Economie te belangrijk voor politici

Nieuws | de redactie
10 februari 2014 | “Niet economisch maar pijnlijk en beschamend politiek falen ligt ten grondslag aan de huidige malaise in de eurozone”, stelt Timo Klein. Hij studeert aan de London School of Economics en onderzoekt de gevolgen en oorzaken van de economische crisis.

In zijn nieuwe column werkt hij uit waarom de uitspraak van Jean Monnet ook nu in de economische crisis opgeld blijft doen: “Europe will be forged in crises, and it will be the sum of the solutions adopted for those crises.” 

 

De economische wetenschap heeft de decennia voor de crises nu niet bepaald van de nodige kritische geluiden mogen genieten, zowel van economen zelf als van beleidsmakers. Er is echter ook een andere kant aan dit verhaal.

Deze kant wordt pijnlijk duidelijk wanneer men kijkt naar de oorzaken van en mogelijke oplossingen voor de eurocrisis. Niet economisch maar pijnlijk en beschamend politiek falen ligt namelijk ten grondslag aan de huidige malaise in de eurozone.

Europa als achterblijver

De oorzaken van de financiële crisis van ‘07-‘09 zijn uitgebreid besproken. Zoals beschreven in mijn vorig betoog, lag de oorzaak van de financiële crisis vooral bij ‘a general feel-good factor’. Het ging goed met de economie, dus waarom zouden we ons zorgen maken? De financiële crisis was een pijnlijke, maar noodzakelijke ‘wake-up call’ voor Westerse landen.

Anno 2014 ziet de wereld er echter anders uit. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk kruipen langzaam maar zeker uit de crisis. De eurozone, daarentegen, blijft hangen op een negatieve groei van -0.4 procent afgelopen jaar en een luttele 1.0 procent komend jaar, maar vooral de werkloosheidcijfers zijn schrikbarend en schandalig voor een economisch sterk ontwikkeld deel van de wereld. Zo hebben landen als Spanje en Griekenland een werkloosheid van ver boven de 20 procent en een jeugdwerkloosheid van maar liefst twee op de drie jongeren.

De economie achter de Euro

De oorzaak voor het verschil tussen de eurozone en de VS en het VK is helder: de Euro. Hoe verklaart een gezamenlijke munt de zwakke positie van Europa in het wereldwijde economisch herstel? Wanneer u zou gaan kijken naar de economische argumentatie voor de gezamenlijke munt, komt u al gauw uit op de theorie van een optimale valutagebied (de ‘optimal currency area theory’), oorspronkelijk beschreven door Nobel-prijs winnaar Robert Mundell in 1961 en sindsdien aanzienlijk uitgebreid en bediscussieerd door verschillende economen. Deze theorie dient echter vooral als argumentatie tégen de Euro.

Voor de invoering van de Euro konden Europese landen relatief gemakkelijk omgaan met te grote verschillen in fundamentele economische ontwikkelingen door simpelweg hun wisselkoersen aan te passen. Dit gebeurde dan ook regelmatig, vaak in de vorm van devaluaties ten opzichte van een sterkere D-Mark. Hoewel tegelijkertijd onzekerheid over wisselkoersen werd gezien als nadelig voor intra-Europese handel, lag de reden voor de Euro eigenlijk helemaal niet bij economische argumenten.

De Euro als politiek project

De Euro was, boven alles, een politiek project. Want wat kon de Europese gemeenschap immers beter verenigen dan een gezamenlijke munt? Economen zoals Paul Krugman en Martin Feldstein hebben nadrukkelijk gewaarschuwd voor het project als zijnde economisch discutabel. Een economisch twijfelachtige argumentatie voor de Euro werd echter niet als een probleem gezien door politici.

Hoewel de politieke motivatie van meer Europese integratie op zichzelf niet illegitiem was, werden mogelijke oplossingen om de structuur van de muntunie toch een economisch succesverhaal te maken niet serieus besproken. Vooral meer fiscale integratie werd als essentieel gezien door de economische wetenschap. Maatregelen zoals Europese werkeloosheidsuitkeringen konden bijvoorbeeld garanderen dat landen met sterkere economische groei achterblijvers fiscaal zouden ondersteunen. Politici zagen deze noodzaak niet in. 

Jean Monnet, één van de ‘vaders’ van de Europese Unie, zei ooit: “Europe will be forged in crises, and it will be the sum of the solutions adopted for those crises.” Kleine kans dat de heer Monnet de huidige economische recessie in gedachte had. Deze quote legt het politiek falen pijnlijk bloot. Europa moest en zal integreren. En mogelijke toekomstige problemen? Dat zien we dan wel weer.

Hedendaags politiek falen

Het politiek falen blijft echter niet beperkt tot het verleden. De hele reden waarom de eurocrisis nog lang niet opgelost is, is omdat onze politici de noodzakelijke maatregelen niet onder ogen durven te zien. De noodzaak van het deels kwijtschelden van schuld en het verlagen van het bezuinigingsfetisjisme richting de zwakkere eurolanden wordt tegenwoordig zelfs al ondersteund door het Internationaal Monetair Fonds (zie bijvoorbeeld de recente publicatie van het IMF boek ‘Jobs and Growth: Supporting the European Recovery’, van 28 january j.l.).

En dat terwijl het IMF voorheen nu niet bepaald bekend stond om een pragmatische houding. Het pijnlijke tekort aan politiek leiderschap weerhoudt politici er echter van om de noodzaak van bijvoorbeeld kwijtschelding van een deel van de Griekse schuld aan het steeds sterker eurosceptisch electoraat uit te leggen.

Deze reden voor de manifestatie van deze armzalig politiek leiderschap werd ooit krachtig geduidt door Jean-Claude Juncker – Jeroen Dijsselbloem’s voorganger als hoofd van de eurogroep en mogelijke kandidaat als president voor de Europese Commissie na de Europese verkiezingen in mei. Hij stelde, als politicus en over de noodzaak van lastige politieke maatregelen: “We all know what to do, but we don’t know how to get re-elected once we have done it.”

Wat nu?

Europese politici – vooral die van de economisch sterkere landen als Nederland, Finland, Oostenrijk, maar vooral Duitsland – blijven krampachtig vasthouden aan de Manicheïstische dichotomie van goed en slecht en ontwijken hiermee hun verantwoordelijkheid om het electoraat te overtuigen van noodzakelijke maatregelen.

“Wij Nederlanders zijn niet schuldig aan de problemen van de Grieken en de Spanjaarden. Zij hebben het er zelf naar gemaakt en  daarom moeten zij de kosten van de eurocrisis dragen.” Dat vooral de structuur van de Euro de schuldige is en dat het voor eigen bestwil is dat de sterkere eurolanden zorgen dat de hele eurozone er weer bovenop komt, wordt gemakshalve buiten beschouwing gelaten.

Wat politici nu moeten doen is het onontkomelijke onder ogen zien: kwijtschelding van een deel van de Griekse staatsschuld, invoeren van staatsobligaties deels gedragen door de gehele eurozone (zo genaamde Eurobonds). Verlaging van de bezuinigingsdruk op zwakkere eurolanden, een grotere rol voor de Europese Centrale Bank om deze landen monetair te ondersteunen en uiteindelijk meer fiscale integratie – of accepteren dat we jaren van economische stagnatie of het einde van de eurozone tegemoet gaan.

In 2001 schreef Steve Keen, een voormalige professor in economie in Sydney, het boek ‘Debunking Economics: The Naked Emperor of the Social Sciences.’ Zijn stelling: de economie is te belangrijk om aan economen over te laten. Hij was met zijn kritiek op de neo-liberale aannames als efficiënte markten en de mens als rationeel en gericht op nutsmaximalisatie zijn tijd ver vooruit. Wellicht kan men in het geval van de eurocrisis echter beter de vraag stellen of de economie niet te belangrijk is om aan politici over te laten.

Timo Klein studeert economie aan de London School of Economics


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK