Hamer schetst HO-strategie

Nieuws | de redactie
15 januari 2015 | De nieuwe SER-voorzitter gaat ‘de polder’ met volle kracht op onderwijs en kennis richten. Maar het HO moet ook zelf meer ambitie en elan inzetten, zoals bij de Centres of Expertise in het HBO. “Wie van u kon zich rond uw 20ste een adequate voorstelling maken van het werk dat u nu doet?”

Bij de Nieuwjaarsreceptie van de Vereniging Hogescholen zette Mariette Hamer uiteen hoe zij met ‘de polder’ zich nadrukkelijk op onderwijs en kennis als aanjagers van groei, innovatie en maatschappelijke inzet en werk gaat richten. Daarmee bevatte haar betoog een reeks wezenlijke punten en accenten voor de ‘HO-tour’ van minister Bussemaker en de strategienota die daar uit moet voort komen. HBO, MBO en WO kregen meteen het nodige huiswerk mee, maar vooral ook aansporingen met meer elan en nadruk op waar men goed in is door te gaan met investeren van vernuft en de vorming van jongeren.

Tijdens de studie al verouderd

“De hoeveelheid technische informatie verdubbelt momenteel ongeveer elke twee jaar. Voor studenten in een vierjarige opleiding betekent dit dat de helft van wat ze in hun eerste jaar hebben geleerd in het derde jaar van hun studie al verouderd is. In het onderwijs bereiden we kinderen voor op banen die nog niet bestaan, die technologie zullen gebruiken die nog niet is uitgevonden, om problemen op te lossen die we nu nog niet kennen..…”

Actueel was haar betoog over de jeugdwerkloosheid als thema dat allerminst weggezakt is, zeker niet voor jongeren uit milieus die het zeer moeilijk hebben. “Als ik zeg ‘Parijs’ dan weet u – helaas – onmiddellijk waarover ik het heb. Dichterbij huis kampen we in ons land met een complex integratievraagstuk, wat zeer gevoelig ligt en ons allemaal raakt. En juist daarom moeten we er iets mee, ook in het onderwijs. Kennis kan de sleutel zijn tot begrip en verdraagzaamheid. Maar dat alleen is niet voldoende.”

“Neem de huidige positie van jongeren met een allochtone achtergrond: 28 % van hen is werkloos, tegenover 10% onder autochtone jongeren. Anderhalf jaar na het behalen van een hbo-diploma is 15% van niet-westerse migrantenjongeren werkloos, bij de autochtone jongeren is dat 6%. In het mbo is het nog erger.”

U leest de hoofdpunten van het verhaal van Hamer hier.

“We leven in een veelbewogen tijd, waarin op vele fronten ontwikkelingen gaande zijn met grote implicaties voor de manier waarop wij leven en werken. Ik concentreer me hier op die ontwikkelingen die voor het hoger onderwijs het meest van belang zijn.

Onder invloed van met name technologische ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld de – sinds de toespraak van minister Asscher in september- veelbesproken robotisering, zullen zich naar verwachting forse verschuivingen gaan voordoen in de vraag naar arbeid. Men spreekt wel over een “zandlopermodel” om aan te duiden dat banen aan de boven- en onderkant van de arbeidsmarkt zullen toenemen, terwijl banen in het middensegment verdwijnen.

 

Functies verdwijnen en ontstaan

De inhoud van veel beroepen is door deze technologische ontwikkelingen aan veranderingen onderhevig. Functies verdwijnen, maar er zullen ook vele nieuwe functies ontstaan. Ook zullen bestaande functies van inhoud veranderen. Dat is op zich niet nieuw natuurlijk.

Wat wel echt anders is dan voorheen is de snelheid van ontwikkelingen die exponentieel toeneemt. De hoeveelheid technische informatie verdubbelt momenteel ongeveer elke twee jaar. Voor studenten in een vierjarige opleiding betekent dit dat de helft van wat ze in hun eerste jaar hebben geleerd in het derde jaar van hun studie al verouderd is. In het onderwijs bereiden we kinderen voor op banen die nog niet bestaan, die technologie zullen gebruiken die nog niet is uitgevonden, om problemen op te lossen die we nu nog niet kennen..…

Op de arbeidsmarkt voelen we naast de snelle technologische ontwikkelingen ook de gevolgen van de toenemende globalisering en internationalisering. De grotere verwevenheid van economieën maakt zeker een land als Nederland met zijn open economie kwetsbaar.

De gevolgen van de financiële en economische crises zijn we nog steeds niet te boven, al lijken er gelukkig wel voorzichtige tekenen te zijn van enig herstel.  Onderwijs, kennis en innovatie zijn belangrijke bronnen van duurzame economische groei zijn. Juist in tijden van economische tegenwind is van het allergrootste belang onze ambitie om tot de mondiale top 5 van kenniseconomieën te behoren niet te laten verslappen of verwateren. (Bron: motie-Hamer TK 2009-2010 32123-10). Voor het bedrijfsleven ligt er de uitdagende opgave om de arbeidsproductiviteit te verhogen, onder meer door voortdurend te innoveren, om concurrerend te blijven. Nederlandse economie innovatiever, duurzamer en concurrentiebestendig te maken.

Co-creatie van onderop

Ook stip ik graag nog een geleidelijk zichtbaar wordende verandering in onze samenleving aan, namelijk de ontwikkeling naar samenleven 3.0. Volgens Hans van Driel van de universiteit van Tilburg ontwikkelt gemeenschapsvorming zich langs nieuwe wegen,  waarbij co-creatie centraal staat. Het onderscheid tussen institutie en individu vervaagt, omdat individuen zelf drager worden van instituties. Op allerlei vlakken ontstaan initiatieven van onderop.

Co-creatie betekent dat meerdere mensen of organisaties samen werken om iets nieuws te ontwikkelen. Het is een vorm van organiseren én van innoveren, met als basis dat het delen van kennis leidt tot vermenigvuldiging. De complexe wereld van de 21e eeuw vraagt immers om oplossingen die gesloten organisaties niet kunnen bieden. Deze ontwikkelingen brengen onzekerheden en risico’s met zich mee. Voor de samenleving, voor de economie, voor de arbeidsmarkt, voor u en voor mij.

Werkenden krijgen meer en meer te maken met een zeer dynamische arbeidsmarkt, waarin kennis en vaardigheden snel verouderen.  Vaste banen worden schaarser, flexibele arbeidsrelaties en zzp-schap nemen nog steeds toe. Om op die arbeidsmarkt van de toekomst staande te blijven, zullen werkenden veel moeten investeren in zichzelf en bereid zijn om zich voortdurend te blijven ontwikkelen. Dat is vanuit het gezichtspunt van het individu van belang, maar zeker ook voor de samenleving als geheel. Met de WRR in zijn rapport Lerende economie onderstreep ik dan ook de noodzaak van het investeren in en versterken van ons menselijk kapitaal, ten behoeve van onze welvaart en duurzame economische ontwikkeling.

Nieuwe scheidslijnen met oude zorgen

Steeds meer wordt duidelijk dat opleidingsniveau nieuwe sociale scheidslijnen met zich brengt. De toenemende verschillen in de sociaaleconomische positie van hoog en laag opgeleiden zijn ondermijnend voor de sociale cohesie in onze samenleving.  De technologische ontwikkelingen kunnen de dreigende tweedeling tussen hoog- en laagopgeleiden verscherpen.

Maatschappelijk gezien maak ik me ook zorgen over de spanningen die lijken toe te nemen tussen bevolkingsgroepen, in ons land, uiteraard, maar ook in de wereld. Als ik zeg “Parijs” dan weet u – helaas – onmiddellijk waarover ik het heb. Dichterbij huis kampen we in ons land met een complex integratievraagstuk, wat zeer gevoelig ligt en ons allemaal raakt. En juist daarom moeten we er iets mee, ook in het onderwijs. Kennis kan de sleutel zijn tot begrip en verdraagzaamheid. Maar dat alleen is niet voldoende.

Neem de huidige positie van jongeren met een allochtone achtergrond: 28 % van hen is werkloos, tegenover 10% onder autochtone jongeren (bron: SCP Jaarrapport Integratie 2013).  Anderhalf jaar na het behalen van een hbo-diploma is 15% van niet-westerse migrantenjongeren werkloos, bij de autochtone jongeren is dat 6%. In het mbo is het nog erger: na anderhalf jaar is 19% van de niet-westerse migrantenjongeren werkloos, tegenover 5% van de autochtone Nederlanders. De hoge jeugdwerkloosheid, in het bijzonder onder allochtone jongeren, moeten wij ons allemaal aantrekken en we moeten er samen – werkgevers, sociale partners, onderwijs, overheid en andere betrokkenen – de schouders onder zetten om deze trieste situatie te verbeteren. Als voorzitter van de SER wil ik dit onderwerp hoog op de agenda zetten.

Elk individu, elk talent

De onzekerheden en risico’s die ik hier noem, onderstrepen voor mij eens te meer het belang van onderwijs voor onze samenleving, onze welvaart en onze kinderen:  goed onderwijs, in alle levensfasen, voor iedereen en gericht op het maximaal tot ontplooiing brengen van elk individu, elk talent. Onder invloed van de technologische ontwikkelingen en de veranderingen die dat met zich brengt op de arbeidsmarkt zal ook het onderwijs zich moeten bezinnen op de vraag hoe jonge mensen zo goed mogelijk voor te bereiden op deze snel veranderende wereld.

In de SER zijn we gestart met een verkenning leren in de toekomst, waarbij we kijken naar de benodigde skills en competenties op de arbeidsmarkt van de toekomst en de wijze waarop onderwijs en arbeidsmarktpartijen daarop kunnen inspelen door “echt” leven lang leren en betere samenwerking. Daarmee loopt de SER vooruit op verschillende door het kabinet genoemde vraagstukken waarover hij de raad om advies wil vragen in de loop van 2015.

Dankbare en inspirerende taak

Dit toekomstperspectief biedt de nodige uitdagingen, niet in de laatste plaats aan u als opleiders van een fors en belangrijk deel van onze toekomstige beroepsbevolking. Het is aan u allen om de jonge mensen die nog hun plek in deze wereld moeten vinden, zo goed mogelijk toe te rusten voor die dynamische arbeidsmarkt en zinvolle participatie aan onze samenleving.

Een verantwoordelijke, maar ook dankbare en inspirerende taak. Het stimuleren van en uitdagen tot talentontwikkeling,  het bijbrengen van kennis en vaardigheden en het aanmoedigen tot zelfstandig denken stoelen op een onwrikbaar geloof in de kracht en de wijsheid van de mens. Dat onderliggende optimisme en geloof in de toekomst helpen om de uitdagingen met vertrouwen tegemoet te treden. Ik schets er hier een paar.

De behoefte aan hoger opgeleiden lijkt alleen maar toe te nemen door de hogere kennisintensiteit van veel beroepen waarvoor het hbo (en wo) opleidt. Het hbo zal steeds meer te maken krijgen met instroom van volwassenen die al enige tijd werken en zich willen opscholen (van mbo naar hbo of een associate degree) of bij- of omscholen. Zoals de commissie Rinnooy-Kan het afgelopen jaar voortreffelijk heeft laten zien, zal het hbo op deze doelgroepen toegesneden flexibel, laagdrempelig en toegankelijk onderwijs moeten ontwikkelen. Ook zijn investeringen nodig in de verdere ontwikkeling en toepassing van instrumenten voor de erkenning van al verworven kennis en vaardigheden.

Frictie met nieuwe antwoorden

Naast de veranderingen in de populatie, zal het hbo in toenemende mate kampen met de onvoorspelbaarheid van de toekomstige vraag op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd neemt de druk om arbeidsmarkt relevant op te leiden enorm toe. Deze frictie is niet van voorbijgaande aard en vraagt om andere antwoorden:

1} Allereerst is een structurele vorm van samenwerking en afstemming nodig tussen onderwijsinstellingen en bedrijfsleven, gekoppeld aan sectoren of werkvelden en dichtbij de omgeving / regio waarin de instelling is gevestigd. De ontwikkeling van de Centres of Expertise biedt goede kansen om die noodzakelijke afstemming en samenwerking te realiseren.

Het rapport Dynamiek onderweg van het Platform Bèta Techniek laat zien dat al ruim 1300 bedrijven samenwerken met hbo- en mbo-centra. Nederland en het hbo hebben hier “goud in handen”, om Siemens topman Ab van der Touw te citeren. Dat lijkt mij een mooi compliment en aanmoediging voor u allen om de Centres of Expertise voortvarend tot verdere ontwikkeling te brengen.

2] In de tweede plaats zullen studenten nog veel meer dan nu moeten worden voorbereid op een arbeidzaam leven waarin onzekerheden de overhand hebben en waarin zij zichzelf voortdurend zullen moeten blijven ontwikkelen. Het is daarom zaak om hen competenties en vaardigheden te leren, waarmee ze flexibel, zelfredzaam en ondernemend zijn. Het “leren leren” is van cruciaal belang voor iemands permanente ontwikkeling tijdens de loopbaan.

Daarnaast zijn ook andere vaardigheden belangrijk: samenwerken, creatief zijn, grotere verbanden zien, sociale vaardigheden.  Het CPB heeft onlangs een zeer interessante policy brief uitgebracht over het belang van persoonlijke ontwikkeling voor de sociaaleconomische uitkomsten, zoals de kans op een baan. Persoonlijke ontwikkeling blijkt beter beïnvloedbaar en van groter belang dan cognitieve stimulering.

3] Op de uitdaging om studenten van nu en morgen soepel en efficiënt door hun initiële onderwijsfase te loodsen valt nu nog wel wat op af te dingen, voor wie niet helemaal in het ideale plaatje past. En wie doet dat?

Te veel jongeren krijgen te maken met een onderwijstraject dat niet is toegesneden op hun behoeften en dat hen niet helpt zich een duidelijk toekomstbeeld te vormen. Als gevolg daarvan wordt er veel gestapeld, is er veel uitval/switch van studie en reparatie achteraf als iemand al op de arbeidsmarkt is beland. Dit kan ten dele worden ondervangen door betere overgangen tussen verschillende schooltypen, waarbij samenwerken opnieuw het toverwoord is.

Kansen laten liggen

Maar daarnaast geloof ik dat we kansen laten liggen in een goede begeleiding en ondersteuning van jongeren bij hun oriëntatie op (vervolg)studie en loopbaan. Daarvoor is nodig dat zij leren wie zij zelf zijn, wat zijn hun sterke en minder sterke punten, waar lopen ze warm voor. Daarnaast is belangrijk dat zij zich een beeld kunnen gaan vormen van de arbeidsmarkt en de enorme variëteit aan werk dat verricht kan worden. Wie van u kon zich rond uw 20ste levensjaar een adequate voorstelling maken van het werk dat u nu doet?

En dan is de wereld van werk en beroepen ook nog eens in complexiteit toegenomen en zal dat nog veel meer gaan doen onder invloed van de snelle technologische ontwikkelingen. Om daarin je weg te vinden zullen studenten goede ondersteuning vanuit de onderwijsinstelling hard nodig hebben. Ook bedrijven zullen de drempel tussen hen en de onderwijsinstellingen moeten verlagen om de beroepsbevolking van de toekomst te helpen hun weg te zoeken.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK