De balans tussen veilig en open

Nieuws | de redactie
22 juni 2016 | Recente aanslagen in het hart van Europa maken veiligheid een steeds groter thema. Ook het hoger onderwijs voelt dit. Op de conferentie Safe and Open Higher Education werd in gegaan op hoe veiligheid geborgd kan worden, maar openheid blijft bestaan. “Er bestaat niet zoiets als absolute veiligheid.”

Professor Ira Helsloot van de Radboud Universiteit zegt het onomwonden. Het is onmogelijkheid om veiligheid absoluut te garanderen. En dat is maar goed ook. “Kwetsbaarheid is geen zonde, maar een deugd. We moeten meer waarde hechten aan openheid dan aan veiligheid. We mogen geen forten bouwen.”

Better safe than sorry is een mythe

Helsloot ziet bij bestuurders in de nasleep van grote incidenten vaak de neiging tot een ‘risk-regulation reflex’. Dat betekent dat er overdreven veel maatregelen worden genomen in de overtuiging dat de risico’s beheerst moeten worden. Dat werkt averechts stelt de hoogleraar Besturen van Veiligheid. “Better safe than sorry is een mythe. Er is altijd een down side aan het vergroten van de veiligheid.”

Het is een prikkelende gedachte op de conferentie Safe and Open Higher Education waarop hogescholen en universiteiten hun plannen bespreken als vervolg op de in 2015 opgestelde Paris Declaration. In die verklaring – opgesteld in de nasleep van de aanslagen in Denemarken en Frankrijk – spraken onderwijsministers in Europa uit “schouder aan schouder te staan in het onderschrijven van de fundamentele waarden die aan de basis van de EU staan.” Hoger onderwijsinstellingen zijn daarbij essentieel.

“We moeten ons binden aan de primaire taak die de maatschappij ons heeft gegeven,” stelt Ron Bormans aan het begin van de conferentie. Als voorzitter van de stuurgroep rond dit thema bij de Vereniging Hogescholen is hij gastheer van de conferentie. “We moeten oprechte interesse tonen in jonge mensen. Een arm om ze heen slaan. Open zijn, zonder naïef te zijn.”

Transparant blijven

Radicalisering en extremisme is het belangrijkste thema aan de start van de bijeenkomst in Rotterdam. Daar bleek dat universiteiten en hogescholen nog aan het begin staan van de discussie hierover. “Je wilt een open en transparante organisatie zijn,” vertelt Stenden-voorzitter Leendert Klaassen. “Rond veiligheidsissues betekent dat dat je je organisatie op orde moet hebben.”

Voor een hogeschool als Stenden die draait op internationale studenten is dat speelveld extra interessant, zo blijkt in Rotterdam. Afgelopen jaar liepen er zestig studenten uit Qatar rond bij de hogeschool in Leeuwarden. Dan moet je wel weten wat er bij hen speelt, hoe zij tegen zaken aankijken.

Minister Bussemaker die het gesprek met Ron Bormans, Marjolein Jansen (VU), Elmer Sterken (RUG) en Leendert Klaassen leidde, vroeg daarop of men bereid is  in te leveren op openheid als de veiligheid in het geding. Klaassen die te maken heeft met vestigingen van zijn instellingen in het buitenland was duidelijk. “Ik zou dat in Nederland niet accepteren, maar bijvoorbeeld wel in Zuid-Afrika. Uiteindelijk gaat het erom dat we de veiligheid van onze studenten kunnen garanderen.”

Wel grenzen stellen

Het is belangrijk inclusief te zijn op de universiteit, maar tegelijkertijd de waarden waar universiteiten – als opgesteld in de Paris Declaration – voor staan uit te dragen. “We moeten wel grenzen stellen. Laten zien dat er een grens is die je niet oversteekt voor ons.” Bussemaker beaamde dat en benadrukte daarbij hoe belangrijk het is dat de onderwijssector altijd het gesprek aangaat. “We moeten echte interesse tonen in het individu.”

Anekdotisch bewijs daarvoor had burgemeester Ahmed Aboutaleb. Hij had met eigen ogen gezien wat radicalisering met jongeren in zijn stad doet. Zo had hij na signalen van een moeder het paspoort van een zestienjarig meisje af moeten pakken dat op het punt stond uit te reizen naar Syrië. Volgens Aboutaleb moest ook de directe omgeving van deze jongeren meegenomen worden in de discussie. “Je zult moeten samenwerken met ouders, met familie. Dat is gewoon een heel moeilijk verhaal.”

Wat voor impact extremisme heeft op een samenleving is waarschijnlijk nog meer voelbaar in Frankrijk en België, landen die beiden recent te maken kregen met terroristische aanslagen. Luc de Schepper van de Vlaamse evenknie van de VSNU (VLIR) en zijn Franse collega Gilles Baillat die samen met Julie Anderson van de Europese Commissie in het slotdebat het internationale perspectief op de ontwikkelingen schetsten.

“Sinds Brussel is veiligheid een major issue geworden. Ik herken de ‘risk-regulation reflex’ die Helsloot schetst goed,” zegt Luc de Schepper. “Universiteiten hebben open campussen, dat is een risico dat je niet kunt beheersen. Bij ons moeten alle universiteiten nu afspraken maken met de lokale veiligheidsautoriteiten, dus dat gebeurt op lokaal niveau. Als VLIR zijn wij wel heel geïnteresseerd in wat deze conferentie gaat opleveren.”

Dominantie van mediawatchers

Ook Baillat ziet hoe in Frankrijk de gebeurtenissen de verhoudingen op scherp hebben gezet en welke dreiging dit vormt voor de openheid van onderwijs. “Ik ben verantwoordelijk voor dertien campussen in vijf verschillende steden, dat is een heel moeilijk verhaal.” Baillat wilde daarnaast op de agenda zetten welke rol universiteiten hebben in het voorkomen van radicaliseren. “Het is onze zaak samen te werken om een tegengeluid te bieden. We moeten er achter komen hoe het mogelijk is dat studenten duistere ideeën prefereren boven de lichte.”

Tegen ScienceGuide vertelde De Schepper het belangrijk te vinden dat hogescholen en universiteiten samen kijken naar wat werkt en niet. “We moeten ‘common ground’ vinden, om er achter te komen wat we doen en of dat beleid wel effectief is. Er is op dit moment nog onvoldoende kennis van welke mechanismen er achter extremisme en terrorisme schuilgaan.”

Daar ligt volgens de rector van de Universiteit van Hasselt een taak voor de wetenschap. “Op dit moment wordt het debat te veel gedomineerd door mediawatchers en journalisten. Het is aan ons meer onderzoek te doen naar onderwerpen als deze om zo ook evidence based tot goed onderbouwd beleid te komen.”

 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«