Lessen uit lenen

Nieuws | de redactie
9 april 2013 | Kennisnaties die een leenstelsel kennen kunnen Nederland veel leren. CHEPS concludeert bijvoorbeeld dat “studieleningen flexibel [moeten] zijn, zowel wat betreft de toekenning als de terugbetaling: voor eenieder op vrijwillige basis beschikbaar en terugbetaling naar draagkracht.”

Het kabinet heeft de Kamer enkele studies en conclusies gezonden over een leenstelsel voor de studiefinanciering. Minister Bussemaker merkt daaruit onder meer op, dat leenaversie wel degelijk een rol speelt, maar ook goed opgevangen lijkt te kunnen worden.

Ook is het inkomenspolitieke aspect van het leenstelsel nog eens scherp aangegeven door de minister. “Bij de constatering van CHEPS dat vooral veel jongeren uit hogere inkomensgroepen naar het hoger onderwijs gaan, kan gesteld worden dat de huidige basisbeurs juist voor deze groep weinig toevoegt aan de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Daarom vindt het kabinet het gerechtvaardigd een groter beroep te doen op de studenten (en hun ouders) om zelf bij te dragen in de kosten voor levensonderhoud. De overheid blijft wel investeren in studeren. Die investeringen komen ten goede aan alle studenten uit zowel lagere als hogere inkomensgroepen. Daarmee gaat het om de combinatie van goede toegankelijkheid met meer kwaliteit.”

De internationale studie van CHEPS biedt een interessante hoeveelhied verglijkingsmateriaal. Enkele van de highlights en de lessen die CHEPS voor de SF-hervorming in ons land trekt, vindt u hierna. Het volledige stuk van OCW leest u hier.

Toch kiezen voor studeren

“Studiefinanciering en collegegelden zijn net als in Nederland in vele andere landen met enige regelmaat onderwerp van discussie en beleidsmatige verandering. Het Centre for Higher Education Policy Studies (CHEPS) heeft dit in acht landen onderzocht en geanalyseerd. Doelstelling is het meenemen van de ‘lessons learned’ die in die landen zijn opgedaan. In dit onderzoek heeft CHEPS gekeken naar een aantal landen die hierin het voortouw hebben genomen en naar landen die een gelijkwaardige sociaal-economische structuur kennen als Nederland.

In alle landen die zijn onderzocht, speelt de vraag in hoeverre de toegankelijkheid van het hoger onderwijs negatief beïnvloed wordt met hogere van private bijdragen van studenten. Volgens het CHEPS is het algemene beeld dat een verhoging van private bijdragen voor het hoger onderwijs beperkte en tijdelijke effecten heeft. Het aantal studenten dat zich aanmeldt bij universiteiten en hogescholen daalt doorgaans niet of slechts marginaal na een substantiële verhoging van de private bijdrage in combinatie met studieleningen.

Bovendien herstellen de traditionele deelnamepatronen zich na één of twee jaren. Ook blijft de verhouding tussen studenten uit lage en hoge inkomensgroepen in die landen doorgaans gelijk. Dat neemt niet weg, dat er regelmatig felle discussies worden gevoerd omtrent veranderingen in de financiële arrangementen voor studenten. Onderzoek wijst uit dat (aankomend) studenten een afkeer hebben van collegegelden en studieschulden. Leenaversie speelt dus wel een rol, zij het een beperkte. Als men moet kiezen, dan kiest men wel voor studeren. Studenten kiezen echter wel bewuster.”

Lessen van elders

“De hogere private bijdrage in combinatie met studieleningen hebben in Australië tot nu toe geen nadelige gevolgen gehad voor de deelname aan het hoger onderwijs. Vele studies hebben dit laten zien. Met het extra geld heeft de overheid juist het aantal studieplaatsen fors uitgebreid. In Nieuw Zeeland is de studentenpopulatie wel relatief jonger geworden.

In Engeland hebben alle veranderingen van de afgelopen decennia niet geleid tot een afname van het aantal studenten. In 20 jaar is de instroom juist verviervoudigd. Ook hier is het aandeel studenten uit lagere inkomensgroepen onveranderd. De beschikbaarheid van studieleningen heeft de negatieve effecten van de hogere private bijdragen opgevangen.

Bij de zeer omvangrijke collegegeldverhoging naar gemiddeld bijna €10.000 per jaar is in Engeland in 2012 wel een afname van het aantal aanmeldingen waargenomen. Het gaat om een daling tussen de 7% en 9%. Volgens CHEPS is in Engeland nog niet vastgesteld in welke mate de sterk verhoogde collegegelden iets te maken hebben met de afname van de aanmeldingen.

Canada en de VS kennen een grote variëteit aan dure en minder dure studies en instellingen. Er is ook een behoorlijk verschil in studiefinancieringsarrangementen tussen de provincies, staten en universiteiten. De continue stijging van collegegelden aan universiteiten zet de toegankelijkheid wel enigszins onder druk, hetgeen versterkt wordt door sterke selectie.

Open toegang en lage collegegelden bij de ‘community colleges’ vangen dit weer op. Omdat beurzen en leningen vooral gericht zijn op studenten uit de lagere inkomensgroepen hebben ze een positieve invloed op de deelname. De belastingfaciliteiten worden vooral door de hogere inkomensgroepen gebruikt en zijn daardoor minder effectief als toegankelijkheidsinstrument.

Ten slotte zijn in Noorwegen en Zweden studenten financieel onafhankelijk van hun ouders. Ondanks de afwezigheid van collegegelden lenen zij daar vaker dan in Nederland. Tussen de 80% en 90% van de studenten leent er. Veel studenten geven aan dat zij zonder de beschikbaarheid van leningen niet waren gaan studeren. Beurzen vinden ze uiteraard positiever. Studenten proberen daarnaast te werken.”

Verschuiving naar schulden

“Alles overziende, blijkt dat financiële prikkels doorgaans beperkte en tijdelijke effecten hebben op studiekeuzegedrag. De internationale praktijk laat zien dat ook wat nu als een majeure verandering geldt, al snel als nieuw referentiekader gaat dienen, waarmee de impact wegebt. In gevallen van substantiële collegegeldverhogingen worden vooral studenten uit lage inkomensgroepen gecompenseerd om toegankelijkheidsproblemen te voorkomen.  Wat betreft studieleningen treedt er een duidelijke verschuiving op in de richting van inkomensafhankelijke terugbetaling van studieschulden.

Conclusies van CHEPS: reflectie en lessen voor Nederland

Naar aanleiding van de Nederlandse discussie geeft CHEPS aan dat over de invoering van een sociaal leenstelsel ter vervanging van de basisbeurs de volgende lessen kunnen worden geleerd:

• Studieleningen moeten flexibel zijn, zowel wat betreft de toekenning als de terugbetaling: voor eenieder op vrijwillige basis beschikbaar en terugbetaling naar draagkracht.

• Terugbetaling kan worden gefaciliteerd door dit zoveel mogelijk automatisch te laten plaatsvinden. Het psychologische effect van de financiële afdracht wordt dan afgezwakt.

. Extra ondersteuning van afgestudeerden met terugbetalingsproblemen kan helpen, zoals een terugbetalingsvrije periode of een aangepast terugbetalingsschema.

• De toegankelijkheid van studenten uit sociaal-economisch zwakkere milieus kan vooraf worden versterkt door extra faciliteiten zoals hogere “aanvullende beurzen”. Positieve aandacht en compensatie voor deze groep heeft tevens een positief psychologisch effect.

• Leeftijdsgrenzen hebben een beperkende invloed op de deelname van vooral oudere en deeltijdstudenten. Aandacht en stimulering van deze groepen helpen om de algemene deelname aan hoger onderwijs te vergroten.

• Binnen de bredere beleidsdoelstelling om te komen tot een hogere kwaliteit van het onderwijs en tot meer studiesucces behoort het beperken van de periode waarin men studiefinanciering mag gebruiken ook tot de mogelijkheden.

• Monitoring van de effecten van financiële maatregelen op iets langere termijn is aan te bevelen om, waar nodig, bijstellingen te doen en toekomstig beleid te formuleren.

• Ten slotte zijn eenvoud, transparantie en heldere communicatie zeer belangrijk. Niet alleen wat betreft de collegegelden en studiefinancieringsarrangementen, maar ook ten aanzien van de te verwachten studieschulden, terugbetaling en het toekomstig inkomen dat studenten kunnen verwachten.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK