Wiskunde helpt bij laatste sigaret

Nieuws | de redactie
16 oktober 2012 | Wiskundigen, biometrici en psychologen hebben het wiskundig model ontworpen voor de beste stop-met-roken-strategie voor elke verslaafde. Dat is blijkt nodig, omdat nicotine weliswaar binnen een dag verdwijnt, maar dat de zin om weer te gaan roken nog maanden kan aanhouden

Moet je nu langzaam afbouwen of ineens stoppen om definitief vanje rookverslaving af te komen? Deskundigen zijn het er niet overeens, en zoals nu blijkt, terecht.  De afdelingBiometris  van Wageningen samen met psychologen van de UvA eenwiskundig model opgezet waarmee ze bepaald hebben wat de bestestop-strategie is. In het model worden drie factoren onderscheiden,het nicotinegehalte in het lichaam, de zin om  een sigaret ofsigaar op te steken en de wil om dat toch niet te doen.Uiteindelijk moet de wil het winnen van de zin.

Vrij simpel proces

Het computermodel, dat deze week gepubliceerd wordt in hettijdschrift PLOS ONE, laat zien dat de kans dat dat lukt, hetgrootst is bij een combinatie-aanpak: eerst langzaam afbouwen en ophet juiste moment helemaal stoppen. Helemaal nooit beginnen blijftnatuurlijk de beste strategie.

Nicotineverslaving is eigenlijk een vrij simpel proces. Denicotine die via het roken in je lichaam komt activeert receptorenin je hersenen, die stimuleren de activiteit van dopamine, eenzogeheten neurotransmitter. Dat geeft de roker een prettig gevoel.Daalt het nicotineniveau, dan neemt de activiteit van dopamine af.Omdat je inmiddels gewend bent geraakt aan de hogere activiteitkrijg je zin om weer te gaan roken.

Breek de cirkel

De cirkel is rond, de vraag is hoe die te verbreken. Het punt isdat de nicotine in je lichaam weliswaar binnen een dag isverdwenen, maar dat de zin om weer te gaan roken nog maanden kanaanhouden. Simpel gezegd: je moet echt willen stoppen, wil de wilhet van de zin winnen. Daar zit het echte probleem.

De wil om te stoppen met roken, een factor die in het model”zelfcontrole” of “sociale controle” wordt genoemd, wordt beïnvloeddoor heel veel aspecten: het besef dat roken slecht is voor jegezondheid én voor die van mensen in je omgeving, de socialeacceptie van roken, de prijs van sigaretten, het rookverbod inallerlei gebouwen, dat speelt allemaal een rol. De afweging van aldie aspecten is voor iedereen anders. Een therapie om te stoppenmet roken moet zich dus niet enkel richten op het verminderen vande zin om te roken, het stimuleren van de wil om te stoppen iszeker zo belangrijk.

Model met drie factoren

Het wiskundig model bevat drie factoren, het nicotinegehalte vanhet lichaam, de zin om te roken en de wil om te stoppen. Diefactoren beïnvloeden elkaar in het model op een zodanige manier dater twee stabiele toestanden zijn, die van de verstokte roker en dievan de overtuigde onthouder. Een tussentoestand is er niet, inieder geval niet in het model.

In werkelijkheid waarschijnlijk ook niet, getuige de problemendie zogenaamd “matige” rokers hebben als ze willen stoppen. Wat welkan is dat iemand op de wip zit, de verstokte roker heeft dan nogmaar een klein zetje nodig om het roken voor eens en voor altijd afte kunnen zweren.

Dat is precies wat het model beschrijft, door de hoeveelheidnicotine die een roker per dag inneemt  langzaam teverminderen zorg je er voor dat die persoon op de wip komt tezitten. Op dat punt is het relatief het gemakkelijkst om met eenextra zetje helemaal te kunnen stoppen met roken.

Het kantelmoment

Gewoon het besef dat het je lukt om ineens een hele dag niet teroken, of te merken dat het eten anders  smaakt of de bloemenbeter ruiken kan al die stimulans zijn, dat is voor iedereenanders. Daar kan een wiskundig model natuurlijk niets over zeggen,dat zegt enkel dat er zo’n kantelmoment is. 

Het is en blijft natuurlijk een computermodel, maar belangrijknieuws is dat het model aangeeft dat een combinatietherapie weleens het meest kansrijk zou kunnen zijn. Waarschijnlijk voelt deroker zelf wel aan wanneer het juiste moment is om echt te stoppen,het model geeft aan dat er inderdaad zo’n moment is en dat geeft deburger moed.

Het wiskundig model is opgezet voor rookverslaving en kan helaasniet zomaar vertaald worden naar andere verslavingsvormen. Welzullen bij een willekeurige verslaving dezelfde drie factoren eenrol spelen: lichaamsprocessen, de zin om toe te geven en de wil omje te verzetten. Hoe die op elkaar inspelen en of dat altijd totzo’n model leidt zoals hier voor roken,  is niet duidelijk.Wel kunnen wiskundigen met modellen dergelijke vragen aanpakken, insamenwerking met psychologen. Ook dat is nieuws. 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK