Kees schrijft Jet: de bestuurder als dirigent

Nieuws | de redactie
11 januari 2017 | Om de twee weken schrijven Jet de Ranitz (Inholland) en Kees Boele (HAN) elkaar over het reilen en zeilen bij hun hogeschool. In 2017 trapt Boele af met zijn vergelijking tussen besturen en dirigeren. “Hebben wij een partituur die we als hogeschool uitvoeren? Anders gezegd, zit er een componist achter?”

U leest de brief van Kees Boele aan Jet de Ranitz hier

Arnhem, 9 januari 2017

Beste Jet,

Allereerst mijn allerbeste wensen voor het pas begonnen jaar 2017, zowel voor jou en voor degenen die je lief zijn als voor al je collega’s van Inholland.

Heb jij het traditionele nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker gezien? Ik niet deze keer. Maar wel heb ik de afgelopen weken herhaaldelijk de eerste 4 minuten van dit concert uit 2001 zitten beluisteren en bekijken op Youtube.

Waarom deed ik dat? Dat zit als volgt. Wij luisteren op zondagmiddag thuis geregeld naar het radioprogramma Diskotabel, waarin klassieke CD’s kritisch besproken worden. In mijn ouderlijk huis luisterden wij daar al naar, erg leerzaam. In dat programma zit ook altijd ‘de vergelijking’, waarin een nieuwe uitvoering van een bepaald werk kritisch vergeleken wordt met twee andere, meestal vroegere uitvoeringen van datzelfde werk.

Enkele weken terug ging het om een Haydn-symfonie. Ik spitste mijn oren, want ik ben een groot liefhebber van de (104!) symfonieën van deze componist. Meteen werd ik getroffen door één van die oudere opnames: prachtig warm en tegelijk strak gespeeld, melodieus, dynamisch, met sterke accenten, transparant, sprekend. De dirigent? De in 2016 op 85-jarige leeftijd overleden Nikolaus Harnoncourt. Ik had het kunnen weten, want zijn stijl is herkenbaar.

Ooit (in 1975) maakte hij furore (en riep hij ergernis op) in het Amsterdams Concertgebouw met zijn uitvoering van de Johannes Passion op Palmzondag, onder meer met een verkleinde bezetting en een hoger tempo dan gebruikelijk. Ik mag hem graag omdat hij de muziek zelf tot leven brengt, met sprekende accenten, dicht op de partituur, zonder enige kitsch en alle in de loop der jaren er omheen gegroeide romantiek en zwijmelarij.

Dus ik ging nog eens even zoeken op Youtube naar fragmenten met Harnoncourt. En zo kwam ik bij het nieuwjaarsconcert van 2001, waarin Harnoncourt begon met de originele versie van de Radetzky-mars, fantastisch. Meteen ook het een ander gedownload en op de usb-stick gezet voor in de auto: heerlijk!

Jet, nu schreef jij in je laatste blog dat je zelf bewust geen les geeft omdat je die kunst niet beheerst.  Toen ik die Harnoncourt-uurtjes beleefde en hem vooral ook zag dirigeren, met die grote sprekende ogen van hem, moest ik daar nog eens aan denken.

Want zou je onze bestuurlijke rol, en dan vooral de voorzittersrol, niet kunnen vergelijken met die van de dirigent? Ben jij dan weliswaar geen musicus, maar wel een dirigent? (Weet jij trouwens, zo vraag ik me spontaan af, waarom er geen vrouwelijke topdirigenten zijn?) Dat is eigenlijk wel een heel mooie metafoor, dacht ik zo. En ik ben benieuwd of jij die herkent. Een dirigent speelt zelf niet en al helemaal niet de eerste viool, maar hij (gemakshalve spreek ik maar even in de mannelijke vorm) heeft wel een visie op de muziek, althans op de manier waarop die gespeeld zou moeten worden.

Dat is bij Harnoncourt heel duidelijk het geval. Zou dat voor ons ook gelden, of zelfs moeten gelden? Als voorzitter van het CvB ben je dirigent van het hogeschoolorkest, met jouw kijk op de muziek, zonder dat je zelf speelt, maar wel met jouw interpretatie van de muziek en dus met jouw aanwijzingen, omdat jij degene bent die ingehuurd is om het geheel goed te laten klinken. Als managementboekjes dus zeggen dat de bestuurder of manager niet over de inhoud gaat omdat die bij de ‘professional’ berust, dan vergeten die boekjes mijns inziens de figuur van de dirigent, zonder wie het orkest best kan spelen, maar het blijft dan toch een beetje los zand.

De metafoor geeft trouwens meer te denken. Orkesten verschillen, in kwaliteit, traditie, stijl, klankkleur. Dat geldt voor hogescholen ook. Het HAN-orkest zou je een groot, degelijk orkest kunnen noemen, met een warme ondertoon, wat weinig geprononceerd in de dynamiek, nog niet altijd harmonieus genoeg in de klank. Dat laatste komt in mijn orkest vooral omdat sommige partijen het erg moeilijk vinden om naar de andere te luisteren, terwijl in de (onderwijs)muziek juist het luisteren erg belangrijk is.

Als HAN-dirigent probeer ik sinds enkele jaren de warme ondertoon wat meer tot boventoon te maken, de melodie iets geprononceerder te laten klinken, de spelers wat meer muzikale vrijheid te geven, maar wel vanuit een heldere interpretatie. Ook ben ik bezig geweest met het niveau en de klankkleur van de grootste groep spelers in het orkest, de (onderwijs)violisten. 

De (onderzoeks)celli waren en zijn een sterke partij, maar niet altijd goed afgestemd op die onderwijsviolen. Onze recensenten prijzen regelmatig de celli, maar ik zou het mooi vinden als het hele orkest als zodanig goed gerecenseerd zou worden. Verder zijn we ook met de ondersteunende (Bildungs)bassen bezig en je merkt dat zij het orkest meer gaan dragen. Net als Harnoncourt vind ik dat er te veel om onze muziek is heengebouwd aan ballast, en dat we terug moeten naar de partituur.

De metafoor van de dirigent roept trouwens nog andere interessante vragen op, wanneer we die toepassen op het onderwijs. Hebben wij een partituur die we als hogeschool uitvoeren? Anders gezegd, zit er een componist achter? En van wie is het orkest? Van de overheid? Of subsidieert die alleen maar het orkest? Mag die overheid dan vervolgens afspraken met ons maken over het aantal violisten in relatie tot het aantal podiumbouwers en/of over het aantal uren dat het orkest repeteert?

Dus Jet, zie jij jezelf ook als dirigent? En wat voor type dirigent ben jij? Hou je, net als ik, van de Harnoncourt-stijl of van een heel andere? Hoe klinkt het orkest van InHolland? Als jij je kunt vinden in deze metafoor, wat ga jij dit jaar dan doen als dirigent van InHolland? Ten slotte: zou het niet leuk zijn als we het gastdirigentschap eens invoeren? Dat leidt in de wereld van de muziek soms tot verrassende concerten.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«