Een leven lang leren met een permeabel curriculum

Nieuws | de redactie
20 december 2016 | Martine Derks haakt aan bij het lopende debat over leven lang leren, zij denkt dat de veronderstelling van Ad de Graaf dat experimenten binnen hogescholen op niets uit zullen lopen voorbarig is en introduceert een flexibele vorm die open staat voor de professional.

“Een toekomstbestendige lerarenopleiding staat midden in de wereld en zet met besturen collectief in op leren en innovatie. De initiële opleiding wordt vanuit het perspectief van een leven lang leren vorm gegeven.”

Met die tekst openen Karin van Weegen en Mieke Lambregts in december de tweedaagse waarin het strategisch beleidsplan 2020 met elkaar wordt besproken. In diezelfde week laat Aukema op ScienceGuide weten dat hogescholen, die zich inzetten op een leven lang leren meer waardering zouden moeten krijgen en pleit voor hybride oplossingsrichtingen. Binnen de Han Pabo ontstaan die hybride oplossingsrichting met behulp van een permeabel curriculum. Zo’n curriculum is doorlaatbaar. Niet alleen voor nieuwe inhoud maar ook voor professionals buiten het opleidingsinstituut.

Dit curriculum omvat een kern vaste onderdelen gericht op basiskennis- en vaardigheden en startkwalificaties. Binnen deze kern worden studenten met een duidelijke visie op leren en opleiden voor de toekomst opgeleid. Naast de kern omvat het curriculum flexibele onderdelen waarmee zowel studenten als (startende) leraren zich kunnen profileren vanuit complexe vraagstukken binnen het beroep. Het is om die reden dat twintig besturen in de brede regio van Arnhem en Nijmegen in 2016 de overeenkomst Samen Opleiden hebben ondertekend. Zij zijn ervan overtuigd dat het hoger onderwijs met zo’n curriculum beter bij kan dragen aan een leven lang leren en innovatie binnen de regio.

Innovatie van binnenuit

Toekomstbestendige curricula binnen het hoger onderwijs weerspiegelen recente ontwikkelingen in het beroepsdomein. Het is noodzakelijk om mensen voor te bereiden op het vermogen zich aan te passen aan veranderende praktijken voor het onderwijs van morgen. Een leven lang leren vereist dat (toekomstige) professionals op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen en over de grenzen van de eigen organisatie heen samen kunnen werken om nieuwe inzichten mee te nemen binnen de eigen organisatie.

Ook Aukema pleit voor kruisbestuiving maar zou daarbij nog wel wat verder mogen gaan. Niet iedere kruisbestuiving leidt tot innovatie van binnenuit. Daar zijn ook andere leerplanvormen voor noodzakelijk. Op zich zijn de ideeën daarover niet zo nieuw. Beroepsopleidingen zouden volgens Nieuwenhuis (1993) bij het ontwerpproces van de initiële beroepsopleiding veel meer uit moeten gaan van een leven lang leren. In een dergelijk ontwerpproces wordt uitgegaan van proactieve vormen van curriculumontwikkeling omdat kleine elementen in het curriculum resoneren met opkomende ontwikkelingen in het beroepenveld.

Nieuw is dat de HAN Pabo deze inzichten in samenwerking met besturen en Bregje de Vries heeft vertaald naar het concept permeabel curriculum. Studenten worden niet meer alleen opgeleid met opleidingsactiviteiten binnen de stage en het instituut. Met de flexibele onderdelen kunnen zij al voor het behalen van een diploma gebruik maken van professionaliseringsactiviteiten waar ook (startende) leraren binnen de opleidingsscholen van besturen gebruik van maken. Ook lerarenopleiders hebben daar een belangrijke rol in en werken daarbij intensief samen met experts uit de beroepspraktijk.

Een sterke regio als fundament

Zonder samenwerking met besturen was de ontwikkeling van een permeabel curriculum binnen de Han Pabo moeilijker van de grond gekomen. Ook het beroepenveld moet willen investeren in de samenwerking met het hoger onderwijs om de taaie vraagstukken binnen de samenleving op te pakken. Die vraagstukken binnen de samenleving doen namelijk een beroep op meer reflectiviteit en andere vormen van samenwerking.

Juist in een tijd waarin de sociale ongelijkheid toeneemt en de onderlinge verbondenheid afneemt zullen hogescholen met het beroepenveld veel meer in moeten gaan zetten op de ontwikkeling van nieuwe praktijken en dat vereist een brede samenwerkingsagenda die verder gaat dan het opleiden van studenten. Met de afspraken tussen Han Pabo en de besturen is zo’n brede samenwerkingsagenda ontstaan.

De Han Pabo is niet meer alleen een kwalificerend bedrijfsopleider. Problemen die men tegenkomt op het vlak van bekostiging en schaalgrootte voor een leven lang leren zijn daardoor ook beter aan te pakken. Hybride oplossingsrichtingen binnen hogescholen worden pas duurzaam als meerdere partijen daar belang bij hebben en bereid zijn om daarvoor de inzet van middelen en beleid aan te passen.

Een marktgedreven benadering rondom een leven lang leren van een partij past daar niet bij. Het hoger onderwijs kan juist veel meer betekenen als ze niet meer alleen diplomagericht zijn. Dat vraagt niet alleen van het hoger onderwijs, maar ook van het beroepenveld lef en bereidheid om te investeren in de ontwikkeling van nieuwe praktijken.

Toekomstgerichte kennispraktijken

Op het congres “Toekomst van het leren” laat Shapiro weten wat de kernopdracht wordt van het onderwijs. Als we die kernopdracht vertalen naar het hoger onderwijs worden kennispraktijken noodzakelijk. Want waar leren onze studenten data door te ontwikkelen tot kennis die ze als basis kunnen gebruiken voor gesprekken en daarmee betekenisvol kunnen zijn in deze wereld?

Waar leren onze studenten met rolmodellen samen te werken waardoor zij leren hoe ze zich tot een veranderend werklandschap voor professionals kunnen verhouden?

Om die opdracht te kunnen realiseren maken de besturen en de Han Pabo binnen het permeabel curriculum gebruik van kennispraktijken. Dit zijn leergemeenschappen die zich bezighouden met complexe vraagstukken op regionaal niveau. Zowel ervaren leraren als lerarenopleiders participeren binnen deze gemeenschappen en doen gezamenlijk onderzoek om van daaruit passende professionaliseringsactiviteiten voor (toekomstige) leraren en leerlingen te ontwerpen. Zij ontwikkelen zich daarmee tot belangrijke rolmodellen die bij kunnen dragen aan veranderprocessen binnen het hoger onderwijs en het primair onderwijs.

Een van de kennispraktijken, het iXperium, heeft zelfs een fysieke plaats binnen de lerarenopleiding gekregen. Vanuit interdisciplinaire samenwerking op bovenschools niveau wordt binnen het iXperium ingezet op kenniscreatie rondom de inzet van ict om meer recht te doen aan verschillen tussen leerlingen. Kennispraktijken worden bekostigd vanuit het hoger onderwijs en het scholenveld. Binnen kennispraktijken komt theorie en de praktijk beter bij elkaar. Informeel en formeel leren gaat samen en leidt tot de vorming van expertise die noodzakelijk is voor innovatieprocessen van binnenuit.

Palonen, Boshuizen en Lehtinen beschouwen kennispraktijken als een belangrijk vliegwiel voor de ontwikkeling van (toekomstige) professionals en organisaties. Kennispraktijken bevinden zich namelijk op de drempel van bekende beroepsactiviteiten en innovaties en vragen van professionals uit de opleiding en de beroepspraktijk zowel expertise als het vermogen om te leren en aan te passen. En juist die professionals zijn de rolmodellen die we nodig hebben voor de ontwikkeling van een nieuwe generatie.

De HAN Pabo maakt met besturen op dit moment gebruik van tien kennispraktijken. Daar zullen in de toekomst nieuwe kennispraktijken bij komen. Binnen die kennispraktijken worden steeds meer programma’s ontwikkeld waar zowel studenten als (startende) leraren gebruik van kunnen maken.

Om te achterhalen of dit ook leidt tot een leven lang leren is flankerend onderzoek noodzakelijk. Zo wordt op dit moment onderzoek gedaan naar mixed audience masterclasses. Aan deze masterclasses nemen zowel zittende leraren als studenten deel.

De eerste bevindingen zijn positief. Studenten leren binnen masterclasses al tijdens de opleiding van de rijke ervaringen van zittende leraren, en zien dat deze leraren ook na het behalen van een diploma zichzelf als professional door willen blijven ontwikkelen. Dit draagt niet alleen bij aan het beter kunnen verbinden van de theorie aan de praktijk, maar ook aan nieuwe opvattingen over een leven lang leren. Voor (startende) leraren werkt de spiegel andersom.

Zij worden zich bewust van de kennis en vaardigheid die zij al hebben opgebouwd en krijgen daardoor meer zicht op hun eigen professionele ontwikkeling en het vervolg dat zij daaraan willen geven. De veronderstelling van Ad de Graaf dat experimenten rondom een leven lang leren binnen hogescholen op niets uit zullen lopen zijn mijn inziens dan ook voorbarig. Er is voorlopig voldoende reden voor optimisme, maar op het vlak van bekostiging moeten er zeker nog wat noten gekraakt gaan worden.

Met volle kracht de toekomst in!

Een permeabel curriculum lijkt een wezenlijk onderdeel van een regio waarin leren en werken in alle stadia van professionele ontwikkeling samen optrekken. Han Pabo zet op dit moment in op de doorontwikkeling van dit curriculum. Dat doen we in samenwerking met tachtig opleidingsscholen waarin zo’n achthonderd studenten worden opgeleid. Toch zien we nu al dat (startende) leraren binnen andere scholen van de flexibele onderdelen gebruik willen maken.

Een permeabel curriculum draagt daarmee bij aan de olievlekwerking binnen een regio en creëert daarmee een dynamiek die verder gaat dan de flexibilisering van het onderwijsprogramma binnen hogescholen.

Een lerarenopleiding die zich op die manier met besturen en onderzoekers blijft vernieuwen is in staat om de ambitie van een University of Applied Sciences te realiseren. Samen zetten zij in op een leven lang leren van de (toekomstige) leraar die vanuit een onderzoekende houding bij wil dragen aan waarde(n)vol onderwijs en de ontwikkeling daarvan.

Martine Derks is programmaleider Samen Opleiden en geeft met haar collega’s in het PO en de HAN Pabo leiding aan de kwaliteitsverbetering van het leren op de werkplek van (toekomstige) leraren en de curriculumontwikkeling.

Aanvullende Literatuur

Nieuwenhuis, L.F.M. (1993). Beroepsgerichte leerplanontwikkeling. In W.J. Nijhoff, H.A.M. Franssen, & W.T.J.G. Hoeben (eds.), Handboek curriculum: Modellen, theorieën, technologieën (pp.191-210). Amsterdam: Swets & Zeitlinger.

De Vries, B., & Schouwenaars, I. (2016). Mixed Audience Masterclasses in een dynamisch curriculum: Eerste indrukken. Nijmegen: Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK