CNV scherp naar OCW over HO

Nieuws | de redactie
19 april 2012 | Het CNV acht de HO-deeltijdplannen van OCW ondermijnend voor het Pensioenakkoord. Het Rijk zou samen met sociale partners inzetten op de loopbaanverrijking van werknemers. "Investeringen zijn daarvoor nodig, niet slechts van de sociale partners."

Dit is een slechte boodschap voor het kabinet, nu het voor deverdergaande hervormingen uit de ‘Catshuissessies’ de steun vanuitde polder hard nodig zal hebben. Juist het pensioenakkoord staat indat verband al flink onder druk en het CNV vormt op dit terrein eenvan de meer constructieve partijen en meedenkers.

Gevaar van bureaucratisering

In een brief aan de Tweede Kamer zet CNV Onderwijs zijn bezwarentegen de deeltijd-plannen van staatssecretaris Zijlstra in dringenduiteen. Naast scherpe vragen over de opzet, financiering enonuitgewerktheid van de voucher-gedachte legt men het zeer heikeleconstitutionele aspect voluit op tafel.

“CNV Onderwijs vraagt zich af hoe wordt bepaald welkeopleidingen in de toekomst vallen onder het criterium ‘prioritairesectoren en specifieke doelgroepen’. Daar mag op dit moment danenige consensus over bestaan, maar zal dat in de toekomst ook zoblijven?”

“Wie bepaalt welke opleidingen nu en in de toekomst van grooteconomisch en maatschappelijk belang zijn? En bovendien:Volgens[artikel]23GW dient het onderwijs te worden bekostigd opbasis van eisen van deugdelijkheid die wettelijk zijn vastgesteld.Hoe verhoudt deze bekostiging zich hiermee? En past dat bij eenregime voor het bepalen van het economisch en maatschappelijkbelang van deeltijd hoger onderwijsopleidingen?”

“CNV Onderwijs voorziet dat uiteenlopende en vaak tegengesteldebelangen een rol zullen spelen bij het bepalen van dit wettelijkregime. Om geen misverstanden te laten ontstaan verwachten we datdit tot zeer gedetailleerde regelgeving zal leiden. Ook hier dreigtdaarmee het gevaar van bureaucratisering en juist minderflexibiliteit dan die de Staatssecretaris zegt na te streven metzijn voorstellen.”

U leest hieronder de volledige brief van CNVOnderwijs

‘CNV Onderwijs onderschrijft het belang voor Nederland van hetstreven naar een positie in de mondiale top vijf vankenniseconomieën, vastgelegd in het huidige regeerakkoord. Hetzoveel mogelijk benutten van alle talenten is daarvoor van grootbelang, niet alleen bij kinderen en jongeren maar ook bij mensendie al vele jaren op de arbeidsmarkt zijn. Uit internationaleonderzoeken van onder meer de OESO is bekend dat Nederland nietgoed scoort op het ontwikkelen van talenten bij werkenden.

Het levenlangleren heeft in ons land nog een flinke impulsnodig. Dat kan de arbeidsmarktpositie van velen versterken enbijdragen aan blijvende innovatie op alle niveaus in bedrijven en(semi-) overheidsorganisaties. CNV Onderwijs vindt dit van belangvoor de brede economisch-maatschappelijke ontwikkeling van onsland.

Maar ook in het licht van het Pensioenakkoord, waarin eenlangere arbeidsparticipatie centraal staat, is extra inzet oplevenlangleren van groot belang. Sociale partners en het Rijkhebben afgesproken meer te doen aan het verrijken van de loopbaanvan werknemers door scholing en training, zodat ze langer deaansluiting op de arbeidsmarkt kunnen vinden. Investeringen inscholing en training zijn daarvoor nodig, niet slechts van desociale partners. Immers, niet iedere werkgever is bereid of instaat ook iets oudere medewerkers scholing te bieden.

CNV Onderwijs is van mening dat de voorstellen van deStaatssecretaris voor de deeltijdopleidingen dit bredeeconomisch-maatschappelijk belang dreigen te ondermijnen. Nederlandzal daardoor nog achterop kunnen raken op het vlak vanlevenlangleren en zo de aansluiting bij de mondiale top vijf vankenniseconomieën missen. Bij CNV Onderwijs ontstaat de vraag of bijhet realiseren van de plannen van de Staatssecretaris niet eenbelangrijke doelstelling uit het regeerakkoord nietgerealiseerd.

Is het zo dat het beëindigen van de bekostiging van hetdeeltijdonderwijs ongewenste effecten heeft op verschillendegroepen? Immers, juist deeltijd-hbo, ofwel postinitieel hbo, wordtveelal gebruikt juist door mensen, waarvan de ouders een lagereopleiding hebben, meer door vrouwen, en door mensen die juist oplatere leeftijd bijvoorbeeld kiezen voor een baan in hetonderwijs.

Langstudeerdersmaatregel voordeeltijdstudenten

Een belangrijk kritiekpunt van CNV Onderwijs op de plannen voorhet deeltijd hoger onderwijs richt zich op delangstudeerdersmaatregel. Gelukkig heeft de Staatssecretarisingezien dat hier knelpunten zijn en dat deze maatregelencontraproductief werkt voor het streven naar meer leraren opmaster-niveau. Zo ver lijkt het nu gelukkig niet te komen, doordatvoor de opleidingen voor de onderwijssector vooralsnog eenuitzondering wordt gemaakt. Wel vreest CNV Onderwijs voor deduurzaamheid van deze uitzondering.

Maar ook voor de deeltijdopleidingen die niet tot de prioritairesectoren en specifieke doelgroepen worden gerekend, zal het effectzijn dat werkenden zich minstens twee keer bedenken voordat zijveel geld en tijd steken in een deeltijdopleiding aan eenhogeschool of universiteit. En ook werkgevers zullen striktereeisen verbinden aan het vergoeden van (een deel van) deopleidingskosten voor hun werknemers. De toch al zwakke positie vanlevenlangleren in Nederland wordt zo nog verder aangetast.

CNV Onderwijs vindt dit een slechte zaak. Juist in deze tijd vaneconomische crisis moet worden ingezet op scholing en training,zodat we met een krachtige beroepsbevolking klaar staan als deeconomie weer uit het dal klimt. We zien dat economischeconcurrenten dichtbij en in andere delen van de wereld het belanghiervan wel onderkennen door juist wel nu op dit aspect teinvesteren. CNV Onderwijs roept u op om ook voor Nederland dezekeuze te maken.

Vraagfinanciering middels beurzen

CNV Onderwijs is van mening dat het in het algemeen beter is omvraaggestuurd in plaats van aanbodgestuurd te werken. De wijzewaarop dit gebeurt met de voorgestelde combinatie van maatregelenzal naar de mening van CNV Onderwijs de bureaucratie alleen weleens kunnen versterken en de kwaliteit van het onderwijs juistverlagen. We willen u graag op een aantal problemen wijzen met ditsysteem van vraagfinanciering, d.w.z door beurzen gericht opprioritaire sectoren en specifieke doelgroepen.

In de eerste plaats is het de vraag wat onder een dergelijkebeurs moet worden verstaan. CNV Onderwijs verwacht dat ditbeurzensysteem niet vanuit een open-einde regeling wordtgefinancierd. Er zal ruimte in de onderwijsbegroting voor dezeregeling moeten worden gemaakt, ook wanneer daarvoor bestaandemiddelen voor het hoger onderwijs worden ingezet.

Dit roept bij ons de volgende vragen op. Wat gebeurt er wanneerde vraag naar een beurs hoger is dan de budgettaire ruimte? Enonder welke voorwaarden kunnen deeltijdstudenten aanspraak maken opeen beurs? Op welk moment ontvangt de deeltijdstudent de beurs, bijaanvang van de studie of na het behalen van het diploma? Komen erprestatienormen voor de ontvangers van de beurs? En wie bewaakt hetnakomen van deze prestatienormen?

Onder welke voorwaarden mag tot terugvordering van de beursworden overgegaan? En welke vorm krijgt de beurs straks? Wordt heteen loonsuppletie, premie, uitkering of fiscale aftrek? En levertdit niet veel bureaucratische romplomp op? Nu al horen vanhogescholen dat ze zich soms afvragen of het niet handiger zou zijnde kostenverhaling van het collegegeld achterwege te laten i.v.m.de hoge incassokosten.

Ten tweede vraagt CNV Onderwijs zich af hoe wordt bepaald welkeopleidingen in de toekomst vallen onder het criterium ‘prioritairesectoren en specifieke doelgroepen’. Daar mag op dit moment danenige consensus over bestaan, maar zal dat in de toekomst ook zoblijven? En wie bepaalt welke opleidingen nu en in de toekomst vangroot economisch en maatschappelijk belang zijn?

En bovendien: Volgens 23GW dient het onderwijs te wordenbekostigd op basis van eisen van deugdelijkheid die wettelijk zijnvastgesteld. Hoe verhoudt deze bekostiging zich hiermee. En pastdat bij een regime voor het bepalen van het economisch enmaatschappelijk belang van deeltijd hoger onderwijsopleidingen?

CNV Onderwijs voorziet dat uiteenlopende en vaak tegengesteldebelangen een rol zullen spelen bij het bepalen van dit wettelijkregime. Om geen misverstanden te laten ontstaan verwachten we datdit tot zeer gedetailleerde regelgeving zal leiden. Ook hier dreigtdaarmee het gevaar van bureaucratisering en juist minderflexibiliteit dan die de Staatssecretaris zegt na te streven metzijn voorstellen.

Vervolgens moet worden bepaald om de hoeveel tijd devaststelling van de groep deeltijdopleidingen voor prioritairesectoren en specifieke doelgroepen plaatsvindt. Wat nu prioritairesectoren zijn hoeven dat over enkele jaren zeker niet meer te zijn.Bekend is dat tekorten en overschotten voor beroepsgroepen op dearbeidsmarkt elkaar cyclisch opvolgen. Hoe vaak wordt ervastgesteld of wijziging nodig is van de groep deeltijdopleidingenwaarvoor een beurs kan worden aangevraagd?

Wie gaat de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt monitoren,prognoses maken en de criteria bijstellen, juist nu de RWI haar rolheeft verloren? CNV Onderwijs vreest dat ook op dit punt veelbureaucratie dreigt te ontstaan, waardoor het nieuwe stelsel veeluitvoeringskosten gaat opleveren. En de middelen voor dezeuitvoeringskosten zouden beter in de kwaliteit van het onderwijskunnen worden geïnvesteerd.

In de vierde plaats vraagt CNV Onderwijs zich af, mede op grondvan de hiervoor gerezen vragen, in hoeverre dit nieuwe open bestelvoor hoger deeltijdonderwijs met beurzen voor opleidingen vanmaatschappelijk en economisch belang uitvoerbaar wordt. We hebbenhier ernstige twijfels over. CNV Onderwijs wil er bovendien opwijzen dat uit NVAO-gegevens blijkt dat het privaat hoger onderwijsbij 26,8% van de accreditatieaanvragen faalt, terwijl dit voor maar2,6% van de publieke instellingen geldt.

Vanuit het oogpunt van de kwaliteit van onderwijs is er dus geenenkele reden om publieke deeltijd hoger onderwijsopleidingen teprivatiseren. CNV Onderwijs kan zich niet voorstellen dat over dehele linie de lat omhoog moet, terwijl door deze voorstellen in eendeel van het hoger onderwijs de lat juist omlaag gaat.

CNV Onderwijs verwacht u in deze brief voldoende argumenten tehebben gegeven om de plannen voor de deeltijd hogeronderwijsopleidingen kritisch te toetsen. Graag zouden weuitgebreid met u in gesprek gaan. Immers juist deze onderwijssoortbetekent zo veel voor het onderwijs, voor de investering in mensen,en de mogelijkheid voor mensen om langer te blijven werken.’


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK