Centres of Expertise uniek in Europa

Nieuws | de redactie
27 januari 2016 | De HBO-kenniscentra bekleden een bijzondere plaats in de innovatieketen van bedrijven, regio’s en onderwijs. Zijn elders leerzame partners te vinden? Onderzoek daarnaar in Europa toont aan dat de CoE’s “een unieke constellatie” weten te vormen. In Estland, bij Denen en Britten is nog wel extra inspiratie op te doen.

Met oog op het aanjagen van de discussie en verzamelen van ervaringen tijdens het EU-voorzitterschap hebben NethER en PBT een quickscan laten uitvoeren naar verwante ontwikkelingen elders in Europa. En dan blijkt “blijkt dat ook in andere Europese landen het beroepsonderwijs niet als onderdeel van de innovatieketen wordt gezien. Een algemene conclusie die uit de quickscan getrokken kan worden, is dat goed beroepsonderwijs vooral wordt gezien als randvoorwaarde voor een innovatieve economie en niet als direct betrokken bij de innovatieketen.” Juist op dat punt zijn de CoE’s in ons land een opvallende uitzondering.

U leest de conclusie en aanbevelingen uit het onderzoek hier onder.

Innovatiebroedplaatsen

De Centra in Nederland staan midden in de innovatieketen, maar dragen ook bij aan de randvoorwaarden van een innovatieve economie. De drie doelstellingen die in de Centra samengebracht worden, zorgen voor deze unieke constellatie. De Centra richten zich niet alleen op de innovatiekracht van de economie (in de vorm van de betrokken bedrijven), maar ook op de kwaliteit van het onderwijs voor zowel studenten als het personeel van de bedrijven. De directe bijdrage aan de innovatiekracht van de bedrijven wordt gefaciliteerd door de rol als innovatiebroedplaats die de Centra vervullen. Daarmee creëren de Centra niet alleen de randvoorwaarden voor innovatie, maar zijn ze ook echt onderdeel van de innovatieketen.

Uit de quickscan blijkt dat ook in andere Europese landen het beroepsonderwijs niet als onderdeel van de innovatieketen wordt gezien. Een algemene conclusie die uit de quickscan getrokken kan worden, is dat goed beroepsonderwijs vooral wordt gezien als randvoorwaarde voor een innovatieve economie en niet als direct betrokken bij de innovatieketen. Deze rol van het beroepsonderwijs is een onderdeel van de eerste doelstelling van de Centra: meer instroom in en verbeteren van de kwaliteit van het initiële onderwijs.

Echter, deze doelstelling van de Centra houdt ook in dat de betrokkenheid van het bedrijfsleven ook de inhoudelijke kwaliteit van het onderwijs moet verhogen en de instroom van studenten zou moeten vergroten. Dit is wel het geval bij de National Colleges en de High Apprenticeships in het VK.

Beperkte blik bij LLL

Verder valt op dat volwassenonderwijsbeleid vooral gericht is op werklozen, in tegenstelling tot de (tweede) doelstelling van de Centra: meer mobiliteit en flexibiliteit bij zittend personeel van bedrijven. Er zijn wel voorbeelden waar bijscholing wordt gezien als onderdeel van een innovatieve economie. Bijvoorbeeld de koppeling in Estland van de innovatiestrategie met de LLL-strategie, en de nadruk van de LLL-strategie op het bijscholen van laaggeschoolden om voor een arbeidspopulatie van hoge kwaliteit te zorgen.

De laatste doelstelling van de Centra (Een directe bijdrage aan het innovatievermogen van bedrijven leveren) komt alleen in de Deense innovatiestrategie terug. Kennisinstellingen zijn onderdeel van de Innovation Partnerships die in 2013 zijn opgezet. Verder heeft de regering geld vrijgemaakt om te investeren in projecten waarin de studenten en docent van HBO-achtigen ondernemers helpen bij het oplossen van praktische problemen.

Gebaseerd op bovenstaande zou ik aanraden om de Deense Innovation Partnerships (en de fondsen) en de Britse National Colleges en High Apprenticeships verder te onderzoeken. Daarmee worden twee doelstellingen van de Centra gedekt en al dit beleid is al enige jaren oud waardoor er, als het goed is, lessen uit zijn gehaald die voor Nederland relevant zouden kunnen zijn. Ook acht ik het haalbaar om deze cases uit te diepen in het tijdframe dat over is.

Drie trends in beeld

Tijdens de quickscan werd het duidelijk dat er een aantal trends zich ontwikkelen in Europa op het raakvlak van het onderwijs en innovatie. Het kan voor de verdere ontwikkeling van de Centra nuttig zijn om hiervan op de hoogte te zijn.

Ten eerste vindt er een verschuiving in de wijze van het vormgeven van de curricula. Traditioneel zijn die gericht op de input. Dit houdt bijvoorbeeld in het aantal uren dat aan een bepaald vak besteed moet zijn. In verschillende landen is men nu bezig om de curricula vorm te geven rond de output. Dan gaat het om welke concrete vaardigheden een student moet hebben na het afronden van een opleiding. Dit sluit heel erg aan bij de trend dat er steeds gerichter opgeleid wordt in Europa. Steeds meer wordt gekeken naar de behoefte van de lokale economie en daar wordt op ingespeeld, bijvoorbeeld door studenten specifieke vaardigheden bij te brengen.

De tweede trend is dat er steeds vaker ondernemerschap wordt onderwezen en aangemoedigd op de universiteit. Deze trend is een resultaat van een bredere trend, namelijk een groeiende aandacht voor ondernemerschap in het onderwijs in het algemeen. Dit is voor de meeste landen een concreet doel van hun innovatiebeleid. 

Een derde trend is dat er in Europa veel gebruik wordt gemaakt van PPS’en in het innovatiebeleid. Vaak worden PPS’en ingezet om een brug te slaan tussen fundamenteel onderzoek en het ontwikkelen van innovatieve producten die klaar zijn voor de markt. Ook worden PPS’en gezien als een goed middel om het bedrijfsleven, het beroepsonderwijs en onderzoeksinstituten aan elkaar te koppelen. Dit valt samen met de Europese inzet op Smart Specialisation Strategies.

U leest de hele quickscan hier


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK