OCW bankier van de onderwijssector

Nieuws | de redactie
18 juli 2013 | OCW wil het makkelijker maken voor onderwijsinstellingen om geld te lenen bij het Ministerie van Financiën. Dit betekent dat wanneer een onderwijsinstelling failliet gaat, OCW voor de restschuld garant staat. Minister Dijsselbloem komt nog met een richtlijn voor het gebruik van derivaten.

In 2009 is in opdracht van OCW een rapport opgesteld over de financiële risico’s van onderwijsinstellingen. De belangrijkste conclusies waren dat instellingen onvoldoende deden aan risico-analyse. Daarnaast moest de financiële deskundigheid vergroot worden zeker ook bij de kleine instellingen. Het was volgens de rapportschrijvers dan ook aan te bevelen dat er bij kleinere instellingen onderling samengewerkt zou worden.

De commissie Vermogensbeheer onderwijsinstellingen constateerde in haar rapport dat het aantrekken van vreemd vermogen een mogelijkheid kan bieden om bepaalde investeringen voor het onderwijs naar voren te halen. Dit onder voorwaarde dat de kosten voor rente en aflossing in de meerjarenbegroting kunnen worden ingepast.

Een andere reden voor de commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstellingen voor het gebruik van vreemd vermogen is dat een bancaire instelling naar de financiële huishouding van een schoolbestuur kijkt, wat een prikkel geeft tot verbetering van de financiële bedrijfsvoering.

Makkelijker lenen

OCW komt naar aanleiding van dit rapport tot een aantal voorstellen. Zo staat OCW garant voor de leningen van onderwijsinstellingen bij de schatkist. OCW heeft te maken met een groot aantal onderwijsinstellingen. Als commerciële banken minder gemakkelijk of tegen minder gunstige voorwaarden een lening afgeven, zullen meer onderwijsinstellingen een leenaanvraag bij de schatkist kunnen doen.  

OCW heeft een systeemverantwoordelijkheid, daarom denkt de minister dat ze niet onnodig veel risico neemt.  “OCW stuurt op hoofdlijnen en essentiële normen, waarbij het toezicht een onafhankelijke positie heeft ten opzichte van het beleid. De randvoorwaarde hierbij is dat de instelling zich aan de geldende wet- en regelgeving houdt en de kwaliteit van het onderwijs niet in gevaar komt. Hierdoor hebben onderwijsinstellingen veel verantwoordelijkheden en daarmee zelf de vrijheid om hun financiële bedrijfsvoering vorm te geven en om leningen af te sluiten.”

De  voorwaarden

Bij een meerjarige lening voor een huisvestingsproject van een onderwijsinstelling wordt voor het MBO, HBO en WO een hypothecair onderpand gevraagd. De hoogte van de lening wordt afgestemd op een conservatieve taxatie van het onderpand, uitgevoerd door het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf.

Bij zowel een hypothecaire lening als bij een aanvraag om rood te mogen staan op de rekening courant worden naast de toekomstige kengetallen, ook financiële gegevens gevraagd zoals onder andere de meest recente jaarrekening, risicoanalyse en een meerjarenbegroting.

Derivaten

In het regeerakkoord is opgenomen dat het voor organisaties die mede met publiek geld zijn gefinancierd zoals onderwijsinstellingen het verboden is om te speculeren met complexe financiële producten zoals derivaten. 

“Het gebruik van derivaten voor het afdekken van renterisico’s is wel mogelijk, maar het oneigenlijk gebruik van derivaten om te speculeren is met het verbod uit het regeerakkoord niet meer mogelijk.” Zo laat de minister weten.  Dit betekent onder andere dat alle onderwijsinstellingen een bank moeten verzoeken hen als een niet-professionele belegger voor derivatentransacties te beschouwen. Verzekeren tegen renterisico’s is wel toegestaan. Toezicht hierop vindt plaats bij de jaarlijkse accountantscontrole.

De Kamerbrief van minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker leest u hier


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK