Nederlands onderwijs zakt weg

Nieuws | de redactie
13 juni 2012 | Het hoger onderwijs levert nog. Maar veel kennistrends in Nederland staan op storm. Jongens zakken ernstig weg in niveau. Kennistoppers zijn er niet genoeg en risicomijding remt talent dat durft. Bron van hoop zijn de meisjes, de gretige promovendi en India.

De cijfers en hun samenhang in ‘De Staat van NederlandInnovatieland 2012’ bevatten een schat aan inzichten en vooruitzichten. Over demiddelmatigheid van ons kennissysteem, over de kwetsbaarheid van topsectoren, over de groteimpact van internationale bedrijven als kennisaanjagers in Nederland. Ook over HBO enWO is veel te vinden dat dwingt tot grondige analyse en kritischedoordenking. ScienceGuide presenteert de meest pregnantecijfers en conclusies.

1)   HBO en WO leveren, nogwel

Nederland heeft relatief veel hoogopgeleide mensen in zijnberoepsbevolking: 32%. Dat is zoiets als Zweden en België, maaronder het niveau van Finland, Denemarken, Zwitserland en deBritten. Wereldwijd is dit ver onder de prestatieniveaus van de USAen Japan.

Groeit het aantal hoogopgeleide jongeren voldoende? Nee, detoename blijft achter bij landen als Finland en Denemarken en ookde Britten staan hier sterker. Niettemin waren de’Balkenende-jaren’ goed voor het HO-succes. Nederland steeg fors:het aantal mensen met een HBO/WO diploma steeg van 23% naar 33%.Maar bij de andere niveaus bleef ons land ernstig achter. Nederlandheeft nu meer lager en middelbaar opgeleiden dan de anderetopkennisnaties, terwijl dat rond 2000 precies andersom was.

De prestaties van HBO en WO zijn dan ook aanzienlijk, maarbeginnen steeds meer achter te lopen bij die van andere landen.Daar slaagt men er in, in steeds hoger tempo ‘volksverheffing’ terealiseren, terwijl in ons land de doorstroom gaandeweg stokt. Nietbij de jonge vrouwen, integendeel, maar bij de jongens zijn deresultaten alarmerend.

2)   Jongens worden grootprobleem

Recent werd in het HBO al duidelijk dat de Fatima’s de Jannensoeverein aan het inhalen waren. Het studiesucces van de allochtone studentes kwamhoger te liggen dan dat van de autochtone studenten. Dit blijkt eensignaal met een veel bredere betekenis geweest te zijn.

De ‘forse inhaalslag onder vrouwen’ is in ons land des temarkanter, omdat de cijfers tegelijk laten zien dat de jonge mannenkwalitatief wegzakken. “Jongens blijkt niet alleen trager, maarkennen ook een hogere uitval.” De verstrakkingen in destudieloopbanen in MBO, HBO en WO zijn juist voor hen daarom extranadelig. Hun achterstanden zijn al groot aan het worden en worden”zo goed als onoverbrugbaar.” Langstudeerboetes, inperkingen vanstudieleningen, MBO-verkortingen en dergelijke blijken kortompennywise pound foolish.

De gevolgen hiervan zijn nu al zorgelijk zichtbaar op dearbeidsmarkt, zo noteert TNO. Jongere vrouwen in de arbeidsmarktzijn beduidend beter opgeleid, tot 45 jaar scoren zij duidelijkhoger dan mannen, tussen 25 en 31 jaar bijvoorbeeld ruim 10% hoger:49% hoog opgeleid, bij mannen 38,5%. Het meest pregnant is dit inde jongste leeftijdsgroep en juist dit noemt het TNO-rapport extrazorgelijk.

Opleidingsniveau werkzame beroepsbevolking naar geslacht en leeftijd, 2010

Tussen 15 en 25 zijn de werkzame mannen slechts 10% hogeropgeleid en 39% laag geschoold. De vrouwen zijn 18%  hogeropgeleid en 27% lager. In het VO is dit ook merkbaar aan hetworden. Veel jongeren volgen dit onderwijs, maar deslagingspercentages in het middensegment zijn lager dan gemiddeldin de EU. In het hogere segment daarentegen scoren de Nederlandsejongeren duidelijk hoger en juist daar zitten weer veel meisjes opschool.

De gevolgen hiervan zijn ernstig, waarschuwt het rapport. Eensoort tweedeling tussen ‘slimme meiden’ en ‘duffe knullen’ gaat dearbeidsmarkt en kwaliteit van de productie en de economie dwarszitten en domineren, zoals prof. Dirk van Damme van deOECD al eerder op ScienceGuide gealarmeerd signaleerde. De”zo goed als onoverbrugbare achterstanden van jongens zullen ” alin de nabije toekomst” leiden tot “potentieel dramatischeconsequenties voor de kwaliteit van ht arbeidsaanbod.”

3) Onderwijs is goed, maar te weinig

Nederland “scoort steevast hoog” als de OECD het niveau vanjongeren evalueert en wereldwijd vergelijkt. Integreren eninterpreteren zijn eigenlijk de enige wat zwakkere aspecten van hunkenniskwaliteiten. Toch slaagt Nederland er onvoldoende in ditaanwezige talent optimaal te ontplooien en in te zetten. Dat blijktook uit de zwakke cijfers die ons land weet te bereiken bij zowelde toestroom van internationaal talent naar ons HBO en WO – behalvein de kunstsector – als bij de internationaleambities van het eigen talent.

He totaal aantal HO-deelnemers is internationaal gemeten in onsland relatief middelmatig. Nederlandse jongeren kiezen daarbijgraag voor gammastudies en richtingen gericht op gezondheidszorg enwelzijn. De betastudies zijn hier net als elders niet erg populairte noemen, maar in ons land bestaat hier een extra belastendknelpunt.

De ambitieuze en hoog scorende vrouwelijke student mijdt juistopvallend sterk deze richtingen. Slechts 5% van hen kiest voor eenstudie in betatechniek sectoren, even laag als in Japan. In de OECD-naties als geheel is dit 13%.Ook niet glorieus, maar relatief wel fors meer.

Aantal hoger opgeleiden gepromoveerd in exacte wetenschap en techniek per 1000 inwoners

Het minder goede studieresultaat van de jongens raakt daarmee debeta-disciplines extra hard. Nederland kent hierdoor weinigafgestudeerden in deze studies: plaats 66 van de 67 gemeten natiesin de wereldwijde Innovation Index. Daar komt nog bij, dat van dehoger opgeleide technici en betatalenten een opvallend groot deelgaat werken buiten de eigen sector en disciplines. Bijna eenderde  zoekt en vindt zijn heil elders op de arbeidsmarkt endaardoor scoort ons land op dit segmentmet grote impact op deinnovatie en economische groei extra zwak.

4) Talent en broodjes aap

Wie de kwaliteiten en motivatie hebben, laten zich ook bij onsin HBO en WO niet kisten. Die positieve boodschap laten de cijfersin De Staat van Nederland Innovatieland 2012 ook zien. Het aantalgepromoveerden neemt flink toe, maar Nederland komt van ver.Daardoor is het gat met de koplopernaties op dit terrein alsZwitserland, Finland en Duitsland nog aanzienlijk.

Aantal gepromoveerden per 1000 inwoners in de leeftijd 24-34 jaar

Omdat ook hier de prestaties in de betahoek niet zo omvangrijkzijn als elders, ligt Nederland “significant beneden” het niveauelders in Europa en de USA. De groei van het aantal kenniserkers indeze sector blijft daardoor achter. Het arbeidspotentieel op ditterrein “is daarmee kleiner dan elders” en de plaatsen op dearbeidsmarkt worden dus bekleed door meer kennismigranten en dorminder hoog gekwalificeerde Nederlanders. 

De cijfers laten meteen zien, dat de Stammtischverhalen over massa-immigratie naar ons land broodjes aap zijn.Nederland kende tussen 2000 en 2010 zelfs een sterk afwijkend patroon: in geen EU-land was “de bijdrage van hetmigratiesaldo aan de bevolkingsgroei” zo gering. Nederland heefthierdoor een slechts beperkte braingain weten teverzilveren. Het land waarvan deze gain het grootst vanis? India. Dit is sinds 2005 al de koploper, gevolgd door de USA,China, Japan en Turkije. De kennismigranten die toch binnenkomen,zijn vooral veel beta’s en technici.

Het talent dat opkomt, durft en aanpakt, ontbreekt het nietaan ondernemerschap in ons land. Maar uit de cijfers blijkt, datvooral de risicomijding elders – bij publieke en particuliereinstituties – het lastig maakt voor startups en dergelijke om zichten volle te ontplooien. Het aloude affect van het maaiveld isnog volop aanwezig in ons land.

KNAW President Hans Clevers zei bij de presentatie van hetrapport dan ook, dat hij de universiteiten en hun Tech TransferOrganisaties flink wilde aanspreken hierop. Want als we hettalent hier ook nog onvoldoende stimulansen en ruimte biedenhun dromen, verbeeldingskracht en vindingrijkheid na te jagen, danheeft ons land een paar dingen niet helemaal goed op eenrijtje.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«