Minister niet verrast, maar wacht af

Nieuws | de redactie
9 februari 2016 | Minister Bussemaker montert het HBO wat op na de zware klappen voor veel grote hogescholen bij hun instroom. Het valt grosso modo erg mee en de nu weggebleven studenten zouden anders wellicht toch al snel uitgevallen zijn en het HO-rendement verder verlagen. De extra krimp bij MBO’ers verklaart men weg.

De Vereniging Hogescholen heeft cijfers gepubliceerd over de instroom in het huidige studiejaar. De daling in één jaar tijd van nieuwe studenten is 8.3%. Minister Bussemaker zegt dat deze daling geen verassing voor haar is. ”Deze daling van het aantal eerstejaars in het hbo komt niet als een verrassing. In het najaar informeerde ik uw Kamer al over een mogelijke daling in het hbo van tussen de vijf en tien procent.”

De minister refereert hier naar het mondelinge vragenuur van 29 september vorig jaar. Michel Rog had toen namens het CDA Kamervragen gesteld naar aanleiding van berichtgeving op ScienceGuide over de gerezen zorg  dat de instroom bij instellingen weleens fors zou kunnen teruglopen met percentages tot 17%. Feitelijk blijkt die zorg nu bewaarheid, zeker bij grote HO-instellingen als Stenden, HU, Inholland en de HvA. Bij de beantwoording in dit vragenuur in de Kamer sprak de minister overigens niet over een verwachte daling tussen de 5 en 10%, in ieder geval niet volgens de Handelingen.

Een boeggolf uit vrees

OCW geeft wel een aantal verklaringen voor de instroomafname. “De dip in het hbo betreft vooral de directe instroom: de groep studenten die direct na het behalen van het diploma (havo, mbo, vwo) instroomt.” Daar was een piek geweest vanwege de vrees voor de effecten van een leenstelsel en die snelle toestroom valt nu weg. Zou dat alleen in Amsterdam  al goed zijn voor -14%? Dat blijft voorlopig onhelder.

“Ik verwacht de ontwikkelingen die nu zichtbaar zijn in de eerste analyses van de VH en de VSNU, ook zelf terug te zien in de onderzoeken die ik heb uitgezet bij de invoering van het studievoorschot. Allereerst is daar bijvoorbeeld het door de VH genoemde boeggolf-effect, dat zich op het eerste gezicht inderdaad al sterk aftekent. Het heeft ervoor gezorgd dat meer jongeren direct na het behalen van hun middelbare schooldiploma zijn ingestroomd in de jaren voorafgaand aan het studievoorschot, in plaats van eerst een tussenjaar te nemen. Zo konden zij nog net gebruik maken van de basisbeurs. Dit effect wordt nu weer gecorrigeerd.”

Extra krimp bij MBO’ers

Bovendien laat zij weten dat volgens haar rekenmeesters 2.6% van de ruim 8% daling van de instroom toe te schrijven zou zijn aan de werking van het leenstelsel. De rest van de daling schrijven deze toe aan andere factoren. “Daarnaast is nog een afname van 2,2% te zien in de indirecte instroom: de groep studenten die hun diploma al een jaar eerder of nog langer geleden behaalde. Samen met de 0,6% afname in de instroom vanuit overige opleidingen, leidt dat tot een totale instroomafname in de voltijd bachelor van 8,6%, aldus de VH.”

Dat de MBO-instroom in het HBO nu nog forser terugliep dan het gemiddelde past volgens OCW  in een langere trend, “de daling die toch al zichtbaar is in de directe doorstroom vanuit het mbo naar de voltijd hbo-bachelor.  Deze trend heeft zich wellicht doorgezet.” Dat is opmerkelijk, want de cijfers van de voorbije jaren lieten een stijging zien van de instroom uit het MBO. Een plotseling daling met 11% naar het instroomniveau van 2009-2010 kan dan niet eenvoudig een trend genoemd worden.

De daling heeft wellicht zelfs zegenrijke werking voor de hogescholen, montert de minister hen op. “Het studievoorschot [kan] bijgedragen hebben aan een bewustere studiekeuze, en kan het zijn dat een deel van de nu niet-ingestroomde studenten valt binnen de groep die toch al zou zijn uitgevallen in het eerste jaar. In dat geval heeft het studievoorschot juist een belangrijke stap gezet op weg naar een bewustere keuze om te gaan studeren .” Het kan, maar het hoeft natuurlijk niet, want “hier kan ik echter pas uitspraken over doen als ook de uitvalcijfers bekend zijn.”

Tijdelijke dip

Eigenlijk is alles nog ongewis kortom en daarmee ook de 2,6% die OCW zelf aan de impact van het leenstelsel toerekent, erkent de minister. “Hoe bovenstaande kwesties zich precies tot elkaar verhouden, en welk aandeel ook het studievoorschot hierin heeft, moet blijken.”

Vooralsnog houdt men zich maar vast aan de gedachte dat “een tijdelijke dip als gevolg van het studievoorschot wel voor de hand [ligt]. Uit de onderzoeken ten grondslag aan het studievoorschot bleek immers een tijdelijk effect van rond de twee procent. Na twee jaar herstellen traditionele deelnamepatronen zich doorgaans.” De klappen die bij grote hogescholen in de Randstad vallen verdwijnen daarmee in de plooien van een dip, een calculatie dat  het al met al slechts 2,6% zou zijn. “Dit valt binnen de marges van wat door het CHEPS en CPB voorspeld was.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK