Al 1300 bedrijven in Centra MBO en HBO

Nieuws | de redactie
7 november 2014 | Het rapport 'Dynamiek Onderweg' laat zien dat de Centers of expertise in het HBO en Centra voor innovatief vakmanschap in het MBO zich sterk ontwikkelen. Er zijn ruim 1300 bedrijven op allerlei manieren bij Centra betrokkenen en investeerden daar al €17 miljoen in. Het HBO scoort hier sterk, de MBO-ontwikkeling moet veel meer ruimte krijgen.

HBO en MBO spelen met het succes van hun centra sterk in op de vraag uit de markt en weten zo meer inhoud en impact te geven aan hun kenniseconomische rol. Andere belangrijke opbrengsten zijn een groei van de instroom van studenten met 28 procent die de opleidingen waarderen met het cijfer acht.

Leren van echte vragen

Dynamiek onderweg’ geeft het oordeel van de expertcommissie die zich heeft gebogen over de voortgang van deze nieuwe publiek-private samenwerkingen van beroepsonderwijs, bedrijfsleven en overheid en analyseert de kansen en uitdagingen. Het rapport biedt alle betrokkenen ‘huiswerk’en schetst het perspectief voor de centra en HBO En MBO. Ook wordt de betrokken ministers geschetst hoe zijn met hun beleid dit succes nog veel meer kans en ruimte kunnen geven.

De Centres of expertise en Centra voor innovatief vakmanschap verbinden publieke en private investeringen aan regionale economische zwaartepunten van onder andere de Topsectoren. In de Centra leren studenten via echte innovatievragen van bedrijven. Hun onderwijs is zo actueel, relevant en aantrekkelijk en heeft een aanzuigende werking.

LLL blijft lastig

De expertcommissie constateert een grote verscheidenheid aan veelbelovende initiatieven waardoor maatwerk wordt geboden aan de regionale behoefte. De Centres of expertise in HBO worden steeds meer onderdeel van nieuwe ecosystemen van de kenniseconomie. Toekomst ligt er door een Centrum niet ‘van’ de mbo of hbo onderwijsinstelling te laten zijn, maar van de regio en de daar vitale innovatiesystemen.

Uit het rapport blijkt wel dat de doelstelling om de mobiliteit en flexibiliteit van zittend personeel bij bedrijven te vergroten nog relatief beperkt wordt gerealiseerd. Dat aspect van de moeitevolle ontwikkeling van LLL in ons land verdient ook hier meer aandacht. De Centra voor innovatief vakmanschap in het mbo hebben een uitdaging in de ontwikkeling van leven lang leren arrangementen. Gezien het feit dat binnen de Centra de meest recente technologie verwerkt wordt in opleidingen, ligt het voor de hand dat de Centra zich de komende jaren ontwikkelen tot de infrastructuur van leven lang leren.

Resultaten van inzet in MBO en HBO

De uitkomsten van de midterm review in ‘Dynamiek onderweg’ laten resultaten en initiatieven zien waarmee HBO en MBO hun kenniseconomische rol meer en meer inhoud en impact weten te geven. Dat gebeurt niet in een statische context. De kenniseconomie is zelf ook permanent dynamisch op weg.

a. Meer verscheidenheid, meer maatwerk met en naar de betrokken bedrijven en sectoren en een nadrukkelijker profilering zijn daarin opvallend. Op belangrijke punten behalen de Centra soms al resultaten die beduidend boven de oorspronkelijke targets uitsteken. Deze trends en het besef dat een ‘one size fits all’ benadering de Centra eerder zal hinderen en remmen dan ruimte geven en stimuleren, hebben wezenlijke consequenties voor de inrichting van een succesvol en effectief vervolgtraject.

b. Na drie jaar ontwikkeling en uitbouw neemt een reeks sleutel-partners actief en intensief deel in de Centra en doen daarin ook doelbewust investeringen. Uit de beschikbare informatie van alle gestarte Centra laat dit rapport zien dat 343 bedrijven actief participeren in de Centra voor innovatief vakmanschap in het mbo en zij ruim €4 mln. hebben geïnvesteerd. Bij de Centres of expertise in het hbo zijn bijna 1000 bedrijven als partner aangesloten. Deze hebben ruim €13 mln. geïnvesteerd. Vanuit het onderwijs wordt dit ruimschoots gematched. Omdat veel van de bijdragen van bedrijven nog in-kind zijn en niet in cash moet wel zorg en aandacht besteed worden aan de impact hiervan voor de continuïteit van de activiteiten van Centra.

c. Bij de drie hoofddoelstellingen van de Centra is men bij de eerste twee goed op weg. Dat betreft het verhogen van de onderwijskwaliteit en de instroom in het initiële onderwijs en het direct bijdragen aan het innovatief vermogen van het bedrijfsleven. Bij de derde doelstelling, het vergroten van de mobiliteit en flexibiliteit van zittend personeel bij bedrijven, is de ontwikkeling nog niet zo sterk.

Markant onderscheid

Deze review laat ook zien, dat tussen de ontwikkeling in het hbo en die in het mbo markante verschillen zijn te constateren.

a. De Centres of expertise zijn voluit deel geworden van wat voor de lange termijn de trend van het hbo is geworden en die in zijn omgeving en de samenleving als geheel. Zij laten in het rapport een beeld zien van variëteit en maatwerk en een beeld van bewust gekozen profilering bij de betrokken, dragende kennisinstellingen.

b. Het mbo kent ook krachtige voorbeelden van vooruitgang, maar dit onderwijs en deze sector heeft een duidelijk minder scherp ontwikkelingsbeeld kunnen krijgen dan het hbo.

Bij elk van de aspecten bij de centrale doelstellingen ziet de expertcommissie bij de Centra voor innovatief vakmanschap, dat het mbo zich met name heeft gericht op het reguliere onderwijs en de innovatiefunctie richting het bedrijfsleven relatief onderontwikkeld is. Centra geven aan daarbij te beschikken over minder beleidsruimte en flexibiliteit, dat heeft te maken met meer voorschriften en beperkingen in zijn autonomie voor maatwerk. Vaak wordt gewezen op de kwalificatiestructuur mbo. Dit is een fenomeen waar de commissie Van der Touw eerder op heeft gewezen, die concludeerde dat het daarbij vaak gaat om gepercipieerde ruimte en flexibiliteit.

Voor het verdere perspectief van de Centra binnen mbo en hbo, maar daar niet alleen, is dit een verschijnsel van grote betekenis, zowel voor hun inhoud als voor hun duurzaamheid. In de brief ‘Ruim baan voor vakmanschap: een toekomstgericht mbo’ zijn voorstellen gedaan voor een verdere flexibilisering, zoals de wijziging van de kwalificatiestructuur, een gecombineerde leerweg bol-bbl en flexibiliteit rondom de urennorm. Deze wijzigingen zullen betekenisvol moeten gaan bijdragen aan de mogelijkheden voor innovatie in het mbo en benut worden door mbo-instellingen.

Kernpunten voor succesvolle toekomst

De Centra ontwikkelen zich in diverse richtingen, al naar gelang hun omgeving, profiel en ‘markt’. Daaruit is nu een typologie van soorten Centra te destilleren, die hen en nieuwe Centra richting geeft aan hun verdere ontwikkeling. Die verscheidenheid blijkt hun kracht. In ‘Dynamiek onderweg’ zijn die typologie en de ontwikkelingsrichting voor de Centra in mbo en hbo voor het eerst zichtbaar gemaakt en geanalyseerd.

Dat perspectief op verder succes en voortgaande dynamiek voedt de uitdagingen en ambities voor het vervolg van de bloei van de Centra. Deze zijn in het rapport als twee kernpunten geformuleerd:

• een fundamentele bezinning op positionering van de Centra en hun rol in de groei naar ‘ecosystemen’ van innovatie met een eigen profiel, mede in het kader van het topsectorenbeleid.

• het tot stand brengen van een beleid dat Centra in mbo en hbo de ruimte en impulsen geeft hun rol waar te maken.

HBO krachtig, MBO moeizaam

Voor het overheidsbeleid is het zinvol te kunnen vaststellen dat het hbo hier sterk en duurzaam voor de dag komt. Dat laat zien dat de strategische keuzes hebben gewerkt die in het ho-beleid gemaakt zijn, vanuit het rapport-Veerman en de prestatieafspraken van de instellingen met OCW waar profilering en differentiatie cruciale onderdelen van zijn. Positief is dat met het regionaal Investeringsfonds mbo de ROC’s, bedrijven en overheden uitgedaagd worden te investeren in Centra in het mbo. Daarmee staat deze ontwikkeling vol op de agenda.

Tegelijkertijd blijkt dat bij de ROC’s een nog onvoldoende perspectief bestaat op verscheidenheid, profilering, zwaartepuntvorming en innovatierol voor en met bedrijven. Dit remt de ontwikkeling van het mbo in de richting die met de Centra voor innovatief vakmanschap nadrukkelijk beoogd is. Dat is niet goed voor het mbo zelf, niet goed voor de bedrijven die met ROC’s samen hun innovatief vermogen willen vergroten en niet goed voor de beleidsdoelstellingen van de betrokken overheden, zowel in de regio’s als nationaal.

De uitkomsten en het perspectief maken volgens ‘Dynamiek onderweg’ duidelijk dat de ontwikkeling van de Centra van de eerste generatie na drie jaar volop reden is om het concept verder te ontwikkelen. “De dynamiek onderweg is groot. Het perspectief van het Centra concept en van de verschillende specifieke Centra van de eerste generatie geeft veel aanknopingspunten voor de verdere ontwikkeling bij alle betrokken partijen en de inmiddels tientallen andere Centra die in mbo en hbo tot bloei komen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK