Zijlstra versus Dijsselbloem

Nieuws | de redactie
2 april 2012 | Het kabinet zorgt met het HO-leerrecht voor een waarachtige hervorming. Niet één uit de Catshuis-sessies, maar op termijn met zeker zoveel impact. Echter, mag dit wel, nadat de Kamer dit soort ingrepen zo stellig afwees?

De financiering van het HO-deeltijd via vouchers, die de leerrechten van specifieke deelnemers – zorg,bèta tech, onderwijs – moeten ondersteunen is een echte hervorming.Een stelselwijziging van allure. De nadruk ligt daarbij vooral opeen revolutionaire verandering in de sturing van dit hogeronderwijs: van aanbod- naar vraagsturing en van een publiekgerantsoeneerde bekostiging van opleidingen naar particulierbetaalde scholingsbehoeften via een markt met gevalideerdeaanbieders.

Niet de lat omhoog

Dat zo’n stelselwijziging geen losse ingreep zal en kan blijven,bleek uit eerdere visies voor de lange termijn vanliberale HO-bewindslieden als Nijs en Rutte en uit de visie van deVVD-woordvoerder Halbe Zijlstra gedurende zijn oppositieperiode.”You ain’t seen nothing yet,” zou Ronald Reagan zeggen.

De gedurfde aanpak van deze radicaal andere sturingsconceptiemet een open bestel voor aanbieders raakt de stelselkant van hetonderwijs in het hart, niet de kwalitatieve aspecten. Het kabinetdoet deze voorstellen niet vanwege gebreken in het niveau of devalidering van de HO-kwaliteit in de deeltijdsector. De opleidingenzullen immers onverminderd moeten kunnen beschikken over eenNVAO-accreditatie willen zij deelnemers met een voucher kunnentoelaten.

De inhoud van de deeltijd staat dus niet ter discussie. Evenminde kwaliteit en de validering daarvan die recht op publiekemiddelen doet ontstaan, nu via vouchers. De laat gaat niet omhoog,maar blijft liggen. Het hemdje van de hoogspringer over de latwordt alleen voorzien van logo’s van nieuwe, commerciëlesponsors.

Dat is ook logisch. Noch in het rapport-Veerman, het rapport’Leerkracht’ van Rinnooy Kan, het advies van de commissie DeVijlder, het gloednieuwe SER-advies over LLL en de deeltijdsector of deStrategische Agenda van staatssecretaris Zijlstra is iets te vindendat zo’n inhoudelijk gedreven verbetering zou vereisen. Veermanbepleit een kwaliteitsagenda van profilering en differentiatie,maar nadrukkelijk geen nieuw HO-stelsel vanwege gebreken inkwaliteit of fouten in de marktordening.

Geen sanering van overheidsuitgaven

Een hogere lat is niet aan de orde en ook een hogere opbrengstvan besparingen voor reductie van de staatsschuld niet. Het kabinetbenadrukt dat de bezuiniging van ruim €300 miljoen op deinstellingen – min €250 miljoen  voor het HBO, min €50 miljoenvoor het WO – wordt teruggesluisd via de verdeling van de vouchersaan deelnemers. Jan Kees de Jager kreeg dus niets van HalbeZijlstra en heeft daarmee ingestemd.

De deeltijdingreep dient dus noch dekwaliteitsverhogingsambitie, noch de sanering van deoverheidsuitgaven. Het gaat om een principiële wijziging van hetsturingsconcept en de bestuurlijke structuur van hetonderwijsstelsel. Een punt kan dit nader illustreren.

Het rapport-De Vijlder gaf aan dat bij een open bestel de NMAzich zal moeten buigen over het HO-aanbod. Immers, de marktpartijenen de overheid zullen moeten zorgen voor gezonde verhoudingen,level playing fields en een sterke markttransparantie.Prijsafspraken over collegegeld en marktverstorende kruissubsidieszouden kunnen leiden tot boetes en reprimandes.

Zouden OCW, Inspectie en NVAO zich bewust zijn van de macht diedeze nieuwe speler op het HO-veld zal gaan uitoefenen? Beseft menook dat de bestuurlijke drukte en complexiteiten wellicht groter inplaats van geringer zullen worden? De spelregels van LLL en HOzullen straks waarschijnlijk door een heel andere autoriteitbepaald worden dan de HOA die liberalen als Anne-Wil Lucas voorogen staat.

Niet ‘Dijsselbloem-proof’

Een dergelijke stelselwijziging is dan ook een voorbeeld van eeningreep in het ‘hoe’ en niet in het ‘wat’, in termen van decommissie Dijsselbloem. Hadden Kamer en achtereenvolgendekabinetten echter geen heilige eden gezworen dat ze juist zulkeingrepen in de toekomst zouden vermijden, tegengaan en voorkomen?Werden in de ‘verhoren’ van de enquête-Dijsselbloemoud-bewindslieden als Jo Ritzen niet met grote argwaan behandeldals de opleggers van onderwijsstelsels waar niemand in de praktijkvan het veld om gevraagd had?

De deeltijdingreep is in dit licht niet echt’Dijsselbloem-proof’ te noemen. De verandering komt niet vanuit degroei van nieuwe, kwaliteit verhogende werkwijzen in het veld,ondersteund door onderwijskundige en wetenschappelijke inzichten enhun succes in de praktijk. Evidence based is de ingreep niet,evenmin gegrondvest in breed gedragen adviezen of visies als dievan Veerman, de Vijlder, de SER of OCW zelf.

De stilte van de leden van de commissie Dijsselbloem is dan ookopvallend. Hebben zij het te druk gehad met de opvolging van JobCohen bijvoorbeeld? Of was commissielid Martin Bosma meer bezig metoud-collega Hero Brinkman? Of in de 9% aandelen van SP-sympathisantDerk Sauer in de NRC, dan met goed bijgespijkerde leraren voor dekinderen van Henk en Ingrid? Waar waren commissielid Boris van derHam en commissielid Tofik Dibi? En waar CDA’er en commissielid BasJan Van Bochove?

Eén lid van de commissie Dijsselbloem is in elk geval directaanspreekbaar op de tegenstrijdigheid van de deeltijd HO-ingreepmet de fundamentele beleidsprincipes dat het Kamerbreed aanvaardeenquêterapport heeft vastgelegd voor een goed onderwijsbeleid. Datlid van de commissie Dijsselbloem is het voormalige VVD-KamerlidHalbe Zijlstra. 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK