De pedagogiek van excellentie

Nieuws | de redactie
22 oktober 2012 | Mitchell Esajas is terug van UCLA aan de VU. De Echo-award WO winnaar zag hoe de universiteit in California het aandurft diversiteit en excellentie te verbinden en vermengen. Wat werkt en wat niet? Wat inspireert en waar wordt de last voor de student te zwaar?

De afgelopen zomer heb ik de eer gehad om een aantal weken te studeren aan de prestigieuze University of Los Angeles in de Verenigde Staten na het winnen van de ECHO Award WO. In deze blog blik ik terug op een enerverende en leerzame zomer in de Verenigde Staten.

Net drie weken op de UCLA schreef ik al een blog voor ScienceGuide, enorm onder de indruk van de grootte van de campus, door de grote contrasten binnen de stad LA en vooral ook door de persoonlijke verhalen van studenten die ik op de UCLA campus ontmoet had. Inmiddels ben ik terug in Nederland en heb ik de tijd gehad om terug te kijken op een prachtige periode in de VS.

De laatste weken studeren aan de UCLA waren net zo avontuurlijk en leerzaam als de eerste weken en heb ik meer inzicht gekregen in het reilen en zeilen aan een grote Amerikaanse universiteit. Sinds ik terug ben gekomen hebben mensen aan mij gevraagd wat het onderwijs aan de UCLA nou beter maakt dan elders. Daarom hier mijn ervaringen over  het studeren aan een van de topuniversiteiten van de wereld en mijn gedachten over deze vraag.

Een sfeer van ambitie 

Wat mij het meeste is bijgebleven van het studeren aan de UCLA is de meeslepende en inspirerende cultuur en omgeving. Door op de campus te wonen was het moeilijk om te ontsnappen aan de sfeer ambitie en excellentie. Als ik van de dorms naar de collegezalen liep werd ik omgeven door studenten met kleurrijke t-shirts met inspirerende slogans erop. Elke student leek wel bij een bepaalde vereniging of projectteam te horen, van de UCLA volunteers group tot de African Students Union.

Op de campus hingen grote banners met quotes van een bekende football coach John Wooden zoals mijn favorieten: ‘Success is never final, failure is never fatal. It’s courage that counts. ” en “don’t give up on your dreams, or your dreams will give up on you.” Van ’s ochtends vroeg to ’s avonds laat zag je zowel mannen als vrouwen, jong en oud in sportieve kleding op weg of afkomstig van het zwembad, de tennisbaan, de atletiekbaan of de naar John Wooden genoemde gym. Mensen zijn er constant in beweging, waardoor het bijna onmogelijk is om stil te blijven zitten.

Op een paradoxale manier heb ik de tijd daar toch als ontspannen ervaren en waren de mensen die ik ontmoette open en vriendelijk. Deze sfeer in combinatie met de prachtige architectuur en goed onderhouden grasvelden en campus maakte dat er een soort excellentie in de lucht hing, een klimaat waarin je vanzelf gemotiveerd bent om naar meer en beter te streven.

Inspirerende docenten

En wat maakt de UCLA nou zo veel beter? Het eerste dat in mij op kwam: de manier waarop er les gegeven werd. De manier van college vólgen ook was heel anders dan ik in Nederland gewend ben.

Ik heb twee vakken gevolgd: Leadership principles & practices aan de Anderson school of Management en Sustainability & environment aan de Faculty of Humanities. Vanaf het eerste college werd er bij beide vakken door de docenten benadrukt dat ze het korte tijdsbestek die we samen hadden optimaal te benutten door het zowel leuk als leerzaam te maken, elkaar steeds beter te leren kennen en veel met elkaar te discussiëren. Bij beide vakken werd er elke les tijd gereserveerd om in de klas interactief met de lesstof om te gaan met behulp van experimenten, audiovisuele hulpmiddelen, creatieve groepsopdrachten en uitdagende individuele opdrachten.

Zo moesten we bij het vak Leadership verplicht elke les op een andere plek zitten om medestudenten te leren kennen en bij het vak Sustainability elke les wat over onszelf vertellen voordat de les startte. Kleine dingen die uiteindelijk voor een groot verschil hebben gezorgd.

