Blijven leren na de pabo

Nieuws | de redactie
23 maart 2015 | Veel pabo’s leggen voldoende basis voor het leraarsvak, maar alle opleidingen zouden meer werk kunnen maken van het volgen van afgestudeerde studenten. Daar kunnen zowel de opleidingen zelf als de alumni hun voordeel mee doen, vindt de onderwijsinspectie. “Met het ‘opleiden in de school’ is aangetoond dat die samenwerking kan slagen.”

Inspecteur-generaal van het onderwijs Monique Vogelzang vindt dit wezenlijke conclusies uit het rapport ‘Beginnende leraren kijken terug’. “Goed leraarschap start bij een goede opleiding. Maar een goede opleiding is zeker geen eindpunt. Beginnende leraren moeten de kans krijgen om door te groeien: van startbekwaam naar vakbekwaam. De leraren, de school waar ze werken en de pabo’s hebben daarin allemaal hun eigen rol te vervullen. Het is dus belangrijk dat pabo’s contact onderhouden met het onderwijsveld en hun afgestudeerden. Daarmee krijgen ze niet alleen inzicht in kwaliteitsaspecten van de eigen opleiding, maar ook in de scholingsbehoeften van beginnende leraren en gevorderde leraren”.

Tevreden over taal en rekenen

Uit het inspectieonderzoek blijkt dat de meeste afgestudeerden vinden dat ze goed voorbereid zijn op de vakken rekenen en taal. 75 tot 80% vindt dat de pabo voldoende kennis en vaardigheden heeft bijgebracht voor de onderwerpen rekenen/wiskunde en Nederlandse taal. Twee derde tot driekwart van hen vindt dat hij/zij heeft geleerd die vakken goed over te brengen. De meeste schoolleiders vinden dat de vakkennis van afgestudeerde leraren in de afgelopen drie jaar is verbeterd.

Negen van de tien afgestudeerden zeggen geleerd te hebben om duidelijke lesdoelen te stellen, gevarieerde en passende les-series te ontwerpen, voor een ordelijk verloop in de les te zorgen, een veilig pedagogisch klimaat te scheppen en leerlingen duidelijk te maken welk gedrag ze verwachten.

Ontevreden en startbekwaam

Ondanks alles vindt een derde van de afgestudeerde,n dat de pabo hen niet in de gelegenheid heeft gesteld om alles te leren dat nodig is voor de praktijk in het basisonderwijs. Het gaat dan vooral om de toerusting om de voortgang van leerlingen systematisch te volgen en te analyseren, om de les af te stemmen op leerlingen met een achterstand of voorsprong en om passende zorg te bieden. Daarnaast is bijna een vijfde deel ontevreden tot zeer ontevreden over het niveau van de opleiding als geheel.

Een startbekwame leraar leert differentiatievaardigheden pas echt beheersen in de eerste jaren dat hij voor de klas staat, erkent echter ook de inspectie. Doorgaande professionalisering is dan ook een vereiste. Scholen en opleidingen kunnen samen nadenken over ontwikkelingsdoelen voor startende leraren die hun opleiding hebben afgerond. “Dat is bijvoorbeeld heel goed te koppelen aan een inwerk- en begeleidingstraject voor startende leraren. Met het ‘opleiden in de school’ is aangetoond dat die samenwerking kan slagen. Wat mij betreft mag dat nog verder uitgebouwd worden”, benadruktMonique Vogelzang.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK