Handreiking voor succesvol innoveren

Nieuws | de redactie
14 maart 2016 | In Value in the Valley in Noord-Nederland werkten bedrijfsleven en studenten van MBO- en HBO-instellingen samen aan innovatie. Lukt die samenwerking? Petra Cremers (Hanzehogeschool) zocht het uit in haar promotieonderzoek en kwam tot een set succesfactoren voor het welslagen van deze innovatiewerkplaatsen.

Value in the Valley, innovatiearrangement van het Alfa-college, AOC Terra, Hanzehogeschool, Van Hall Larenstein en een reeks bedrijven als Stork, Ekwadraat, HoSt en Strukton Worksphere was een leerarrangement waarin studenten van verschillende opleidingen en niveaus projecten uitvoerden op het gebied van milieu, energie, landbouw en techniek. Dit gebeurde in zes halfjaarlijkse cycli in het bedrijvencomplex Meerwold in Groningen.

Breed toepasbare principes

Petra Cremers werkte vanuit de Hanzehogeschool mee aan de innovatiewerkplaats in Groningen en het projectteam werd destijds gevraagd in kaart te brengen wat de resultaten van het project waren. Die zoektocht resulteerde voor Cremers uiteindelijk in een promotieonderzoek bij de Wageningen Universiteit, waarin ze een hulpmiddel ontwikkelde voor het ontwerpen en evalueren van zulke innovatiewerkplaatsen. Dit hulpmiddel heeft ze getest bij vier andere innovatiewerkplaatsen. “Het lijkt erop dat de ontwerpprincipes die ik heb geformuleerd breed toepasbaar zijn.”

De innovatiewerkplaatsen waar Cremers onderzoek naar deed, zijn als volgt te karakteriseren. “Een  sociale praktijk waarin partners uit onderzoek, bedrijfsleven, overheden en/of maatschappelijke organisaties samenwerken aan complexe vraagstukken waarvan de oplossing vraagt om het co-creëren van kennis op een manier die de grenzen van traditionele structuren, sectoren, disciplines en vormen van leren overstijgt.”

Innovatiewerkplaatsen passen in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs, omdat ze twee kerntaken bij elkaar brengen: het opleiden van innovatieve professionals en het bijdragen aan de oplossing van problemen en uitdagingen in de beroepspraktijk en de maatschappij. Value in the Valley was zo’n project, en in zekere zin werken Centers of Expertise ook volgens dit principe, ziet Cremers.

Training on the job

“Bij een stage is sprake van twee fysiek gescheiden werelden,” vertelt Cremers. “In een innovatiewerkplaats komen die werelden van onderwijs en werk samen. Het is training on the job.” Deze vorm van werken moet, zo onderzocht Cremers, wel aan enkele randvoorwaarden voldoen wil deze slagen. In haar handreiking zet ze een set van zeven ontwerpprincipes voor innovatiewerkplaatsen op een rij.

plaatjeOntwerpprincipes

Reflectie inbouwen, een authentieke werkomgeving, diversiteit en een geslaagde integratie van werken en leren zijn bijvoorbeeld cruciaal in het welslagen van een innovatiewerkplaats, volgens Cremers. “Het gaat ook om communityvorming. Een gemeenschap waarin interactie is tussen student, docent en partners uit de beroepspraktijk.”

Studenten leren in innovatiewerkplaatsen als ‘junior medewerkers’ aan de slag te gaan met echte opdrachten uit de maatschappij en worden tijdens hun werk begeleid door docenten en werkgevers, die fungeren als de ‘senior medewerkers’. “Dat is de kern van een hybride leeromgeving,” aldus Cremers, “het samenwerken en ‘samen leren’ door alle deelnemers”.

Ruimte om fouten te maken

Omdat innovatieve activiteiten altijd samen gaan met leerprocessen, is het van belang dat studenten de ruimte krijgen om fouten te maken. “Het mag ook gaan om ‘nice to know’ naast de ‘need to know’, zoals dat in een latere fase van studie of onderzoek meer van belang is,” zegt Cremers. “Daarom is reflectie en het kunnen regisseren van het eigen leren zo belangrijk. Het is juist goed als dingen fout mogen gaan. Er moet ruimte zijn om te mislukken, als het maar om begeleid mislukken gaat.”

Cremers ziet het werken in een hybride leeromgeving dan ook prima werken in een vroeg stadium in het curriculum. “Je zou vanaf het eerste jaar al ‘hybride activiteiten’ kunnen inbouwen. Maatschappelijke opdrachten waar studenten bijvoorbeeld één dag of een week mee aan de slag kunnen. Of activiteiten die de studenten al doen buiten hun opleiding zoals vrijwilligerswerk of trainer zijn bij een sportclub. Dat zou al in de introductieweek kunnen beginnen zodat studenten leren in deze vorm te werken en daarvan bewust te leren.”

Inmiddels is Value in the Valley al enkele jaren niet meer, maar nu Petra Cremers haar onderzoek heeft afgerond wil ze graag door met het delen van haar kennis, wat al gebeurt bij een groot project over innovatiewerkplaatsen bij de Hanzehogeschool waar ze werkt. “Ik wil wel op deze materie door. Ik denk dat er binnen het mbo, hbo en universiteiten veel mogelijkheden zijn om IWP’s verder te onderzoeken en de opgedane kennis toe te passen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK