Kunst als Oranjepropaganda

Nieuws | de redactie
9 september 2013 | De weduwe van Frederik Hendrik gebruikte de decoraties van Huis ten Bosch om haar overleden echtgenoot als heroïsche vorst te vereeuwigen. Die propaganda zette zij in om tijdens het stadhouderloos tijdperk een Oranjedynastie als idee in stand te houden, zo blijkt uit Delfts en Amsterdams onderzoek.

De Oranjezaal in het Koninklijk Paleis Huis ten Bosch is een van indrukwekkendste en best bewaarde artistieke cycli uit de Gouden Eeuw. Het complexe project van architectuur, schilderkunst en ‘theatertechniek’ werd tussen 1648 en 1652 in opdracht van Amalia van Solms uitgevoerd ter nagedachtenis van stadhouder Frederik Hendrik. Hij was de laatste zoon van Willem de Zwijger die als Oranjeprins een politieke en militaire rol kon spelen.

De beste schilders

Twaalf kunstenaars uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden werkten hier aan. Volgens Amalia – die de leiding had – ‘de beste schilders van het land’. Frederik Hendrik wordt gepresenteerd als een door God aangesteld vorst, met een heroïsche weergave van zijn leven en overwinningen dankzij een reeks geschilderde triomfbogen, badend in een schijn van ‘hemels’ licht.

Zo wilde Amalia de erfopvolging veilig stellen, omdat zij niet veel fiducie had in de leidinggevende kwaliteiten van haar zoon Willem II, de opvolger van Fredrik Hendrik. Bovendien stond in de calvinistische Republiekde figuur van  een stadhouder en het idee van de erfopvolging op gespannen voet met de republikeinse gedachte achter het protestantse burgerschap.

Ongepast royaal

NWO-onderzoeker Margriet van Eikema Hommes, verbonden aan de Technische Universiteit Delft en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, en Elmer Kolfin, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam,  deden nu onderzoek in de Oranjezaal. Hun werk analyseert de pronkzaal in het kader van de spanning tussen het stadhouderschap en de monarchaal-dynastieke ambities van de Oranjes en hun huis Nassau in Duitsland.

De studie van kunsthistoricus Elmer Kolfin naar de politieke achtergrond, de betekenis en de picturale bronnen van de zaal laat zien dat de in een republiek schijnbaar ongepaste ‘royale beeldtaal’ voortkwam uit lokale en internationale tradities. Het was immers de tijd van de exuberante, maar toch Romeins-klassieke barok en de beeldtaal van Amalia’s opdrachtwerk sloot zelfs goed aan op die van de populaire media van haar tijd.

Margriet van Eikema Hommes bestudeerde de tientallen schilderijen op doek en de beschilderde houten architectuuronderdelen zoals lambrisering en gewelven. Die bekeek zij in relatie tot de architectonische ruimte, schilderkundige aspecten en lichtval.

Ook zij plaatst haar analyse in picturale tradities en een politieke context. Zij concludeert dat de formele artistieke aspecten in de zaal de diepere vorstelijke betekenis van het ontwerp op ingenieuze wijze ondersteunen. Samen concluderen de onderzoekers dat heel de zaal met zijn decoratieve cyclus draait om de verhoging en verbeelding van de positie van Oranje in de Republiek.

Erfopvolging in roerige tijden

Van Eikema Hommes en Kolfin laten met hun onderzoek zien dat de Oranjezaal bol staat van zulke diepere, rijke betekenissen. Amalia van Solms had bij het bepalen van het ontwerp een beslissende rol. Haar politieke en dynastieke ambities voor haar nageslacht werden er nauwgezet in verwerkt.

Zij koos voor een beeldtaal die men eerder bij een koning zou verwachten dan bij een ‘plaatsbekleder’, een stadhouder. Een stadhouder was immers geen soeverein, maar een aanvoerder in dienst van de Gewestelijke Staten, als een onderdeel van het ‘burgerlijke’ bestuur van de Republiek van zeven provincies.

Na Frederik Hendriks dood kwam het stadhouderschap ter discussie te staan en kort na de dood van zijn zoon en opvolger Willem II in 1650 werd het zelfs afgeschaft. In deze roerige tijden zag Amalia zichzelf als hoedster van de Oranjedynastie en gebruikte zij de kunt en de aal om de erfopvolging te rechtvaardigen.

Vrijwel ongeschonden

Dat de onderzoekers de Oranjezaal als één groot en verbazend vindingrijk geheel konden reconstrueren, is vooral te danken aan het feit dat dit ensemble vrijwel ongeschonden bewaard is gebleven en dat ook op zijn oorspronkelijke plek. Van Eikema Hommes vertelt: “Veel ensembles zijn uit elkaar gehaald in de loop der tijd. Daar zijn dit soort interessante betekenislagen lastiger te reconstrueren. Dat probeer ik juist wel te doen en wil dat blijven doen.”

“Eerst in mijn NWO Veni-project, en nu in mijn Vidi-project waarin juist het geïntegreerd materiaaltechnisch, stilistisch en historisch onderzoek aan ensembles het uitgangspunt is. Ensembles als die in de Oranjezaal laten mooi de ambities en denkbeelden van hun opdrachtgevers zien en zijn daarmee van grote betekenis voor onze sociale geschiedenis.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK