Heeft het Toekomstfonds toekomst?

Nieuws | de redactie
2 juli 2014 | Op Prinsjesdag komt het kabinet met een Toekomstfonds voor investeringen in R&D, kennisintensief MKB en slimme duurzaamheid. Wat gaat dat doen? Stelt het wat voor? Gaan WO en HBO ervan profiteren?

Noorwegen heeft zijn inkomsten uit olie en gas decennia lang in een fonds gestopt, dat het land ongekend welvarend helpt maken. Men heeft nu een luxeprobleem. Er zit 600 miljard in en de vraag is of er wel voldoende goede objecten zijn om ook de komende decennia met succes voor de lange termijn in te investeren.

Geen palmeilanden

De Noren kopen er namelijk geen voetbalteams of kunstmatige palmeilanden mee. Het fonds mag daarom nu wat breder in bedrijven en grote infraprojecten geld gaan steken. De opbrengst zetten de Noren in om hun land welvarend, hoogontwikkeld en sociaal te houden.

Terwijl men in Noorwegen dit vraagstuk besprak, kwam D66 in het Kamerdebat over het WRR-advies over een ‘lerende economie’ met het voorstel van een Nederlands ‘Toekomstfonds’. Al eerder in het voorjaar had ScienceGuide vernomen dat Pechtold een R&D-fonds van €70 miljoen op het oog had als nieuwe eis als gedoger. Het Toekomstfonds zou nu na zijn start oplopen naar zo’n €100 miljoen.

Het Kamerdebat en de nadere uitwerking daarvan maken duidelijk wat de portee zal zijn van het fonds en de impulsen die het kan geven.

1.)    Het is geen ‘aardgasfonds’, zoals het Noorse staatsfonds. De Noren steken de opbrengsten van hun grondstoffen in dat fonds. Het bij ons nu voorgestelde Toekomstfonds voorziet in de mogelijkheid dat eventuele meevallers bij de gasinkomsten erin gestoken worden. De aardgasopbrengsten zelf worden direct in de rijksbegroting gestopt.

Pechtolds fonds is dus geen herstel van het FES, waarmee de gasinkomsten in structuurprojecten en kennisinvesteringen werden gestoken. De afschaffing daarvan door Rutte-I wordt door Rutte-II niet teruggedraaid.

2.)    Het fonds wordt niet gevuld uit de huidige aardgasbaten, waar geen ‘meevallers’ bij in te boeken zijn. De eerste voeding ervan à €70-100 miljoen komt ‘gewoon’ uit de rijksbegroting, onder meer doordat Dijsselbloem binnen de OCW-begroting enkele meevallers kan noteren. 

In het WRR-debat erkende PvdA-leider Samsom dat dit begin een bescheiden opstapje zou zijn. Maar hij vond het toch de moeite waard desnoods klein te beginnen en eventuele meevallers bij het aardgas toe te voegen aan het Toekomstfonds. Daarmee ligt ook vast, dat een verdere groei van dit fonds voorlopig niet is opgenomen in de meerjarenramingen van de Rijksbegroting. 

3.)    Het fonds moet zich richten op het genereren van investeringen in kennisimpulsen, zoals deze in het WRR-advies werden aanbevolen. De partijen die het voorstel steunen bleken in het debat nogal verschillende prioriteiten op het oog te hebben. Indiener D66 wil “nieuwe inkomstenbronnen voor Nederland met de inzet van het geld uit het Toekomstfonds” genereren.

Het beleid van Angela Merkel is hier Pechtolds grote voorbeeld. “Duitsland heeft geen aardgasinkomsten, maar zet wel stevig in op investeringen in kennis en heeft bovendien een sluitende begroting.” Hij wil het aardgasgeld dat Nederland wel heeft daarom inzetten voor investeringen in fundamenteel onderzoek.

De PvdA bleek heel andere zwaartepunten aan te wijzen. Samsom legde zware nadruk op het MBO, ook omdat het omlaag brengen van de werkloosheid nu na de saneringsfase van de begroting zijn hoogste prioriteit heeft. Daarnaast zag hij op het terrein van groene, duurzame projecten ook veel kansen voor het Toekomstfonds. “Dit is ene zeer kansrijke sector en ook urgent voor ons land. Wij zijn technologisch het ‘nummer 1 offshore land’ bijvoorbeeld en met Wageningen kunnen wij van een ‘biobased economy’ een succes maken.” 

Halbe Zijlstra benadrukte namens de VVD dat het fonds niet bedoeld was als een soort correctie op de topsectoren. Het was iets extra en dat kon geen kwaad. De investeringen in R&D moesten niet primair ten goede komen aan “de gevestigde belangen.” Dus moest het Toekomstfonds niet alleen maar kijken naar de universiteiten, vindt de VVD. Belangrijke prioriteit voor Zijlstra is het aanmoedigen van het MKB en daar zou ook het Toekomstfonds zich op moeten richten.

4.)    De Kamer heeft het kabinet bij motie opgedragen op Prinsjesdag een Toekomstfonds te introduceren in de Rijksbegroting. De concrete invulling wil met name de VVD aan de bewindslieden laten. “Wij agenderen hier in deze Kamer en geven een kabinet opdrachten mee om concreet mee aan de slag te gaan,” zei Zijlstra. “Wij controleren daarna dan wat ze daar – liefst daadkrachtig –  van hebben gemaakt.” 

Financieel is de ruimte minimaal. Een Toekomstfonds à €100 miljoen levert de facto jaarlijks zo’n €3 à €4 miljoen ruimte voor investeringen als opbrengst. Dat is niet alleen heel veel minder dan het FES aan kennisimpulsen kon geven, maar onvergelijkelijk met de opbrengsten die Noorwegen uit zijn €600 miljard  – en jaarlijks grote bedragen daarbovenop – weet in te zetten voor de lange termijn. Ook Duitsland zet onder Merkel sinds 2005 jaarlijks vele miljarden meer in voor kennis op lange termijn.

5.)    Wil het Toekomstfonds al snel flinke impulsen kunnen geven, zijn drie voorwaarden te vervullen. Of de aardgasprijs gaat op de wereldmarkt fors omhoog – vanwege ingrepen van ISIS en Poetin, bijvoorbeeld – óf Nederland gaat veel meer gas pompen en verkopen – ten detrimente van de Groningse bevingen – óf het fonds krijgt een krachtige, succesvolle governance.

Over de governance is nog weinig of niets bekend. Wie in het kabinet dit fonds ondr zijn beheer zou moeten nemen en de lijnen moet uitzetten is nog niet echt aan de orde gekomen. Pechtold stelde voor een ‘Toekomstcommissaris’ te benoemen, die met onder meer dit fonds “het verdienvermogen van Nederland moet veiligstellen.” Lastig is dan wel, dat de voorziene opbrengst van €3 à €4 miljoen per jaar ongeveer de kosten zou dekken van het functioneren van zo’n trekker en haar/zijn team, als men dit serieus wil doen.  

Het Toekomstfonds ziet er in contouren daarom nu zo uit: het kan jaarlijks enkele miljoenen inzetten voor kennisinvesteringen. De zwaartepunten of prioriteiten van die investeringen zijn nog zeer onhelder. Het krijgt zijn geld niet uit de aardgasbaten, vooralsnog. Het betekent niet de terugkeer van het FES of een bijstelling van de topsectoren. De universiteiten moeten zich niet rijk rekenen, dat zij veel van de investeringen zullen ontvangen.