Leraar leert leerling mores

Nieuws | de redactie
9 november 2012 | Hoe dragen docenten bij aan de morele vorming van hun leerlingen, en waarom is dat belangrijk? Volgens Radboud-filosoof Wouter Sanderse biedt de eeuwenoude deugdethiek nu inzicht in hoe docenten hoe moraal-vormende taak beter kunnen doen.

Wouter Sanderse die op 19 november promoveert stelt dat de meeste leraren in het VO beseffen dat ze niet alleen maar een vak geven. Ze staan namelijk ook als mens, met al hun deugden en ondeugden, voor de klas. Leerlingen pikken dat bewust en onbewust op. Morele vorming is daarmee niet in eerste instantie een ‘lesje ethiek’, maar de poging van leraren om leerlingen te betrekking bij hun streven een voorbeeldig mens te zijn, ook in de klas. 

Behoefte aan moreel kompas

Deze subtiele morele vorming is echter problematisch. Binnen het onderwijs en de lerarenopleidingen wordt maar weinig nagedacht hoe deze taak nog beter kan. Dat komt onder andere omdat ‘goed’ en ‘slecht’ worden gezien als thema’s waarover ieder zo zijn mening heeft.

Wanneer leraren zich realiseren dat hun waarden door persoonlijke voorkeuren worden ingegeven, deinzen ze er voor terug om daarmee anderen ‘lastig’ te vallen. ‘Wie ben ik om…?’, vragen ze zich af. Ze onderschrijven de moreel-vormende taak van het onderwijs, maar ervaren tegelijkertijd een ‘handelingsverlegenheid’ om daaraan op een professionele manier invulling te geven.

Een moreel kompas – dat is waar veel leraren behoefte aan hebben. Zodat ze voor zichzelf en in dialoog met anderen kunnen beargumenteren wat van een voorbeeldige leraar mag worden verwacht. Sanderse stelt dat leraren zich beter van hun taak kunnen kwijten als ze meer inzicht hebben in de betekenis van ‘morele vorming’.

Aristoteles als leidraad

Wouter Sanders onderzocht daarom hij drie vragen: waaruit bestaat die moreel vormende taak, waarom is ze van belang, en, hoe kunnen leraren de morele ontwikkeling van leerlingen het beste stimuleren? Sanderse beantwoordde ze door te rade te gaan bij een antieke filosofische theorie, namelijk de deugdethiek van Aristoteles (384–322 vChr), wiens praktische filosofie in de twintigste eeuw een ware revival doormaakte.

Veel van kritieken die in de tweede helft van de twintigste eeuw op de deugdethiek zijn geuit, zijn voglens Sanderse te weerleggen. De hedendaagse deugdethiek blijkt zich goed staande te kunnen houden tussen de drie dominante benaderingen in de twintigste eeuw: waardeverheldering, cognitieve ontwikkeling en zorgethiek.

Afgezien van de theoretische bijdrage die de deugdethiek aan discussies over de aard en wenselijkheid van morele vorming levert, biedt ze vooral ook een concreet leidraad voor de praktische invulling van morele vorming in het onderwijs, weet Sanderse uit ervaring. Naast zijn promotieonderzoek gaf hij de afgelopen jaren trainingen over morele vorming en moreel leiderschap aan groepen docenten en schoolleiders.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK