Forse inperking deeltijd aanstaande

Nieuws | de redactie
7 januari 2013 | Hogescholen bereiden forse inperkingen van hun deeltijdopleidingen voor. Dreigende bezuinigingen en de trend tot inperking van het portfolio van opleidingen zetten aan tot krimp. Bewust minder aanbod aan studenten moet leiden tot betere inkomsten uit minder versplintering.

De deeltijdopleidingen kregen in het voorjaar van 2012 een klap. Staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) kondigde aan de financiering van dit aanbod drastisch te willen herzien. Niet de opleiding, maar de deelnemer zou voortaan het geld ontvangen, een soort vouchersysteem.

Alleen deeltijd op hoofdpunten

Alle hogescholen gingen snel aan het rekenen. ScienceGuide verneemt dat bij een reeks grote hogescholen het inperken van het totaal aan opleidingen en varianten nu met kracht ter hand wordt genomen. Daarbij wordt in het bijzonder gekeken naar de verschillende vormen van deeltijdopleidingen die nu nog verbonden zijn aan het voltijdse bacheloraanbod. 

Veel verschillende hogescholen willen af van een dergelijk automatisme en overwegen alleen nog deeltijd aan te bieden op een beperkt aantal hoofdpunten van opleidingsdomeinen waar zij ook duidelijk inkomsten uit kunnen halen.

Voor hogescholen werd namelijk duidelijk dat zij plotseling grote risico’s liepen op middellange termijn. Sommigen in het HBO krijgen immers meer dan 15 á 20 procent van hun inkomsten uit de financiering van hun deeltijdopleidingen. Grote onzekerheid over zoveel geld maakte direct noodzakelijk dat ruim van te voren de financiën kritisch doorgelicht werden, om grote tegenvallers na 2017 te voorkomen.

Hoofdbrekens voor hogescholen

Twee aspecten geven extra hoofdbrekens hierbij. Zijlstra’s ingreep kwam uit het niets. Noch in het rapport-Veerman, noch in Zijlstra’s eigen strategische agenda was iets te lezen geweest over vergaande ingrepen in de bekostiging van de helft van het soort opleidingen, de deeltijdsector. Toch moest het HBO-topmanagement dit nu opeens als nieuw feit zien op te vangen in de begrotingen.

Tweede zorgelijke aspect: men moest op korte termijn prestatieafspraken met het kabinet klaarmaken en ook daarin zou de toekomst van de eigen deeltijdsector op tafel moeten komen.

Dit dwong tot grote omzichtigheid met plannen voor bijzondere aandacht of extra investeringen in dat deeltijdaanbod. Het risico werd immers groot, dat men aan zulke plannen gehouden zou worden, terwijl de overheid zelf haar geld daarvoor op korte termijn zou schrappen. Bijna iedere hogeschool bleef dan ook opvallend vaag en algemeen als het om de toekomst van de deeltijd ging.

Duimschroeven voor deeltijd

Het regeerakkoord VVD-PvdA deed de deur dicht voor de HBO-top. Niet alleen kwamen er geen extra investeringen in kennisbeleid, juist op het deeltijdpunt werden de duimschroeven extra aangedraaid. De plannen van Zijlstra voor deeltijdvouchers vanaf 2017 werden in dit akkoord niet teruggedraaid. Zij hangen dus nog volledig boven de markt.

Bovendien gaat het regeerakkoord uit van efficiencykortingen op verschillende elementen van het hoger onderwijs budget. Eén daarvan is een grotere doelmatigheid door het terugbrengen van het aantal opleidingen, dus door minder versplintering en minder variëteit in het aanbod aan de studenten.

De colleges van bestuur hebben dit signaal begrepen. Als zij hun portfolio van opleidingen niet flink saneren, gaat ze dat opbreken. Zij zullen dan met flink minder geld van OCW allerlei onderdelen van hun aanbod overeind moeten zien te houden. Dat zou alleen lukken als zij veel hoger collegegeld zouden vragen daarvoor, of als zij de rest van hun aanbod gaan afromen om die ‘inefficiënte’ opleidingen open te houden.

Inperkingen in WO al in gang

Bij de universiteiten is de beweging al zichtbaar dat men zulke stevige inperkingen van het portfolio in bijvoorbeeld de kleine taalopleidingen in hoog tempo doorvoert. Het WO heeft hier minder keuze, omdat de deeltijdsector daar veel kleiner is dan in het HBO. Men moet dus direct in voltijdse opleidingen gaan snijden en zal bijvoorbeeld ook het aantal kleine master nog verder reduceren.

In het HBO is de flexibiliteit voor zulke ingrepen groter. De grote deeltijdsector biedt ruimte aan de CvB’s om het aanbodportfolio flink te verkleinen. De dreiging van Zijlstra’s plannen van vorig jaar, maakte dat al acuut en dat wordt nu niet minder. Daarnaast zullen veel hogescholen kleine varianten van grotere voltijdse bacheloropleidingen gaan samenvoegen om ook zo hun portfolio te verstrakken.

Schrappen of uitruilen

De meeste ‘winst’ zal echter zitten in het fors verminderen van deeltijdse varianten van de voltijdse opleidingen die de hogescholen feitelijk weinig of geen inkomsten opleveren. Deze zouden na 2017 hoogstwaarschijnlijk ook weinig vouchers als nieuwe bron van inkomsten weten aan te trekken. Als een hogeschool deze delen van haar deeltijdaanbod reeds nu gaat schrappen of met anderen uitruilt tot een veel kleiner totaalaanbod, dan slaat zij meerdere vliegen in één klap.

Fors minder deeltijd voorkomt grote tegenvallers na 2017 als Zijlstra’s vouchers er dan zouden komen. Tevens zorgt het voor efficiënter aanbod van varianten en onderdelen van het gehele palet aan opleidingen.

Daarmee vangt dit komende bezuinigingen als het ware preventief al op. Bovendien biedt fors minder deeltijd een aantrekkelijke vorm van profilering en zwaartepuntvorming. Zo kan het HBO scoren bij de strenge monitoring die Review Commissie Van Vught zal gaan uitvoeren juist op het punt van de concrete vertaling van profilering in het onderwijsaanbod.