Wicked problems, ook voor HBO

Nieuws | de redactie
5 juni 2013 | Om maatschappelijke vraagstukken op te lossen moeten alle belanghebbenden samenwerken. Maar de burger wil snelle oplossingen in de praktijk en wetenschappers willen grondige analyses. Dat botst. En waar blijven de hogescholen hierin?

Grote maatschappelijke uitdagingen vragen om een aanpak waarin alle belanghebbenden samenwerken. Onderzoekers, overheden en maatschappelijke organisaties zijn samen veel beter uitgerust voor deze taak. Het Rathenau Instituut onderzocht hoe kenniscoproductie en heeft negen aanbevelingen, die vooral voor vakministers mogelijkheden bieden.

The moon and the ghetto

Meer dan dertig jaar geleden werd het boek “The moon and the ghetto” geschreven. Hierin vroeg Richard R. Nelson zich af waarom men wel in staat was om binnen enkele jaren naar de maan kon reizen, maar de problemen in Amerikaanse achterbuurten niet kon oplossen.

Volgens Wouter Boon, redacteur van het Rathenau rapport “Kenniscoproductie voor de grote maatschappelijk vraagstukken”, komt dat doordat “The Mission to the Moon” een veel helderdere opdracht was. “Er was een duidelijke opdracht en een duidelijke opdrachtgever. Bij maatschappelijke problemen weet je vaak niet precies wat het probleem is. Of alle probleemeigenaren denken er anders over. Om tot een bevredigende uitkomst te komen is dus veel moeilijker.”

Verbinden van verschillende frames

Trees Pels, bijzonder hoogleraar ‘Opvoeden in de multi-etnische stad aan de VU, werkt hard om dit soort problemen aan te pakken. Kennisinstellingen, de Gemeente Amsterdam en formele en informele instellingen voor de jeugd werken samen in de Kenniswerkplaats Tienplus.

“Wat wij doen is echt in de praktijk, voor de praktijk en met de praktijk,” legt Pels uit. De verschillende achtergronden van alle betrokkenen maken het soms lastig. “De belangen van de belanghebbenden verschillen heel erg binnen een coproductie. We letten erg op ons taalgebruik om de verschillende frames van verschillende partners te verbinden.”

“Professionele dienstverleners hebben een heel ander frame. Ze spreken bijvoorbeeld over zelforganisatie om buurtbewoners naar de zorg te leiden. De maatschappelijke organisaties daarentegen zien zichzelf als een onafhankelijk deel van de civil society, en willen ook op die manier gezien en gewaardeerd worden.”

Dienstbare wetenschapper

Het verwerven van kennis en het schrijven van wetenschappelijke artikelen staat soms onder druk in kenniscoproductie. “Als wetenschapper moet ik producten leveren, maar dat komt er bekaaid vanaf. Het is enorm arbeidsintensief om tijdens dit soort projecten een artikel te schrijven. Er komen heel andere producten uit want je stelt je dienstbaar op bij zo’n groot maatschappelijk project. Dat is de enige manier om de kennis en de praktijk bij elkaar te krijgen.”

Pels denkt dat kenniscoproductie leidt tot betere, reflectievere professionals. “Het is heel belangrijk om dit al te leren tijdens de opleiding. Als docenten nemen we onze studenten mee naar het veld. Ze doen ook interviews met moeders en vaders uit de buurt. Zo leren ze tijdens hun studie al hoe het in de praktijk werkt en hoe je samen zou kunnen werken met andere organisaties en mensen.” Pels ziet dat kenniswerkplaatsen steeds vaker worden ingezet om maatschappelijke vraagstukken op te lossen.

Wicked problems

In de landbouw wordt al langer gebruik gemaakt van kenniscoproductie. De Wageningse hoogleraar Johan Bouma vindt dat onderwerpen ook breder moeten worden aangevlogen dan door alleen “de gouden driehoek”, van overheid, onderzoekers en ondernemers. “Je kan niet om maatschappelijke organisaties heen, dan gaat het gewoon mis.”

Het probleem is volgens Bouma dat veel maatschappelijke vraagstukken “wicked problems” zijn. Bij klimaatverandering is er net als bij het gettoprobleem van de jaren ‘70 geen eenduidige oplossing en zijn heel veel verschillende belangen. “Zowel de wetenschap als de maatschappij kunnen heel slecht met deze wicked problems omgaan. De maatschappij is ongeduldig is en wil snel duidelijke antwoorden. Onderzoekers vinden de vraagstelling van deze maatschappelijke vraagstukken vaak te complex om een eenduidig antwoord te geven, en hebben dus moeite om erover te publiceren.”

Als je niet weet waar je heen wilt is elke weg de goede

“We moeten weg van zinloze feiten en ongefundeerde meningen, het is tijd voor meningen die gebaseerd zijn op feiten.” Om dit voor elkaar te krijgen moet je volgens Bouma niet meteen alle belanghebbenden uitnodigen om een probleem aan te pakken. “Nodig eerst de cruciale stakeholders uit en ga met hen de diepte in. Krijg ieders beweegredenen en belangen boven tafel en ga dan pas met de rest om tafel zitten.”

Bouman is het niet met het Rathenau eens dat kenniscoproductie om het proces gaat en dat het resultaat ondergeschikt is. “Als je niet weet waar je heen wilt is elke weg de goede. Maar je komt nergens”. De Wageningse hoogleraar heeft nog een belangrijke tip: ”richt je heel goed op de feiten en ga daar met veel bevlogenheid voor!”

Huiverig voor lectoraten

Een opvallende afwezige bij deze bijeenkomst over maatschappelijk relevant onderzoek zijn de hogescholen. Terwijl de traditionele wetenschap “voor kenniscoproductie volstrekt nog niet voor geëquipeerd is”, zegt Barend van der Meulen van het Rathenau Instituut. Zouden hogescholen deze rol dan niet op zich moeten nemen?

“Ik ben huiverig om deze rol nu al bij lectoraten neer te leggen. Op dit moment is het de vraag of we deze functie bij universiteiten of bij hogescholen moeten leggen. Als universiteiten niet snel deze functie oppakken doen de hogescholen dat. De vraag is of dat wel gewenst is. Ik weet niet of dat de kwaliteit van het onderzoek en onderwijs ten goede komt. Het oplossen van maatschappelijke vraagstukken wil je ook graag bij academici leggen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK