Versterk eerst bestaande lectoraten

Nieuws | de redactie
7 september 2015 | Uit verschillende hoeken klinkt de roep om uitbreiding van het aantal lectoren. Jan Baljé en Marjan Groenhuis van de Hanzehogeschool zien liever investeringen in versterking van de lectoraten. “De volgende stap in de ontwikkeling van onderzoek in het hbo ligt volgens ons in professionalisering.”

“Diverse rapporten en visiedocumenten hebben de afgelopen tijd opgeroepen om het onderzoek aan het hbo uit te breiden. De Onderwijsraad vroeg in 2014 in Meer Innovatieve Professionals om ‘het uitbreiden van de capaciteit van lectoraten’, de Vereniging Hogescholen formuleerde in #hbo2025 Wendbaar en Weerbaar de ambitie ‘meer lectoren als versterking van onderzoek en onderwijs’ en het AWTI adviseerde recent in Verwevenheid van onderzoek en hoger onderwijs om ‘het aantal lectoren uit te breiden.’

Uitbreiding als doel in strategische agenda

Het risico bestaat dat de gewenste uitbreiding van onderzoek aan het hbo in beleidskringen rechtstreeks wordt vertaald naar de doelstelling om het aantal lectoren te vergroten. Enerzijds omdat dit een bestaande maat is die in de afgelopen planperiode door menig hogeschool is gebruikt. Anderzijds omdat het een eenvoudig af te spreken en te monitoren indicator is. Hoe meer hoe beter, eenvoudig gezegd. En inderdaad, in de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek wordt een uitbreiding van het aantal lectoren met 580 fte genoemd om daarmee het streefcijfer van 1 lector per 720 studenten te bereiken.

Maar is het uitbreiden van het aantal lectoren op dit moment eigenlijk wel de beste manier om de onderzoekscapaciteit van het hbo te versterken? De afgelopen jaren is het aantal lectoren op hogescholen al sterk gegroeid. In veel gevallen lag daar een prestatieafspraak met het ministerie onder, die succesvol is ingevuld. Als echter gekeken wordt naar ratio’s zoals het aantal fte’s per kenniskring of de onderzoeksomvang per persoon, dan lijken die minder rooskleurig. Een snelle berekening voor de Hanzehogeschool, als voorbeeld van een grote hogeschool, leert dat de gemiddelde lector een aanstelling van 0.6 fte heeft en beschikt over 1.2 fte onderzoeksruimte verdeeld over 4.4 docent-onderzoekers. Promovendi besteden gemiddeld 0,5 fte aan hun onderzoek.

Lectoraat als onderzoeksteam

Deze getallen onderbouwen de veelgehoorde klacht van de versnippering van onderzoekstijd. In combinatie met de druk van het onderwijs dat voor veel docent-onderzoekers en promovendi nog steeds de grootste taak is, bestaat de kans dat onderzoek verwordt tot een vrijdagmiddagactiviteit.
Naar onze mening is het nu tijd om te kijken hoe het lectoraat als onderzoeksteam wordt opgebouwd.

In de praktijk hebben lectoren een forse taakstelling: wetenschappelijk publiceren, én onderzoeksgelden acquireren, én de verbinding met onderwijs realiseren, én het onderhouden van de contacten met de beroepspraktijk, én toezien op de onderzoekskwaliteit in de kenniskring. Het is daarom wenselijk dat de lector kan beschikken over een onderzoeksteam van voldoende omvang waarin verschillende rollen aanwezig zijn.

Ten eerste senior onderzoekers, die in staat zijn om zelfstandig te publiceren en onderzoeksaanvragen voor te bereiden. Ten tweede docent-onderzoekers die de brug kunnen slaan naar het onderwijs, omdat zij weten wat hot is in het vakgebied en welke onderwijsprojecten zich lenen voor invulling met lectoraatsopdrachten. Ten derde junior onderzoekers, recent afgestudeerden die in de onderzoeksruimte zorgen voor continuïteit. Zij beheren het lab, voeren onderzoeken uit met proefpersonen, of maken elk semester de nieuwe studenten wegwijs in de gang van zaken in de onderzoeksomgeving.

Last but not least zijn er de studenten die elk kwartaal of semester in- en uitstromen in het lectoraat. De inzet van studenten vergt de nodige voorbereiding, begeleiding en verwerking, maar als de overige posities in het lectoraat goed bezet zijn dan kan met de inzet van studenten een hoop massa gecreëerd worden.

Wat moet lector kunnen delegeren?

De volgende stap in de ontwikkeling van onderzoek in het hbo ligt volgens ons in professionalisering en specialisatie in bestaande lectoraten: het lectoraat als onderzoeksteam, waarin taken en rollen bij verschillende teamleden belegd kunnen zijn. Hoe moet het onderzoeksteam van een lectoraat worden opgebouwd? Hoeveel promovendi zou een lectoraat tenminste moeten hebben? Welke taken moet de lector kunnen delegeren? Is er een minimum aantal fte voor een goed functionerend lectoraat en een minimale taakomvang van een docentonderzoeker om effectief te kunnen zijn? Wat is dit minimum? Dit zijn de vragen waar het om gaat.

Het hbo kan de komende jaren beter investeren in het uitbouwen en versterken van degelijke onderzoeksgroepen dan eenvoudigweg het aantal lectoren vergroten. Dat is beter voor lectoren, onderzoekers en de onderzoekscapaciteit van de hogescholen.”

Jan Baljé is Research Support Officer bij stafbureau Onderwijs en Onderzoek van de Hanzehogeschool

Marjan Groenhuis is teamleider Onderzoek en Internationalisering bij stafbureau Onderwijs en Onderzoek van de Hanzehogeschool


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK