Overheid moet Leven Lang Leren faciliteren

Nieuws | de redactie
24 januari 2017 | Onderwijswet- en regelgeving moet flexibeler worden om Life Long Learning-proof te worden. Dat bleek bij de uitgebreide hoorzitting over Leven Lang Leren in de Tweede Kamer.

In de parlementaire enquêtezaal was het de hele dag een komen en gaan van onderwijsdeskundigen die hun visie op dit thema – in aanloop naar de verkiezingen van maart – voor het voetlicht konden brengen bij parlementariërs van VVD, PvdA, D66 en ChristenUnie.

In de sessie over het hoger onderwijs schoven Ancella Evers (coördinator Associate Degree Officemanagement bij hogeschool Windesheim), Fokke Aukema (directeur deeltijd van de HAN) en Eric Verduyn  (directeur NCOI en NRTO) aan en dat leverde een geanimeerde discussie op.

Met name de vraag van Paul van Meenen (D66) of particuliere aanbieders aan cherry picking doen bij het aanbieden van lucratieve opleidingen deed de gemoederen oplopen. Verduyn stelde dat het voor niet bekostigde opleidingen moeilijk is om op elk gebied een betaalbare opleiding neer te zetten, maar dat zij veel kosteneffectiever werken dan de publieke instellingen; een bacheloropleiding zou bij hen twee keer zo goedkoop worden aangeboden als die van de bekostigden. Aukema reageerde door te stellen dat op zijn instelling het aantal contacturen veel groter is, alsmede de slagingspercentages.

Meer aansluiten op behoefte van werknemers

Waar de genodigden elkaar wel vonden was in de noodzakelijke veranderingen om Leven Lang Leren (LLL) vanuit de overheid gefaciliteerd moet worden. Verduyn benadrukte in zijn bijdrage dat de manier waarop het huidige onderwijs is vormgegeven in veel gevallen niet aansluit op de wensen en behoeftes van werknemers. 

Erkende opleidingen worden door het onderwijssysteem in een mal gedwongen, terwijl die manier van toetsing en (klassikale) leervormen juist hetgeen is waarop zij eerder stukliepen. Aanpassing of flexibilisering van wetgeving zou een uitkomst bieden om het aanbod meer aan te laten sluiten op de wensen van een belangrijke doelgroep die momenteel vaak uit angst niet kiest voor bij-, op- of omscholing.

Ook op het gebied van bewustwording is er volgens Verduyn veel te winnen. Maar 3 tot 6 procent van de werknemers ziet het volgen van een opleiding als een uitkomst om hun carrière toekomstperspectief te bieden. Er ligt een belangrijke taak om nut en noodzaak van LLL bij een grotere groep onder de aandacht te brengen.

Meer vrijheid voor opleidingen

Aukema lichtte zijn op ScienceGuide gepubliceerde visie toe. Opleidingen worden in een LLL-setting steeds meer modulair aangeboden en studenten doen langer over zo’n traject. De overheidssturing op vier- of vijfjaars slagingspercentages voor diploma’s sluit daar niet op aan.

Opleidingen moeten volgens Aukema meer vrijheid krijgen en nemen om opleidingen zo in te richten dat zij aansluiten bij de doelgroep en ook te kijken welke toetsings- en diplomavormen daarbij passen, waarbij ook kan worden gedacht aan (deel)certificaten. “De eisen voor een onderwijsarrangement zijn voor 17-jarige havisten heel anders dan voor iemand van midden 30 met 5 tot 10 jaar ervaring”, aldus Aukema.

Successen met de Associate Degree

Evers ging in op het succes dat zij op Windesheim met de Associate Degrees behaalt. In deze vorm kunnen MBO’ers voor wie een HBO-bachelor te zwaar is of te lang duurt in een korter traject van twee jaar een ‘niveau 5’ certificering krijgen (ter vergelijk: een hbo-bachelor is niveau 6).

Hier is vraag naar vanuit studenten én het werkveld en de eerste groep studenten die een Associate Degree heeft gevolgd laten uitstekende resultaten zien; veel beter dan van studenten van reguliere bacheloropleidingen. Deze opleidingen worden momenteel alleen nog niet in deeltijdvariant aangeboden, waardoor het makkelijker te combineren is met een baan. Op korte termijn wordt hier waarschijnlijk wel mee gestart, waarmee het een waardevolle aanvulling op het LLL-aanbod zou kunnen zijn.

Ook andere sprekers op de hoorzitting, waaronder (bijzonder) hoogleraren als Andries de Grip (directeur ROA), Marc van der Meer (Onderwijsarbeidsmarkt), Renée van Schoonhoven (Onderwijsrecht) en Wim Groot (programmamanager TIER), benadrukten dat onderwijs in een LLL-setting andere vormen vraagt dan het regulier onderwijs dat aan reguliere jonge studenten wordt aangeboden.

Met name aan de onderkant van het onderwijsbestel zijn veel mensen gebaat bij om- en bijscholing, maar zij kunnen in het reguliere onderwijssysteem niet uit de voeten. Dat geldt overigens ook voor havisten en vwo’ers die nooit een hbo of wo-opleiding hebben gevolgd of afgerond. Waarschijnlijk kunnen zij op latere leeftijd relatief eenvoudig een opleiding doen, zeker wanneer deze flexibeler zijn en qua vorm meer ingericht op hun wensen.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«