Evaluatie van echte impact

Nieuws | de redactie
28 oktober 2016 | De cijfermatige benadering van onderzoeksevaluaties is veel wetenschappers al jaren een doorn in het oog. Deze week presenteerde het UMC Utrecht een alternatieve evaluatiestrategie die een beweging maakt weg van de cijfers, richting de vraag wat het is om een goede wetenschapper te zijn.

In een opinie in het vakblad Nature schrijven Frank Miedema (decaan UMC Utrecht) en Rinze Benedictus (stafadviseur UMC) over de nieuwe evaluatiesystematiek van de instelling. Waar het inmiddels internationaal gebruikelijk is geworden om onderzoekers af te rekenen op het aantal publicaties en hun citatiescore kiezen zij een andere strategie. In de nieuwe evaluatieprotocollen kiezen zij voor een meer holistische benadering van de ‘impact’ van de wetenschapper.

De nieuwe protocollen vragen de onderzoeker onder andere naar zijn organisatorische verantwoordelijkheden en academische taken. Daaronder vallen bijvoorbeeld de tijdrovende peer-review, lidmaatschap van vakverenigingen en commissiewerk. Ook is er expliciet aandacht voor de tijd die aan studenten wordt besteed en welke cursussen de kandidaat heeft ontwikkeld. Ook de maatschappelijke impact en de klinische inzet van het onderzoek zijn van belang in de evaluatie.

Losbreken uit het systeem

Miedema is een van de voormannen van de Science in Transition beweging. Hij verzuchtte zich eerder over de beperkte mogelijkheden die hij als decaan heeft om zelf te sturen welk onderzoek en welke wetenschappers hij wil aantrekken en behouden voor zijn faculteit. Veel van de financiële prikkels komen van buitenaf en bieden ogenschijnlijk weinig bewegingsruimte

Met deze exercitie breekt het UMC los van de gebruikelijke sleur: “Het instituut heeft besloten zich te bevrijden van deze manier van denken.”, aldus Benedictus en Miedema in het artikel. “We hebben onszelf niet lam laten leggen door de veronderstelling dat echte verandering alleen mogelijk is als geldschieters en de tijdschriften meedoen.”

De nieuwe evaluatiecriteria werden ontwikkeld in een aantal consultatierondes onder hoogleraren  maar veel van de input kwam van jonge onderzoekers, alsmede van studenten. Benedictus en Miedema  verbaasden zich over hoe weinig kennis jonge onderzoekers hebben van het huidige systeem als wetenschapsbedrijf maar beschrijven ook hoe snel de interesse groeide nadat ze deze onderzoekers betrokken hadden. “We geloven er in dat een brede discussie in de hele gemeenschap zin heeft.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK