en -educatie (samengevat alswetenschapsbewustwording) te verbeteren.

De Jonge Akademie stelt voor om meer aandacht te besteden aan het’proces’ van de wetenschap. Door niet alleen mooieonderzoeksresultaten te belichten, maar duidelijk te maken hoewetenschap écht werkt, kunnen mensen zich een beeld vormen van dedagelijkse bezigheden van wetenschappers. Dit zal het vertrouwen inde wetenschap ten goede komen, en ook de beeldvorming overwetenschap kan hiermee veranderen, waardoor scholieren een betere(bewustere) studiekeuze kunnen maken.

Trainen in wetenschapsbewustwording

Ook geeft De Jonge Akademie iedere betrokken beroepsgroep eenaanbeveling om het proces van wetenschapsbewustwording teverbeteren. Voor wetenschappershoudt dit in dat ze zich open moetenstellen voor deelnamen aan trainingen overwetenschapsbewustwording, en het gebruiken van ‘nieuwe media’ (twitter, blogs). Ook wordt hen gevraagd géén uitspraken tedoen over dingen die niet hun expertise zijn. Door wetenschappelijkonderzoek te doen naar de meest efficiënte manier vanwetenschapsbewustwording kan het proces geoptimaliseerd worden. 

Voor wetenschapsbestuurdersgeldt dat zij meer aandacht moeten gaanbesteden aan de communicatie-acitiveiten van onderzoekers. Zoweldoor het aanbieden van cursussen, maar ook door het beoordelen vanwetenschappers op deze activiteiten en niet slechts oppublicaties.

Bestuurders moeten de onderzoekers aanmoedigen deel te nemen aanoptredens in de media (krant, televisie, publiekslezingen) enhierbij ook de studenten en promovendi betrekken. Hiervoor moet 1%van de NWO-subsidies van onderzoeksprojecten worden gereserveerd.Ook moeten de universiteiten de continuïteit vanwetenschapsknooppunten, scholierenacademies en dergelijkewaarborgen.

Hoe werkt wetenschap?

Wetenschapsbewustwording wordt vroeg in het leven ontwikkeld,daarom is het advies van De Jonge Akademie om wetenschappelijkeactiviteiten op scholen aan te moedigen en te stroomlijnen. Doorhet aanbieden van wetenschapseducatie op de Pabo’s zullen docentenvertrouwd worden met “hoe wetenschap werkt”. Door hen kunnenleerlingen vanaf het allereerste begin van hun schoolcarrière inaanraking komen met wetenschap en techniek. Hierdoor ontwikkelenleerlingen een sterke(re) interesse voor wetenschap.

Wetenschapsvoorlichters en journalisten moeten volgens De JongeAkademie in hun opleiding beter in aanraking komen met de werkingen de waarde van wetenschap. Ook zouden zij beter hun bronnenmoeten controleren voor het schrijven van een artikel.

Help, het publiek praat terug

Een dag eerder was ik aanwezig bij een bijeenkomst van deVereniging van Wetenschapsjournalisten (VWN) en het PlatformWetenschapscommunicatie (PWC) waar met 100 experts werdgediscussieerd over interactie met het publiek: “Help, het publiek praat terug” (eensamenvatting van deze middag is te vinden op Storify). Want dat er in de 21e eeuw vaninternet, twitter, blogs, reaguurders en ongezouten meningen veelaan het veranderen is, is wel duidelijk. Maar de vraag is hoewetenschappers, het onderwijs, voorlichters en journalisten hiermeehet beste om moeten gaan.

Wat deze middag steeds terug kwam, is dat wetenschappers zich meerin het debat met het publiek moeten mengen. Aan de hand van bekendevoorbeelden, zoals het debacle met de vaccinaties tegen debaarmoederhalskanker, werd geïllustreerd hoe de wetenschapperstekort waren gekomen.

Zij communiceerden slechts in één richting (uitleg) en verwezennaar ontoegankelijke publicaties, terwijl de oppositie gratis blogsopende en in discussie ging met het publiek. Hierdoor was hetpubliek geneigd de onderzoekers niet te geloven. Als wetenschappersook via twitter, blogs en andere platforms communiceren, kunnen zijeenvoudiger het publiek voor zich winnen in dergelijkekwesties.

Weinig onderzoekers aanwezig

De thema’s tijdens beide middagen vertoonden veel overlap. Hetis goed om te zien dat zowel de wetenschappers als de voorlichtersen journalisten zien dat er iets moet veranderen in de huidigewetenschapscommunicatie. Het was jammer dat er tijdens debijeenkomst van VWN en PWC zo weinig onderzoekers aanwezig waren,maar de eerste stappen voor een gezamenlijke bijeenkomst zijn algezet (zie ook een eerdere blog hierover).

Kortom, met een handzaam advies voor wetenschappers, voorlichters,journalisten, bestuurders en scholen, en enthousiasme omgezamenlijk op te treden, moet het toch lukken om de publiekeopinie over wetenschap te beïnvloeden. Misschien komt de hoogleraarhiermee weer in de top-10 van hoogst aangeschreven beroepen, netals in 1950. En niet de CEO, zoals nu het geval is.”

Eerdere columns van Eva Teuling leest u hier


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK