Studiesucces vergt lange adem

Nieuws | de redactie
8 november 2013 | Het studiesucces van allochtone jongeren verbeteren vereist een lange adem. Analyse van de extra inspanningen in grote steden laat zien dat vooral het feit dat deze groep veel vanuit het MBO instroomt in het HBO het studiesucces remt en de uitval hoog doet zijn. Relatief goed komt de Hogeschool Rotterdam voor de dag.

Het verschil in studiesucces en bachelorrendement tussen autochtone en allochtone studenten in de 10 HO-instellingen in de grote steden hangt duidelijk samen met de herkomst van de schoolsoorten van waaruit zij in het HO instromen. Autochtone studenten komen veel meer direct binnen vanuit het havo. Allochtonen komen in meerderheid vanuit het MBO binnen. Zij vallen daardoor vaker uit, zo laat de analyse zien in het rapport “Generiek is divers. Sturen op studiesucces in een grootstedelijke context”.

Techniek trekt aan

Alleen aan de Hogeschool Rotterdam lukt het die MBO-instroom meer te behouden en naar een hoger rendement te tillen. Bij andere hogescholen in de grote steden, zoals de HvA, kent men relatief veel MBO-instroom, maar verslechtert hun studiesucces. Opvallend is dat de uitval van allochtone studenten daalt bij de sector Techniek van bijna alle grote instellingen. Zowel in Rotterdam, als bij Inholland, de HvA en De Haagse Hogeschool is men in die disciplines meer succesvol dan in andere sectoren van het HBO-aanbod.

In het WO is het bachelorrendement van allochtonen in de G5 nog lager dan in het HBO. Wel is de trend ten goede daar meer merkbaar aan het worden. De positieve trend is voor bij de UU het meest markant. Het studiesucces is relatief het grootst bij de instroom vanuit het vwo. Allochtone jongeren vanuit het vwo vallen even weinig uit als hun autochtone collega’s. Wel is het bachelorrendement na de nominale studieduur+2 jaar aanzienlijk lager bij deze groep.

De studiekeuzes in het WO vertonen een opvallend beeld. Allochtone jongeren zijn meer voor de sector Natuur gaan kiezen en minder voor Gezondheidszorg. Opmerkelijk is dat bij de sector Recht een forse toename is te zien van de uitval van allochtone studenten.

Inconsistentie OCW hielp niet

Uit de lessen voor instellingen uit de aanpak van HBO en WO in de G5 zijn er enkele van grote betekenis. Zo blijkt een consistente aanpak met een lange termijn perspectief essentieel. Het feit dat OCW tussentijds in het proces de zogeheten G5-gelden stopzette was in dat verband weinig gelukkig en zinvol. Ook blijkt dat veel ondersteuning aan allochtone studenten ‘buiten het curriculum’ wordt gegeven, “gedreven door deficiëntie-denken,” zoals het onderzoek noteert. Dit maakt dat “een grote mate van vrijblijvendheid” ontstaat bij de deelname aan de activiteiten.

Zulke maatregelen hebben ook weinig waardering bij docenten. Men acht ze “soft en pamperen” en het draagvlak ervoor is bij hen dan gering. Het effect is dat docenten studenten daardoor minder doorverwijzen als het voor hun studiesucces zinvol zou zijn. De rol van docenten blijkt dan ook onderbelicht. Zo komt naar voren, dat onder hen stereotypen over allochtone studenten wel degelijk nog leven en het idee dat deze “minder goed zijn” bij hen duidelijk doorwerkt “met een self-fulfiling prophesy effect als gevolg.”

Bij alle waardering die bij de betrokken HO-instellingen bestaat voor de wet Kwaliteit in Verscheidenheid, leven er aanzienlijke zorgen voor de gevolgen daarvan. Hoe goed kan matching bij het begin van de studie werken, juist voor allochtone studenten en jongeren met een MBO-achtergrond?

Dreigen zij “gestigmatiseerd als potentiële risicostudent” buiten de boot te vallen? Het rapport laat zien, dat de betrokken instellingen ook op dit punt hun weg vaak nog moeten vinden. Ook hier blijkt een stevig en consistent beleid van zowel de nationale overheid als van instellingen zelf onmisbaar.  


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«