HO-toezicht ondermaats

Nieuws | de redactie
6 december 2013 | Raden van toezicht zien nog onvoldoende toe op de naleving van wet- en regelgeving rondom de onderwijskwaliteit. Daarom moet er een verdere verbetering komen van het interne toezicht in het hoger onderwijs. Dat is de belangrijkste uitkomst van een onderzoek door de Onderwijsinspectie.

Raden van toezicht houden zich op het gebied van onderwijskwaliteit aan de eisen die de Wet Hoger en Wetenschappelijk onderwijs (WHW) sinds 2010 stelt. De raden zien echter nog onvoldoende toe op de naleving van wet- en regelgeving rond onderwijskwaliteit. Verdere verbetering van het interne toezicht in het bekostigd hoger onderwijs is daarom wenselijk en nodig. Dit is de belangrijkste uitkomst van een onderzoek van de Onderwijsinspectie naar de naleving van ‘Versterking besturing’ en staat in het rapport ‘Intern toezicht op onderwijskwaliteit in het hoger onderwijs’.

Evaluatie wetstraject

Op verzoek van de minister van OCW heeft de Onderwijsinspectie een deel van het wetstraject ‘Versterking besturing’ uit 2010 geëvalueerd. Centraal stond de vraag hoe de raden van toezicht in het bekostigd hoger onderwijs het interne toezicht op de onderwijskwaliteit vormgeven. Voor het onderzoek sprak de inspectie met relevante geledingen van drie universiteiten en vier hogescholen en werden diverse aanvullende bronnen gebruikt, zoals recent onderzoek en evaluaties van derden.

Primair proces centraal

De meeste raden vinden dat hun wettelijke opdracht voldoende ruimte biedt om toezicht te houden op de onderwijskwaliteit (naast het toezicht op de financiën en de bedrijfsvoering). Dat de wettekst zich beperkt tot het voorschrijven van intern toezicht op ‘de vormgeving van het systeem van kwaliteitszorg’ is echter weinig richtinggevend en stimulerend. Ook de Commissie behoorlijk bestuur (‘Commissie Halsema’) benadrukt in haar recente advies dat in het toezicht op de semi-publieke sector voor alles de uitkomsten van het primaire proces en de kwaliteit van de diensten centraal moeten staan.

Brede blik

Veel raden van toezicht vinden dat zij de bewaker zijn van bredere maatschappelijke belangen. De inspectie verwacht dan dat de raad erop toeziet dat het college van bestuur goede afwegingen maakt tussen (mogelijk strijdige) wensen en belangen van verschillende groepen belanghebbenden. In de praktijk komt dit echter nog niet voldoende tot zijn recht. Gelet op de complexe maatschappelijk opdracht van hogescholen en universiteiten kan het interne toezicht aan kracht winnen door meer gestructureerde en meer expliciete aandacht van de raad voor soms lastige thema’s op het gebied van onderwijskwaliteit. Denk aan de spanning tussen toegankelijkheid en selectie en tussen studiesucces en niveaubewaking. 

Ontwikkelperspectief

In het rapport formuleert de Onderwijsinspectie een ontwikkelperspectief dat de opvattingen weerspiegelt die onder raden van toezicht in de (semi-)publieke sector zelf heersen. De inspectie gaat hierover komende jaren graag het gesprek met de instellingen aan. De intensiteit van het externe toezicht hangt af van de mate waarin het interne toezicht functioneert en goede verantwoordingsinformatie genereert. Vanuit dit perspectief wil de inspectie in het hoger onderwijs de relatie tussen de externe toezichthouder en de interne toezichthouders verder ontwikkelen.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK