Elke docent zijn eigen leernetwerk

Nieuws | de redactie
29 mei 2012 | Als je je eigen naam googlet, krijg je dan een atletiekteam, je naam in het zangkoor of een blik op je professionele identiteit? Hoe levend is een docent op het web, nu recruiters zoeken via LinkedIn? 'Edubloggers' met de interessantste visies krijgen nu al brede bekendheid.

Kijk maar eens naar Professor Mooi, zegt Joitske Hulsebosch, alsvoorzet naar haar workshop op het National Congres Onderwijs enSociale Media 31 mei. “Mooi is patholoog aan het VUMC en geeft lesaan bachelor studenten. In 2010 is hij op facebook begonnen enheeft nu 1102 vrienden (maart 2012). Hij deelt interessanteartikelen in relatie tot de onderwerpen van zijn colleges en plaatsook nog wel eens iets over zijn persoonlijke leven. Hierdoor wordtde afstand tussen de professor en de studenten kleiner en wordt hijmeer iemand van vlees een bloed.

Pathologie was niet populair maar is nu een van de populairstevakken. Hij heeft ook een youtube kanaal waar hij ‘kennisclips’ deelt.Door het delen van deze clips op Youtube heeft hij meer tijd voorreflectie en contextualisering. Hij wordt ook bekend alsprofessional.

Online profileren

Een leraar is een professional, iemand die autonoom handelt enzich identificeert met zijn vakgebied. Een leraar voelt zich vaakmeer onderdeel van zijn vakgebied en zal dus ook energie krijgenvan uitwisseling met zijn vakgenoten en zich verdiepen in zijn vak.Sociale media geeft de professionals meer ruimte om zichpubliekelijk te profileren op vakmanschap, kennis en visie danbinnen de organisatie in vergaderingen.

Het profileren is onderdeel van het ontwikkelen van eenprofessionele identiteit en sociale media kunnen daarbij helpen.Het is plezierig en inspirerend om je te ontwikkelen door actief tezijn op sociale media als Twitter of blogs. Waar ga je overTwitteren? Welke blogs. Het belangrijkste is dat je je eigen onlineleernetwerk gaat opbouwen van mensen die je gaan inspireren.

Sociale media – het woord zegt het al – zijn gerichtop interactie tussen mensen. In je eentje is er dus weinig aan. Jemoet daarom een netwerk opbouwen wat jou ondersteunt. Als ik eenvraag stel via Twitter, zijn het vaak mensen uit mijn naastenetwerk die antwoorden. Het kost echter tijd om dit op tebouwen.

Vier strategieën

Waar begin je als je je online meer wilt gaan profileren? k maakhet onderscheid tussen 4 belangrijke strategieën: 

  1. Bijblijven op je vakgebied en zo een’info-mediair’ worden. Informatie scannen, zoeken en verwerken: Jekunt informatie zoeken via zoekmachines, maar via je persoonlijkenetwerk op sociale media krijg je veel specifiekere informatie. RSSfeeds en zogenaamde ‘dashboard tools’ helpen je om snel informatiete scannen. Zo ben je makkelijker bekend met ontwikkelingen en kunje dit op een andere manier weer aanbieden, bijvoorbeeld via eenblog, nieuwsbrief of andere manier.
  2. Samen leren en netwerken. Door desnelheid van communicatie via sociale media leent het medium zichvoor het opbouwen van een persoonlijke leernetwerk, een groepmensen die jouw kunnen helpen je vragen te beantwoorden, en jouwexpertise ook leren inschatten. Het is heel makkelijk om nieuwemensen te gaan volgen via sociale media. Om echt samen te leren viasociale media is het belangrijk om in relaties te investeren, en ineen aantal professionele communities actief te gaan worden.
  3. Profileren door delen van expertise.Menno Lanting -in zijn boek ‘Iedereen CEO’- merkt terecht op datdelen via sociale media een uitstekende manier is om te werken aanje professionele profilering. Als je gaat reageren, op welk soortvraagstukken doe je dat dan? Ga je bloggen of een tweet sturen, enzo ja waarover? Deelnemen in sociale media op basis van jeprofessie dwingt je om professioneel kleur te bekennen en jeexpertise te laten zien. ‘Iedereen een expert’ op socialemedia!
     
  4. Samenwerken aan projecten. Socialemedia maken het ook mogelijk om online makkelijk samen te werkenaan concrete projecten. Zo kun je bijvoorbeeld meedoen aan wikiwijsof de digischool, of zelf een wiki bouwen over een bepaaldonderwerp. Je kunt ook samen een youtube kanaal starten.

De strategieën overlappen gedeeltelijk, maar kunnen toch helpenbewuste keuzes te maken waar je je tijd in gaat steken. Kieshierbij een strategie die het dichtst bij je huidige voorkeuren enactiviteiten ligt.

Vijf stappen naar een onlineleernetwerk

In dit artikel staan tegen deze achtergronddaarom vijf stappen waarmee je aan de slag kunt gaan om eenonline leernetwerk op te bouwen.

Stap 1. Definieer je focus

Bepaal de vakgebieden en deelonderwerpenwaarin je geïnteresseerd bent. Zonder goede focus is het makkelijkom (te) veel tijd te verliezen aan sociale media. Het duidelijkhebben van je belangrijkste onderwerpen gaat je helpen om snelinformatie te scannen (te kiezen wat je wel en niet gaat lezen).Het gaat je ook helpen keuzes te maken in de online communitieswaarin je actief wilt zijn en de relaties waarin je online wiltinvesteren. Zo kun je bijvoorbeeld vanuit je eigen focus kiezen ofje iemand op Twitter terug wilt volgen of niet door het lezen vande bio van deze persoon en zijn laatste tweets. Je focus kan zijnje vakgebied of een onderdeel daarvan, maar ook een pedagogischefocus kan.

 Stap 2. Bepaal je belangrijkstestrategie

Zoek je inspiratie of vooral veel informatie?Gebruik de bovenstaande strategieën om een of meerdere te kiezen.Deze keuze gaat je helpen om een start te maken met het verkennenvan tools. Zo leent samenwerken zich voor het verkennen van eenwiki, personal branding voor het starten van een weblog ennetwerken voor het gebruik van Twitter of LinkedIn. Hieronder eenaantal tools voor iedere aanpak hierbij.

a: bijblijven op je vakgebied

Interessante tools zijn: RSS-lezers zoalsiGoogle en Google Reader, social bookmarking via Delicious ofDiigo, een dashboard opzetten met Tweetdeck of Hootsuite.

b: samenleren en netwerken

Hierbij zijn online communities interessant.Communities kun je vinden op Google of Yahoo groups, maar ook opNing, bij LinkedIn groepen of in Yammer netwerken. Twitter is denetwerktool bij uitstek, maar ook via LinkedIn kun jenetwerken.

c: personal branding

Personal branding werkt goed via Twitter envia het opzetten van je eigen weblog waarop je je kunt profilerenals professional met een bepaalde specialisatie.

d: samenwerken en co-creatie

Samenwerken gaat goed in Google docs, wiki’sof via het samenwerken aan presentaties in Prezi.

Stap 3. Kies een aantal media omte experimenteren

‘Wanneer je niet kunt fietsen, is lopenaltijd sneller’. Wanneer je bepaalde tools niet beheerst, zul je zeook niet snel gaan gebruiken. Daarom is het goed om nieuwe tools teverkennen. De ‘big five’ van sociale media zijn zich aan hetuitkristalliseren: Facebook, Hyves, LinkedIn, Twitter en Youtube.Hoewel de eerste twee minder gericht zijn op professioneleontwikkeling en we daarom eerder LinkedIngroepen en Twitter zoudenaanraden, is het mogelijk dat er interessante Facebookgroepen zijn.Daarnaast zijn er vele andere sociale media zoals blogs, Yammergroepen, Slideshare presentaties, Ning communities: minder bekendmaar daarom niet minder interessant.

Wat na het maken van een keuze belangrijk is,is dat je deze tool(s) gedurende een bepaalde periode uitprobeert.Stel bijvoorbeeld Twitter een maand in, waarin je elke dag hieraanwat tijd besteedt. Aan het einde van deze maand kun je danbesluiten of het iets voor je is, en of het je iets oplevert ofniet. Zoals we al eerder hebben aangegeven zit een groot deel vande kracht van sociale media in de online netwerken die je daarcreëert en waar je gebruik van kunt maken. Dat vraagt wel om eenlangere termijn investering.

Stap 4. Zoek relevante professionals opsociale media

Zoals al eerder gezegd: de waarde van socialemedia zit niet in de tools, maar in de kwaliteit van het netwerkdat je verzamelt. Een goed vertrekpunt is te starten met mensen dieje al kent en die vragen of ze op sociale media zitten (of zoeken).Helaas is niet iedereen te vinden op sociale media. In datgeval  kun je een groep collega’s uitnodigen om samen teexperimenteren. Je kunt ook starten met het volgen van een bepaaldehashtag op twitter). Als je eenmaal begonnen bent is het vaak nietmoeilijk je netwerk uit te breiden. Op Twitter kan het je opvallendat iemand een interessant artikel doorstuurt. Vaak is dan te zienwie dit artikel oorspronkelijk geplaatst heeft. Zo kun je op nieuwemensen komen om toe te voegen aan je netwerk. Of je kijkt eens bijiemand die je interessant vindt op Twitter, wie hij of zij volgt.Binnen LinkedIn kun je zoeken naar groepen.

Stap 5. Bepaal wanneer je tevredenbent

Het is belangrijk je experiment tijd tegunnen. Stel dat je Twitter een maand hebt ingesteld, dan is hetbelangrijk om aan het einde van de maand te evalueren wat het jeheeft opgeleverd. Is het niets voor je? Dan is het ook prima, maardan heb je het in ieder geval uitgeprobeerd en weet je waarom hetvoor jou niet werkt. Dit evalueren moet je eigenlijk continue doen.Het kan zijn dat je eigen werk inhoudelijk verandert, en jedaardoor behoefte krijg aan andere input, dan ga je op zoek naarnieuwe mensen om toe te voegen aan je netwerk.

Valkuilen

Er zijn ook een aantal valkuilen bij hetgebruik van sociale media voor professionalisering. Een belangrijkeervaring van sociale media gebruikers is ‘information overload’,een overdaad aan informatie. Aan de ene kant is dit een gebrek aanvaardigheden om goed te filteren. Tenslotte klagen we in debibliotheek ook niet over een ‘overdaad aan boeken’. Aan de anderekant zijn er ook heel veel berichtjes. Je moet leren dat je nietalles hoeft te volgen, maar dat het een stroom is waar je in diptwanneer jij daar tijd voor hebt.

Een valkuil kan zijn dat je je teveel oponline gebeurtenissen richt waardoor je niet genoeg aandacht meerhebt voor je omgeving (je collega’s) of geen rust meer vindt. Jemoet hierin een balans vinden en niet doorslaan. Dit doorslaan kanin het begin wel gebeuren omdat je enthousiast bent, of omdat erzoveel gebeurt dat je er veel adrenaline van krijgt.

Een veel voorkomende vraag is hoe je werk enprivé gescheiden houdt. Want gebruik van sociale media houdt zichniet aan werkuren. En twitter je alleen over je werk of voeg je zonu en dan een persoonlijke noot toe? Hoe ver ga je daarin? En jehad bedacht Facebook voor privé te gebruiken, maar daar kom je tochook wel wat collega’s tegen.

Hoe ga je hiermee om? Daar is natuurlijk nieteen eenduidig antwoord in te geven. Hooguit: denk hier over na,wees je er bewust van en ga na welke betekenis iets voor je heeften welke invloed op je handelen. Meer en meer is het mogelijk omverschillende sociale media tools met elkaar te verbinden. Jekoppelt Facebook aan Twitter, wat betekent dat een nieuw berichtjevan jou op Facebook ook via Twitter verspreid wordt. Dit kan handigzijn. Het gaat er vooral om dat je je hier bewust van bent enblijft, en het aanpast als je iets toch niet prettig vindt.

En een laatste valkuil is heel veelinformatie lezen, maar er weinig mee doen. Dit kun je voorkomendoor jezelf limieten te stellen. Bijvoorbeeld een kookwekkerzetten, tien minuten lezen en dan kiezen wat je interessant vond endat  opschrijven, online of in een ouderwetsaantekenboekje.

Joitske Hulsebosch

Meer weten over het opbouwen van eenonline leernetwerk? Kom naar de workshop van Joitske Hulseboschop 31 mei tiijdens het Nationaal CongresOnderwijs & Sociale Media plaats in Diemen, metkeynotes van onder andere Doekle Terpstra en Tracy Playle.Download hier het programma. 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«