Tijd voor diversiteit

Nieuws | de redactie
19 oktober 2016 | De doorstroom van vwo naar WO blijft achter onder studenten met een niet-westerse achtergrond en de universiteit blijkt voor hen geen verwelkomende omgeving. Zo stellen zowel Maurice Crul op het VSNU Onderwijsfestival als Gloria Wekker bij de presentatie van het rapport ‘Let’s do Diversity!’

Vorige week presenteerde de commissie Diversiteit van de Universiteit van Amsterdam haar rapport met bevindingen en aanbevelingen. Ook op het Onderwijsfestival van de VSNU waren diversiteit en inclusiviteit prominente thema’s bij verschillende debatten en in de afsluitende presentatie. Diversiteit en inclusiviteit lijken nu ook in het WO serieus op de agenda te zijn gezet. ScienceGuide vat de meest opvallende conclusies samen.  

Dekolonialiteit en intersectionaliteit

De UvA-commissie onder leiding van emeritus hoogleraar Gloria Wekker (Universiteit Utrecht) ging bij de presentatie van het rapport met de titel Let’s do diversity uitvoerig in op haar onderzoek en aanbevelingen. De commissie nam enquêtes af, deed cijfermatig onderzoek en interviewde talloze studenten en medewerkers om tot een compleet beeld de komen van de stand van zaken aan de UvA. Dekolonialiteit en intersectionaliteit vormden de onderliggende kaders van het rapport dat met aanbevelingen komt om de UvA een sociaal rechtvaardige en diversiteitsvaardige instelling te maken.

Onder kolonialiteit wordt verstaan dat de huidige (machts)verhoudingen tussen verschillende  groepen binnen de universiteit niet los gezien kunnen worden van ons koloniale verleden. Volgens de commissie kan alleen een dekoloniale universiteit werkelijk een open universiteit zijn voor iedereen. Het intersectionele oogpunt vestigt de aandacht op het feit dat verschillende vormen van discriminatie niet los van elkaar gezien kunnen worden.

De UvA commissie doet de aanbeveling dat diversiteitsbeleid van een integrale aanpak uit moet gaan. Tijdens haar presentatie nam Wekker dan ook expliciet afstand van de vooraf ontstane commotie over eventuele quota voor de samenstelling van de populaties medewerkers en studenten. Wekker noemde de quota een ‘stroman die het belangrijke werk dat de commissie heeft gedaan onterecht reduceert tot een enkel voorstel’. 

Ook bij het debat over kansenongelijkheid op het Onderwijsfestival van de VSNU werd duidelijk hoe veelzijdig het thema diversiteit kan zijn, en dat er nog een lange weg te gaan is. Zo wees een beleidsmaker diversiteitsbeleid van de Erasmus Universiteit er op dat integratie en inclusie niet hetzelfde zijn: ‘We zien nu dat minderheden wel hun eigen verenigingen oprichten, maar niet dat ze zich aansluiten bij bestaande verenigingen. Dat is integratie maar we willen toe naar inclusie.’

Diversiteit in aantallen

Aan de hand van cijfers vergeleek de UvA-commissie de studentsamenstelling van de Nederlandse universiteiten met samenstelling van de populatie achttienjarigen in dezelfde stad. Hieruit blijkt dat studenten met een niet-westerse achtergrond over de gehele linie ondervertegenwoordigd zijn op universiteiten. Ook na correctie voor de percentages op het vwo blijft dit een belangrijk verschil met de grote steden, en de UvA in het bijzonder, als negatieve uitschieters.

Ook prof. dr. Maurice Crul (VU-Erasmus), die de eindlezing op het VSNU Onderwijsfestival verzorgde, wees op de zorgwekkende nationale trends in het aandeel studenten met een niet-westerse achtergrond. Zo nam tussen 2003 en 2009 hun aandeel nog toe maar stagneerde deze toename na 2009. De afgelopen jaren neemt dit aandeel zelfs weer af. ‘We bevinden ons op een historisch kruispunt.’ aldus Crul, die als oorzaak voor de alarmerende cijfers onder andere het leenstelsel en de steeds grotere barrières voor het stapelen aanwijst.

Misvattingen en schokkende bevindingen

Dat er in het diversiteitsdenken nog een aantal belangrijke misvattingen bestaat werd benadrukt bij de presentatie van de commissie Wekker. Zo wijst zij er op dat egalitarisme, gelijke kansen voor iedereen, op zich nog geen garantie biedt op gelijkheid. Ook de vaak aangedragen meritocratische houding van de onderwijsinstellingen schiet tekort om gelijkheid te garanderen. Dit omdat beiden onvoldoende rekening houden met het feit dat er wel degelijk verschillen zijn tussen mensen en dat ook het uitgangspunt van verschillende groepen vaak ongelijk is.

Een tweede, wellicht nog fundamentelere, aanname die de commissie bestrijdt is dat meer diversiteit slecht zou zijn voor de studieprestaties van de studenten. Zij wijst hier op het feit dat de criteria die worden gehanteerd voor succes, talent en leiderschap op zichzelf al zijn ingegeven door sociale normen.

Dat er volgens de momenteel gehanteerde criteria voor studiesucces een groot verschil is tussen biculturele en autochtone studenten werd door Crul benadrukt in zijn presentatie. “Biculturele studenten kiezen uit een kleinere selectie van opleidingen, en switchen op een later moment vaker van studie.” Aldus Crul. “Ook stapelen ze vaker dan autochtone studenten en dat is ontmoedigd. Door het de langere route zijn ze ouder, hebben ze andere verantwoordelijkheden, en studeren ze vaker in deeltijd; maar ook dat is moeilijker gemaakt de afgelopen jaren.”

Dat het studierendement van studenten met een niet-westerse achtergrond achterblijft wijt Crul onder meer aan het weinig inclusieve klimaat dat heerst op de universiteiten. “Studenten met een niet-westerse achtergrond voelen zich simpelweg minder welkom op de universiteit dan autochtone studenten.” Dit beeld word bevestigd door de UvA-commissie. Zo geeft in hun enquête maar liefst 42% van de internationale staf, en 45% van de studenten die zichzelf als moslim identificeren aan het slachtoffer te zijn geworden van discriminatie.

De interviews die de UvA-commissie hield met verschillende medewerkers en studenten schetsen een grimmig beeld van het klimaat aan de UvA. Zo gaat het rapport in op zogenoemde microagressions: subtiele beledigingen aan het adres van minderheden, soms vermomd als grap. De geïnterviewden stelden dat deze met grote regelmaat voorkomen dat er bijna nooit op ingegrepen wordt.

Concrete acties

Het zou volgens voorzitter Wekker een absolute fout zijn om in het oppakken van het thema diversiteit te werken met enkele prioriteiten: ‘Het aanwijzen van gender als prioriteit heeft bijvoorbeeld al snel het gevolg dat afdelingen zich vullen met alleen maar witte vrouwen. Door een van de diversiteits-assen tot prioriteit te verklaren verdwijnt de interesse voor andere aspecten.’. De commissie UvA pleit dan ook voor een integraal beleid en een gecoördineerde aanpak voor het diversiteitsbeleid.

Collegevoorzitter van de Geert ten Dam gaf in haar reactie aan dat ze hiertoe een zogenaamde diversity officer aan gaat stellen die samen met de faculteiten tot een breed gedragen diversiteitsbeleid moet komen. Of het voorstel van de commissie om de in 2011 afgeschafte ombudsman terug te brengen het gaat halen is nog niet duidelijk. Ook andere universiteiten maken werk van diversiteit, zo stelden de Universiteit Leiden, de Vu en de Erasmusuniversiteit recentelijk een gezamenlijke Taskforce Diversiteit in. Hiermee staat diversiteit nu ook op het WO helder op de agenda.

Sicco de Knecht


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«