Bijna elke les kregen we de gelegenheid om de theorie uit het boek in de praktijk toe te passen door uitdagende creatieve opdrachten uit te werken, zo leerden we zowel onszelf, de stof als onze medestudenten beter kennen. Verder was het te merken dat de docenten met plezier de kennis over hun vak met ons wilden delen en altijd open stonden voor vragen en discussie. Op deze manier wisten de docenten een sfeer te creëren waarin het leuk werd om te leren en studenten gemotiveerd en met een open mind naar de les gingen.

Dit deed mij denken aan een discussie die ik vlak voor ik vertrok nog met een aantal mensen uit het hoger onderwijs heb gevoerd tijdens de ‘Dag van de Excellentie’ van ScienceGuide en Sirius in Delft. Op de vraag hoe docenten kunnen bijdragen aan meer excellentie in het hoger onderwijs kwamen we tot de volgende conclusie: ‘haal de de docent uit zijn isolement’. De docent is een essentiële bouwsteen en dat betekent dat de docent in verbinding moet staan met zowel de student aan als de samenleving.

Zo kan de theorie voor de student extra relevant en interessant gemaakt worden door het toe te passen op de huidige en toekomstige ontwikkelingen in de samenleving. Ik heb even kunnen ervaren hoe dit in praktijk aanvoelt. De docenten die ik heb gehad aan de UCLA waren zeker niet in een isolement maar in verbinding met de studenten en de samenleving.

Diversiteit en talent gaan samen

Excellentie, diversiteit, maatschappelijke betrokkenheid en financiële stabiliteit zijn de vier speerpunten van het college van bestuur van UCLA. Alleen studenten met de beste cijfers en resultaten worden toegelaten en de beste docenten worden aangetrokken op basis van hun wetenschappelijke productie. Het voordeel hiervan is dat de kwaliteit van het onderwijs hoog is. Een nadeel is dat mensen van een minderbedeelde achtergrond uit de lagere sociaaleconomische klassen minder kans hebben om toegang tot een topuniversiteit als de UCLA te komen.

Niet omdat ze een gebrek aan capaciteit hebben, maar simpelweg omdat ze een gebrek aan middelen en faciliteiten hebben zoals degelijk basis- en middelbaar onderwijs en geld om voor goed onderwijs te betalen. Intussen heb ik de documentaire  “Waiting for Superman” gezien, waarin de gebreken van het Amerikaanse onderwijssysteem duidelijk worden weergeven. Sommige scholen zijn worden “drop-factories’ genoemd omdat ze meer drop-outs dan gediplomeerden produceren.

Veel van deze scholen zijn in de achterbuurten van Los Angeles, dit zijn vaak ook de buurten waar kinderen van migranten en Afro-Amerikaanse en Latijns-Amerikaanse mensen uit lagere sociaaleconomische klassen opgroeien. De plek waar ze opgroeien bepaalt voor een groot deel hun toekomst en de kans is klein dat ze ooit als student de UCLA terecht zullen komen.

Om de toegang tot de UCLA voor deze groepen te en hun academische vaardigheden te verbeteren bestaat het Academic Advancement Program (AAP) van de UCLA. Dat is het meest uitgebreide programma in de VS op het gebied van diversiteit en excellentie omdat ze een scala aan activiteiten organiseren die er opgericht zijn het studenten van diverse achtergronden te laten excelleren. Ze organiseren o.a. Summercourses om studenten klaar te stomen op hun academische carrière, een programma dat ook op de VU samen met UCLA aan eerstegeneratie studenten wordt aangeboden.

Inspirerende personen zoals PvdA-HIO-woordvoerder Tanja Jadnanansing en andere ‘geslaagden’ in de samenleving nemen hier aan deel om hun kennis en ervaring met de eerstejaarsstudenten te delen. Net als bij UCLA worden ze in hun eerste semester begeleid door een ouderejaars student om ze te helpen de eerste obstakels te overkomen. Dit tekent UCLA: er wordt geïnvesteerd in het talent van studenten met het doel het beste uit individuen te halen. Ik heb dit van dichtbij kunnen meemaken door een paar dagen mee te lopen bij de AAP en heb daar geleerd over pedagogy of excellence.

Pedagogiek van uitblinken

Depedagogy of excellenceis een veelomvattende pedagogische filosofie die ten grondslag ligt aan de manier van lesgeven die door het AAP gebruikt wordt. De theorie is ontwikkeld door dr. Bermeo van de UCLA waarin de gedachte centraal staat dat hoge verwachtingen van een student leiden tot betere prestaties. Als men een sfeer weet te creëren doet waarin vertrouwen in de studenten wordt gecommuniceerd, waarin de student wordt uitgedaagd hoge doelen te stellen en naar persoonlijke en academische excellentie te streven.

De student wordt hierbij niet gezien als een risicofactor, maar als een persoon met talent en de potentie om te excelleren. Dit betekent dat er geen genoegen wordt genomen met gemiddelde prestaties of een zesjescultuur.

Men heeft hoge verwachtingen van de student, men gelooft in de potentie en de kracht van de studenten, ook als ze van een minderbedeelde achtergrond zijn. De pedagogische methode wordt niet alleen in woorden geuit maar ook in daden omgezet en in middelen die worden ingezet om excellentie onder deze studenten te stimuleren.

De gedachte is dat mensen de cultuur van het instituut waar ze werken of studeren internaliseren. Men erkent hierbij de culturele en sociaal economische achtergrond van studenten en de manier waarop dit effect kan hebben op hun leertraject. Veel van de studenten die deelnemen aan het AAP hebben zware obstakels moeten overwinnen om op UCLA terecht te komen.

Zo leerde ik een meisje kennen afkomstig van de Los Angeles Highschool, ze vertelde dat haar moeder voedselbonnen moest gebruiken om maandelijks rond te komen en dat de meerderheid van haar klasgenoten uit vergelijkbare omstandigheden kwam. Velen hebben dan ook nooit hun middelbare diploma gehaald. Ondanks het feit dat ze van een  “drop-out factory” afkomstig was heeft ze haar middelbare school met goede cijfers afgerond waardoor ze dit jaar mocht beginnen aan een studie aan UCLA.

Ze is geïnspireerd door de woorden van Henry Ford: “Whether you think you can, or you think you can’tyoure right.” Zo deden er dit jaar meer dan 200 eerstegeneratiestudenten mee aan de Summercourses van de AAP.

Terug in Nederland

Vol enthousiasme kwam ik na een paar weken in de VS te hebben gestudeerd en gereisd terug in Nederland. De Summercourse aan de VU was dit jaar weer geslaagd met meer dan 100 betrokken studenten maar ik ben geschrokken door de verhalen van vele vrienden en mede-studenten die worden geconfronteerd met langstudeerboetes en instellingscollegegelden die ze moeten betalen om hun studie af te ronden.

Mijn eerste dag terug op de VU viel mijn oog direct op het voorpagina artikel in ons universiteitsblad AdValvas getiteld ‘De nachtmerrie van Geert Wilders’. Een artikel waarin dr. Maurice Crul wijst op de trend binnen hogere onderwijs instellingen in Nederland. Binnen een aantal jaren zal de meerderheid van de studenten op hogescholen en universiteiten in een Randstad een niet-westerse achtergrond hebben. Tegelijkertijd worden alle programma’s zoals de Summercourse VU die gericht zijn op diversiteit en excellentie wegbezuinigd. Geen goed teken.

Een paar dagen later stond de VU in het nieuws om de protestacties tegen de rigoureuze bezuinigingen die worden doorgevoerd binnen de instelling. Werknemers zien de instellingen veranderen in een onderwijsfabriek waarin niet de kwaliteit van het onderwijs centraal staat maar het bedrijfsresultaat aan het einde van het jaar. In de lijsttrekkersdebatten voor de verkiezingen lijkt men het meer over het wel of niet terugtrekken van de langstudeerdersboete te hebben dan over concrete maatregelen om de kwaliteit van het beroeps- en hoger onderwijs naar een hoger niveau te brengen.

Ik ben terug in Nederland en nu hoop ik dat studenten, docenten zowel als beleidsmakers iets kunnen leren van wat ik heb kunnen ervaren bij UCLA. Dat is dat alle studenten de potentie hebben om te excelleren als er een omgeving wordt gecreëerd die dat toelaat. Dat kan met docenten die in verbinding staan met hun studenten en de samenleving en in een instelling die ernaar streeft het maximale uit mensen te halen. 

Mitchell Esajas


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK