Alles wat groen en rijp is

Nieuws | de redactie
15 januari 2014 | Vorige week is opschudding ontstaan over de beschuldigingen aan het adres van VU-econoom en oud-voorzitter van NWO Peter Nijkamp ten aanzien van zijn wetenschappelijke integriteit, in het bijzonder over ‘zelfplagiaat’. In Ad Valvas reageert Nijkamp nu zelf op deze aantijgingen.

“Vele collega’s hebben zich inmiddels in het debat geroerd. Blijkbaar heeft Frank van Kalshoven van het NRC  een gevoelige snaar geraakt,” zegt hij in een ingezonden stuk op Ad Valvas. Hier leest u een aantal sleutelpassages.

“Ik betreur dat hij geen rekening houdt met de complexe dynamiek in het moderne onderzoek, één, omdat hij conceptueel meer mist heeft gecreëerd dan helderheid; twee de door hem aangedragen voorbeelden van (zelf)plagiaat de toets der kritiek niet kunnen doorstaan. Zijn stelling houdt daarom geen stand. Het is jammer dat een hetze in het leven is geroepen die niet alleen betrokkenen, maar ook de wetenschap als geheel ten onrechte ernstige schade heeft toegebracht.”

Het moderne onderzoeklandschap

De moderne wetenschapsontwikkeling is evolutionair en multidisciplinair van aard zo stelt Nijkamp. “Het wordt gekenmerkt door vaak mondiaal teamwork. Solistisch onderzoek waarbij intellectueel eigendom redelijk gemakkelijk is vast te stellen is vervangen door wisselende combinaties van onderzoekers die vaak ook nog eens in verschillende netwerken opereren. Een artikel met 20 auteurs is in diverse disciplines allang geen uitzondering meer.

Volgens Nijkamp begint ieder onderzoek met elementen uit het verleden.  “Onderzoek verrichten is ‘leven in meervoud’. En zo kan een team op jaarbasis talloze publicaties produceren (economen noemen dat schaal- en diversiteitsvoordelen). En in die productie zitten altijd elementen uit het verleden; niemand begint ‘from scratch’.”

“Frank van Kalfshoven heeft blijkbaar veel op het internet gespeurd, maar hij had beter met ‘peers’ kunnen praten over de vraag of een idee, een aanpak of een vinding vernieuwend of origineel is. Puur mechanische tekstovereenkomsten zeggen nog helemaal niets over de inhoud, nog los van het feit dat het Internet geen solide bron van degelijke wetenschapsinformatie is. Alles wat groen en rijp is, is daarop te vinden, vaak ook nog zonder autorisatie door de onderzoekers zelf.”

Het concept plagiaat

Individuele herkenbaarheid is uiteraard niet eenvoudig bij teampublicaties zo stelt Nijkamp. “Zeker als een team een hoge productiviteit heeft en als de teamleden in diverse netwerken opereren, soms over de hele wereld. De ‘voetafdruk’ van individuele onderzoekers zal vaak partieel terug te vinden zijn in een hele reeks publicaties.”

“Maar men kan niet altijd blijven verwijzen naar voorgaande producten. Dat zou de wetenschap vleugellam maken. Maar gelukkig blijkt dat het veld van deskundigen, de ‘peers’, op een bepaald onderzoeksterrein heel goed in staat is de kwaliteit te beoordelen. En daarvoor is het Internet niet nodig.”

Volgens de VU-econoom is de grote verwarring in de discussie vooral veroorzaakt door het gebruik van de term ‘zelfplagiaat’.  “Een term die in het Nederlands officieel niet bestaat en die ook in het buitenland redelijk onbekend is. Het betekent zoiets als ‘zichzelf bestelen’.”

“In de wetenschap betekent dat: onvoldoende naar zichzelf verwijzen. Velen hebben er intussen op gewezen dat dit in wezen een ‘contradictio in terminis’ is. Maar hoe kan men beschuldigd worden van overtreding van regels over een niet bestaand of logisch inconsistent begrip?

 “Het is daarom veel beter het begrip ‘zelfplagiaat’ niet te gebruiken.  In het licht van bovenvermelde beschouwingen over het incrementele karakter van het meeste onderzoek is hergebruik van eigen teksten bij de opbouw van een artikel een volstrekt legitieme zaak. Het eigendom van deze teksten berust immers bij de auteurs die deze teksten hebben vervaardigd en die vrijelijk over hun intellectuele geestesproducten mogen beschikken.”

Niets onoorbaars

“Het moge duidelijk zijn dat op het gebied van zelf-citatie – mede door de afwezigheid van regels en gedragscodes terzake – nog veel te doen valt door de Nederlandse en mondiale wetenschapswereld. Een simpel en ondubbelzinnig model dat past op de complexe en dynamische publicatiecultuur in teamverband is niet zomaar te leveren. Persoonlijk betreur ik zeer de afwezigheid van een code terzake, omdat daarmee veel gedoe had kunnen worden voorkomen.”

“Als econoom heb ik mij – in de voetsporen van Tinbergen – vaak afgevraagd waarom er arme en rijke mensen in deze wereld zijn. Want we zijn toch allen gelijk? Maar geeft mij dat het recht te veronderstellen dat miljonairs wel fraudeurs moeten zijn? Dat geldt ook voor publiceren. Sommigen zijn daar meer in geoefend en anderen minder. Maar dat wil niet zeggen dat de laatsten inferieure wetenschappers zijn. En evenmin wil dat zeggen dat zeer productieve wetenschappers onfatsoenlijke lieden zijn.”

Tot slot benadrukt Nijkmap dat hij niet te kwade trouw heeft gehandeld. “Mijn besliste en eerlijke overtuiging is dat hier niets onoorbaars aan de hand is, en dat het onverantwoord is op grond van een selectieve keuze van voorbeelden tot een generieke veroordeling te komen. Zeker, als men uitgaat van kwade trouw kan men alles negatief duiden.

Maar als men uitgaat van de eerlijke intenties van een gedreven wetenschapper om te laten zien wat creatief onderzoek vermag te doen, dan is er niets aan de hand. Dat er af en toe sprake is van schoonheidsfoutjes en bedrijfsongevallen hoort nu eenmaal bij het prachtige wetenschapsbedrijf.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK