CPB mist kans bij innovatie

Nieuws | de redactie
23 mei 2016 | “Een gemiste kans” noemt Thomas Grosfeld van VNO-NCW de visie van het CPB op de toekomst van innovatie en innovatiebeleid. Deze is te beperkt en ontkoppelt de essentiële kennisschakels ”Je kunt natuurlijk wel een robot kopen, maar als je niet weet wat je ermee kan zal je er weinig aan hebben.”

Grosfeld zegt in een bijdrage aan de discussie over innovatie en beleid, dat die gemiste kans daaruit blijkt, waar “de voorstellen die worden gedaan leiden door een te beperkte blik op innovatie tot een verzwakking van ons innovatievermogen. Zinvoller is om het innovatiebeleid te bekijken vanuit een samenhangend systeemperspectief. Zoals ook OESO en de WRR doen.”

Slang in beweging krijgen 

“Economische groei is te vergelijken met de beweging van een slang. Om vooruit te komen moet eerst de kop naar voren. Dat wordt gedaan door bedrijven die aan de ‘technology frontier’ opereren. Om echt te kunnen groeien is het echter ook noodzakelijk dat de rest van het lijf meegaat. Dit kan door het toepassen van nieuwe technologie, ideeën en innovaties, ook wel ‘diffusie’ genoemd. De wisselwerking tussen kop en staart is van groot belang. Werkt dat niet dan hapert de groeimachine.

Recentelijk heeft de OESO becijferd dat er een groeiende kloof is tussen bedrijven die aan de kop opereren en de rest van de economie. De arbeidsproductiviteitsgroei bij koplopers ligt rond de 3,5 procent, terwijl die voor de rest van de economie blijft bij een magere half procent. De arbeidsproductiviteitsgroei is een goede indicator voor ons toekomstig verdienvermogen.

Willen we meer groeien, zo stelt de OECD, dan moet de verspreiding van kennis van kop naar peloton echt verbeteren. Dat sluit ook aan bij een eerder advies van de WRR over een lerende economie, waarin het belang van kenniscirculatie en kennisabsorptie wordt benadrukt. Zowel de ontwikkeling als de toepassing van innovatie gedijt het beste in ‘ecosystemen’, waar onderlinge linken en samenwerking wordt opgezocht. De vraag is natuurlijk hoe we dat moeten doen.”

R&D heeft twee kanten

Een aantal zaken is van belang. Allereerst dat om kennis toe te kunnen passen je kennis moet hebben. Je kunt natuurlijk wel een robot kopen, maar als je niet weet wat je ermee kan zal je er weinig aan hebben. Dat wordt ook wel de ‘two sides of R&D’ genoemd. Dat betekent dat generieke instrumenten die een bedrijf, ongeacht sector of technologie, stimuleren tot R&D die nieuw is voor zijn bedrijf, bijzonder van belang zijn. Ten tweede is de samenwerking tussen kennisinstellingen, onderwijs en bedrijfsleven van belang om de kennis circulatie te stimuleren. De WRR noemt dat bijvoorbeeld ‘verbonden universiteiten’. Bovenstaande impliceert dat je dit moet doen voor de kop, zoals met de topsectoren, maar dat het ook belangrijk is die aansluiting breder voor elkaar te krijgen.

Wie met deze bril naar het recente CPB rapport ‘Kansrijk kennisbeleid’ kijkt kan niet anders dan stijl achterover slaan van verbazing. Het criterium ‘nieuw voor de wereld’ van het CPB klinkt natuurlijk mooi in een ivoren toren van de wetenschap, maar betekent in de praktijk het afbreken van het innovatiesysteem voor diffusie van kennis. Met instrumenten zoals de WBSO die uitgaan van ‘innovatief voor het bedrijf’ blijft de diffusiemachine wel draaien. Innovatiebeleid kan niet alleen zijn gericht op de kop en het belang van kennisontwikkeling in het MKB negeren. Zo wordt het toepassen van kennis immers erg lastig.

Herstel van isolement

Ook worden in het CPB advies alle aanwezige schakels in het systeem zo veel mogelijk uitgeschakeld, zodat ieder weer in een isolement wordt gedwongen. Toegepast onderzoek kan wel geprivatiseerd, NWO en KNAW kunnen weer terug naar wetenschap om de wetenschap en iedere vorm van het stimuleren van publiek-private samenwerking wordt als tamelijk kansloos gezien.

Hier wreekt zich dat het CPB een neoklassieke kijk heeft op innovatie en zeer beperkt kijkt vanuit individuele instrumenten. Onder andere de WRR en ook de OESO leren ons juist dat je moet kijken naar een samenhangend systeemperspectief. Een dergelijk systeemperspectief houdt in dat een integrale benadering wordt gekozen, waarbij de verschillende instrumenten in samenhang met elkaar worden gezien en waarbij er aandacht is voor het belang van interacties/samenwerking in het innovatiesysteem. De overheid heeft bij het laatste een rol om ‘systeemfalen’ (coördinatiefalen) te adresseren. Het CPB ziet daar maar weinig in.

Vreemd genoeg ziet het dan wel weer een rol van de overheid om sturend te zijn bij innovatie. Natuurlijk is er wel een wereld te winnen bij de overheid als ‘launching customer’ voor innovatie, maar als dat het innovatierecept is van het CPB moet je je toch achter de oren krabben.”

Thomas Grosfeld, VNO-NCW


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK