De ScienceGuide HBO Top 10

Nieuws | de redactie
25 maart 2015 | De HBO-raad werd veertig jaar geleden opgericht. Om dat te vieren presenteert ScienceGuide zijn HBO Top 10 1975-2015. Wie zijn de vrouwen en mannen die koepel en sector van het HBO het meest hebben bepaald, groot gemaakt en dwarsgezeten?

Eigenlijk kan maar één iemand in deze Top 10 op 1 staan: Willy van Lieshout. De Nijmeegse CDA-baron, collegevoorzitter van de KUN, nu Radboud Universiteit geheten, heeft de unieke bestuurlijke prestatie geleverd zowel de VSNU als de HBO-raad opgericht te hebben. Ook was hij voorzitter van de VSNU, die ontstond nadat haar voorganger, de Academische Raad, zich belachelijk gemaakt had door een volledig mislukte strategie bij de bestrijding van het HO-beleid van het kabinet-Lubbers I.

Van Lieshout werd bovendien 20 jaar lang in elke kabinetsformatie in de media als min of meer zeker minister van Onderwijs namens de KVP en daarna het CDA genoemd. De Bourgondische ingenieur was echter veel te wijs die post ooit te aanvaarden. Als alom hooggeacht bestuurder van de katholieke zuil en politiek insider had hij meer invloed op de lange termijn – bij minder sores en hectiek – dan als minister in het Haagse.

Als Van Lieshout nu toch niet op 1 staat, wie vullen de ScienceGuide HBO Top 10 1975-2015 dan wel? Hier onze lijst van gezichtsbepalers en strategen van die veertig jaar.

1.)    Jan Karel Gevers en Frans Leijnse

Deze twee HBO-raad voorzitters zetten een blijvend, onderscheidend stempel op de branche van het HBO en het hoger onderwijs als geheel. Gevers nam de uitdaging aan om grootscheepse bezuinigingen om te smeden tot een investering in een geheel vernieuwde sector van hogescholen. Door schaalvergroting, taakverdeling en concentratie met de Wet HBO maakte minister Deetman het voor Gevers met de HBO-raad mogelijk zelf en van onderop het aanbod van professioneel hoger onderwijs in hoogwaardige instellingen bijeen te brengen. Honderden scholen werden zo’n zeventig stevige en innovatieve hogescholen, met zowel multisectorale als specifieke beroepsprofielen.

De visionaire Gevers kreeg nadien de leiding van de UvA en zette een bestuurlijke fusie met de HvA – een van de nieuwe HBO-centra die hij had helpen ontstaan – in gang. Zijn voortijdige dood heeft verhinderd, dat hij met die nieuwe conceptie het HO-bestel nog verder kon vernieuwen, omdat zijn opvolgers de kracht en visie misten daartoe. Gevers zou anders ook de belangrijkste WO-innovator van zijn tijd geworden zijn.

Louise Gunning zei tegen ScienceGuide daarover: “Ik las heel onlangs nog eens het oorspronkelijke stuk van Gevers waarin hij zijn idee voor dat samengaan ontvouwde en ik was toch weer onder de indruk. Niet alles wat hij toen voorzag is inmiddels gerealiseerd of zou nu gerealiseerd kunnen worden. Zijn visie kreeg ook het beleid en de omstandigheden daarvan niet altijd mee. Maar je leest het en denkt dan wel ‘wat een visionair!’ “

Frans Leijnse werd wel vergund de vruchten van zijn werk als HBO-voorman te plukken. Mark Rutte zei in 2006 bij zijn afscheid als HO-bewindsman daar ditl over: “Hij is het die het hbo echt naast het wo heeft neergezet. Op allerlei manier heeft hij het onderzoek daar vorm gegeven, lectoraten, RAAK-gelden en nog veel meer. De hogescholen zijn Frans zeer veel dank verschuldigd, vind ik.” Dat Leijnse zelf zowel lector als hoogleraar werd was dan ook meer dan terecht.  

Hij liet het HBO na zijn lange jaren als voorzitter niet verweesd achter. Als lid van de commissie-Dijkgraaf hielp hij de basis te leggen voor de sectorale renaissance van het kunstonderwijs, die ondanks ‘Veerman’ elders in HBO of WO vooralsnog niet in diezelfde mate is gelukt. Recent kwam Leijnse nog een hogeschool redden uit de nood, die door bestuurlijke ravage haar kwalitatief goede naam, zelfs op wereldschaal, dreigde te ruïneren. ArtEZ kan nu verder als toonaangevend kenniscentrum van onder meer de mode, als alma mater van couturiers als Viktor en Rolf.

2.)    Jasper Tuytel

In veertig jaar is uit een baaierd schooltjes een selectie regionale, urbane en professionele kenniscentra ontstaan, die als partner en gelijkwaardige HO-instelling naast universiteiten en Fachhochschulen elders in Europa kan functioneren.  De grootstedelijke hogeschool met het meest brede, urbane profiel is die van Rotterdam, en die is het bouwwerk van Jasper Tuytel.

Lange jaren was hij de collegevoorzitter en constructeur van dit model van het regionaal kenniscentrum, “de hogeschool als het laboratorium voor de verbinding van het onderwijs en de samenleving. Die moeten verbonden worden rond de thema’s die in zo’n stad als deze thuis zijn. Die zoek je dus samen op. Dat zijn hier in Rotterdam natuurlijk thema’s als de haven, de gezondheidszorg, maar ook de creatieve industrie, de maatschappelijke verbetering van stadswijken”, schetste hij in 2008.

Tuytel legde zo de grondslag voor nu regulier geworden fenomenen als Centres of Expertise in het HBO, de multidisiciplinaire ‘innovatielabs’ van het Sirius-programma voor honours-studenten, de peercoaches voor studiesucces, de intake- en matchingsgesprekken als structurele instroomselectie, diversiteitsbeleid. “Het is ‘a hell of a job’ hoor, om dat voor elkaar te krijgen. Het is heus niet zo dat alles alleen maar lukt,” zei hij met kenmerkende nuchtere gedrevenheid.

3.)    Geert Dales

De Amsterdamse VVD-wethouder bouwde zijn eigen Mittérandesque monument met de Noord-Zuidlijn. Hij vertrok daarna als burgemeester van het toch wat weinig vibrerende Leeuwarden al snel naar de hogeschool Inholland. Binnen een jaar probeerde hij van daar burgemeester van Rotterdam te worden als opvolger van Ivo Opstelten. Het kabinet Balkenende-IV benoemde toch liever Ahmed Aboutaleb, een beleidsdaad waarvan de wijsheid nu wellicht meer respect oogst dan die regeringsploeg veelal is vergund.

Het bewind van Dales heeft grote impact gehad op het HBO. Inholland ging zowat kopje onder. De wijze waarop de hogeschool zichzelf met groot recuperatievermogen heeft hervonden en versterkt uit het dal klom, dwong niettemin ook respect af. Doekle Terpstra sprong de drenkeling na in het wak waar men in terecht was geraakt. “Het terugbrengen van de publieke opdracht als de reden van ons bestaan. Dat we die kwijt waren, dat zagen we steeds meer. Dát was ‘The Real Why’ van wat bij Inholland mis was gegaan. Dit besef was meteen ook bevrijdend. We wisten wat we moesten doen: het onderwijs zelf centraal stellen. ‘Wat doen we, wat maken we waar met onze studenten en de bedrijven en organisaties waar ze gaan werken?’ Dat was de vraag die centraal moest staan.” Ondubbelzinnig zei hij bij zijn recente afscheid daarom: ““De veerkracht van onze mensen, daar ben ik zo trots op. De medewerkers hebben grootse prestaties geleverd. Een grootse prestatie. We zijn een phoenix gebleken. Hogeschool Phoenix.”

Juist doordat de hogeschool een groot zelfreinigend vermogen betoonde, heeft de periode-Dales zoveel betekend. De kenmerken en fenomenen die deze fase in HBO-land karakteriseerden zijn nu de benchmark voor een ‘zo dus niet’ dialoog binnen hogescholen en universiteiten geworden. Sanering wil zeggen in het Latijn: gezondmaking.

4.)    Wim Deetman

Zonder de minister van O&W in de kabinetten Van Agt-III, Lubbers-I en Lubbers-II geen HBO van eigentijdse snit. Het CDA schoof niet de briljante, katholieke HO-baron van Lieshout naar voren als bewindsman, maar de hoekige calvinist Deetman, toen in 1982 nog pas 37 jaar oud. Lubbers noemde hem ‘mijn barometer’ en dat zei nogal wat uit de mond van deze premier.

Deetman legde Jan Karel Gevers en zijn HBO-raad een keuze voor: hij zou zwaar moeten bezuinigen op het HBO, maar de sector kon ongeveer een derde van dat bedrag ‘terugverdienen’ als het HBO door vergaande rationalisering van de versplintering van de branche de kosten zelf zou willen en kunnen reduceren. Zouden de scholen daartoe niet bereid zijn, dan zou het ministerie van O&W zo’n saneringsoperatie zelf organiseren met behulp van zijn wet-HBO, die op stapel lag.

Nu wist de HBO-raad wat dit betekende. Wim Deetman was namelijk vice-voorzitter van de koepel geweest namens de protestants-christelijke zuil en iedereen daar wist dat hij tot het zeldzaam ras der politieke bestuurders behoort dat doet wat hij zegt. De HBO-raad nam het ‘offer you can’t refuse’ dan ook aan en ‘the rest is history’. Met de HOAK-nota legde Deetman tevens de basis voor het nieuwe evenwicht van grote autonomie ter wille van scherpe kwaltieitsborging, dat HBO en WO van ons land leidend maakte als beleidsmodel in Europa. De basisbeurs en OV-kaart van Deetman gaven de HBO-student, vooral de vrouwen, de emancipatoire onafhankelijkheid om ook uit niet–academische milieus hun talenten te ontplooien.

5.)    Guusje ter Horst

Het HBO en zeker de HBO-raad is veertig jaar lang een mannenwereld geweest. Een mengeling van testosteron en Calimero heeft het gedrag en de cultuur vaak gekenmerkt. Slechts één keer en slechts één jaar was een vrouw het boegbeeld van de sector.

Guusje ter Horst viel in toen Doekle Terpstra het wak indook om Inholland te redden. Dat hebben de heren geweten. Zij drukte door dat de salarissen van CvB’s transparant gemaakt werden. Dat zou het beste wapen zijn tegen broodjes aap over die emolumenten en tegen de uniformistische eisen van een Balkenende-norm of iets dergelijks, betoogde zij. “Ik verwacht dat hogescholen ons tijdig van de juiste informatie voorzien. Misstanden mogen we geen kans geven. Over twee maanden ligt er een overzicht van wat bestuurders verdienen. Transparant, duidelijk. Klaar!”

De plezierige verhoudingen waren finaal voorbij toen zij vrij opvallend haar eigen opvolging leek te gaan regelen door Femke Halsema als keynote spreker op het HBO Jaarcongres te laten optreden. Die opvolger werd niet een voormalige GroenLinks fractieleider en een vrouw, maar een man en voormalige D66 fractieleider. Een sector met meer vrouwen dan mannen als studenten en voortreffelijke vrouwen als voorzitters en CvB’ers als Annette Roeters, Jet Bussemaker, Nienke Meijer, Agnita Mur, Kristel Baele, Jet de Ranitz en Ankie Verlaan – om enkele uit verleden en heden te noemen – moet toch meer kunnen opbrengen aan fantasie?

6.)    Olchert Brouwer

Decennia heeft Brouwer zijn stempel gedrukt op het HBO, vanuit allerlei hoogwaardige functies. Hij was de bouwpastoor en voorzitter van de HAN, de hogeschool waarvan het beleid ter profilering en kwaliteitsversterking door de RCHO als ‘excellent’ bestempeld werd. Na de HAN werd Brouwer bouwer en eerste vice-voorzitter – namens het HBO – van de NVAO. Tussendoor was hij ook nog ingevallen als voorzitter van de HBO-raad, in de interimfase tot het aantreden van Frans Leijnse.

Uit die tussenfase had hij een faible overgehouden voor het kunstonderwijs, dat hij hielp vrijwaren van kortzichtige bezuinigingen door de D66-staatssecretaris, toneelrecensent en dichter Aad Nuis. Toen de AHK hem benaderde als mogelijke collegevoorzitter verliet hij daarom de NVAO voor deze ‘laatste klus’.

Brouwer liet een financieel en bestuurlijk gezonde kunsthogeschool na, met een juweel van een nieuwbouw als conservatorium en een reeks ‘excellent’ geaccrediteerde opleidingen. Na de AHK trad hij toe tot de Reviewcommissie ‘Van Vught’, diezelfde RCHO die zijn erfenis bij de HAN als excellent beoordeelde. Zijn analyse van de gevolgen én de oorzaken van het bewind van Dales bij Inholland klonk bij publicatie nog provocatief. Inmiddels is deze bij velen heel wat meer tussen de oren gekomen.

“Het kabinet heeft onlangs, met instemming van de Tweede Kamer, een nieuw bekostigingssysteem afgekondigd, waarin de bekostiging voor een deel afhankelijk blijft van het aantal uitgereikte diploma’s. Gelukkig is de mate waarin diploma’s de bekostiging beïnvloeden met name in het hbo  flink gedaald. Daar was die mate van impact buitengewoon hoog. Maar deze financiële prikkel blijft wel bestaan en hij blijft ook primair gericht op de hogescholen als instelling. En dat terwijl de prestatie die moet worden geleverd – ondanks alle aandacht voor ‘studeerbaarheid’ – toch  grotendeels er een van de student is. Afschaffen van elke vorm van ‘outputbekostiging’ is een rechtstreekse en naar mijn mening doeltreffender bijdrage aan de bewaking van het niveau van de gediplomeerden dan welke vorm van regelgeving of controle ook.”

7.)    Jet Bussemaker

De huidige minister van OCW was maar kort HBO-bestuurder. Maar dat zij dit werd en hoe vervolgens verder ging betekent dat zij een belangrijk signaal vormt.

Jet Bussemaker was één van de nieuwe gezichten die als bewindspersoon opviel in het kabinet Balkenende IV. Na de val van die coalitie over ‘Uruzgan’ – wie wil nu nog begrijpen dat over zoiets een kabinet kan vallen middenin de diepste crisis van de economie en de eurozone? – deed Bussemaker iets ongebruikelijks: zij werd rector aan de HvA.

Allereerst was ‘rector’ een nieuwe functie voor het HBO. Ten tweede was een overstap uit een kabinet naar een CvB in het HBO bepaald nog geen usance. Wat daarna gebeurde was nog opmerkelijker. Jet Bussemaker ging van de HvA naar het kabinet, nu als minister.

Dit is een bewijs van de emancipatie van het HBO, zoals niet eerder vertoond. Vanuit een universiteitsbestuur of WO-bestuursfunctie naar Den Haag overstappen was niet ongebruikelijk. VU-voorzitter Abraham Kuyper werd zelfs premier! WO-manager Ronald Plasterk werd – zonder parlementaire ervaring – van columnist OCW-minister, VU-rector Job de Ruiter werd Justitie en Defensie minister. HBO-raad-voorzitter Frans Leijnse werd wel ingezet als kabinetsinformateur, maar geen vicepremier naast Balkenende. Jet Bussemaker werd minister en daarmee een HBO-pionier.

8.)    Loek Hermans

De VVD-minister had tussen 1998 en 2002 alles mee, leek het. Het geld klotste Paars-II over de plinten, het Bologna Akkoord europeaniseerde het HO en wie studeerde kon rekenen op een baan. Gouden tijden.

Na vier jaar had Hermans de HBO-fraude op zijn conduitestaat, gerommel met bekostiging van (internationale) opleidingen dat de minister hartelijk had aangemoedigd onder de vlag van ‘meer ondernemerschap’. De goede naam van de hogescholen was voor vele jaren besmeurd, bij sommige partijen in de politiek zelfs onverminderd tot vandaag de dag.

De liberale bewindsman kon ook met ‘Bologna’ iets groots verrichten. De invoering van ‘BaMa’ werd echter broddelwerk, vooral voor het HBO. De beoogde gelijkwaardigheid ten principale van bachelor en master in WO en HBO werd bewust niet gerealiseerd en nog recent stelde Jurjen van den Bergh van Kennisland voor dit fatale verzuim alsnog in te halen met behulp van de opbrengsten van het leenstelsel van ‘Paars-III’. Dat is eigenlijk vijftien jaar te laat.

9.)    Rabia Bouzian

Rabia staat symbool voor de HBO-student voor wie deze sector is opgericht en voor wie de HBO-raad zijn werk veertig jaar – nu ook als VH – heeft gedaan. Met een hele groep Marokkaanse studentes vormde zij de peercoaches in Rotterdam die – tenminste – twee dingen doen: vmbo-ers en havisten ‘klaarstomen’ voor wat studeren in het HBO voor hen kan betekenen én kan vereisen en het coachen van collega’s in de hogeschool, die met extra hulp en studievitaminen hun diploma toch kunnen halen. Zo werd zij de ScienceGuide student van 2009-2010, mede namens ISO en LSVb.

Ambitie, emancipatie, gedrevenheid, volharding, studiesucces, trots, realisme, durven dromen. Dat allemaal zie je bij Rabia. “Marokkaanse studenten zien bij ons twee dingen: allereerst, ‘als zij dat kan, dan kan ik dat dus ook’. Een rolmodel-functie om je thuis bij te voelen, die je ook anderen kan laten zien. En als tweede zien ze mensen die ze met een herkenbare taal en achtergrond kunnen aanspreken, die zijn de lagere drempel om je vragen op tafel te leggen.”

“Als ze vragen of problemen hebben is het een groot verschil als iemand je aanspreekt – of flink aanpakt – die niet eerst moet aftasten waar de gevoelige punten, de taal, het inlevingsvermogen zou kunnen zitten. Je komt zo heel snel tot bereidheid aan beide kanten om een vertrouwensrelatie te krijgen. Je kunt echt zeggen waar het probleem zit en die ander snapt dat ook. Vertrouwen is zo belangrijk hier.”

Haar idool in haar modevak? “Marc Jacobs!! Ik maak een diepe buiging voor hem. Hij geeft net dat extra in zijn werk, waar ik van denk ‘wow’. Hij is een voorloper, met werk waar je soms van schrikt eerst. “Dat heeft nog nooit iemand gedaan” zeggen ze dan. Jacobs is net Dali. Diens werk zag ik in Museum Boymans, zo gek. Rare man ook, net als Jacobs trouwens. Gek, raar, maar zo anders dat het dan weer leuk wordt. Je moet er over blijven nadenken, blijven kijken. Je kan niet zo maar weglopen.”

10.)  Ad de Graaf

Van de veertig jaar HBO-raad is Ad de Graaf wel zo’n 35 jaar bij de koepel in dienst, waarvan nu zo’n twintig jaar als secretaris-directeur. Zo heeft hij al heel wat voorzitters van de raad, bewindslieden van OCW en spraakmakende collegevoorzitters overleefd.

Wie HBO-raad of VH zegt, zegt Ad de Graaf. Hij belichaamt de bestuurscultuur van het HBO, een cultuur die door een beetje argwaan een teveel aan dynamiek poogt te remmen, door enige uniformiteit teveel springerigheid en door volharding en geduld teveel ongedurigheid en gebrek aan focus poogt te bestrijden.

In een essay heeft hij de lessen uit veertig jaar HBO-raad aan de hand van zeven boeken – van Biesta tot Piketty – getrokken. U leest dat verhaal hier


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK