Van publicatiedrift naar wetenschap met impact

Nieuws | de redactie
19 januari 2017 | “Als wetenschappers elkaars werk beoordelen door te kijken door een rietje, verliezen ze een heleboel andere kwaliteiten uit het oog.” Sander Dekker doet een oproep aan wetenschappers om meer in te zetten op wetenschappelijke impact en minder op publicatiedrift.

Vandaag verstuurde OCW de langverwachte brief aan de Tweede Kamer over valorisatie van de wetenschap. OCW ziet dat er vorderingen zijn gemaakt op dit punt, maar dat er nog veel verbeterd kan worden. Zo komen in de toekomst wetenschappers die hun kennis omzetten in producten of diensten voor bedrijven of maatschappelijke organisaties eerder in aanmerking voor een NWO-beurs. Sander Dekker schreef voor ScienceGuide een essay waarin hij uiteenzet waarom hij valorisatie van de wetenschap zo belangrijk vindt.

 U leest het essay hieronder

“31 december 2016 was een uitzonderlijke dag. Niet eens omdat het de laatste dag van het jaar was. Het was een dag die uitzonderlijk lang duurde. 31 december 2016 kreeg namelijk een extra seconde erbij. Je kunt zeggen: wat maakt één seconde nou uit op 24 uur (86.400 seconden). Maar dankzij deze zogenoemde schrikkelseconde lopen onze klokken weer in het gareel met de werkelijke tijd.

Het is vijftig jaar geleden dat de zeer nauwkeurige meting van de tijd officieel begon. Want in 1967 is in het internationale systeem van eenheden de definitie van een seconde aangepast aan de meting met de atoomklok. De technologie van de atoomklok zit in verkeerslichten, stationsklokken, smartphones, tomtoms en nog veel meer alledaagse zaken waar we in 2017 niet warm of koud meer van worden.

Vertaald in handige toepassingen  

De atoomklok is een overtuigend voorbeeld van een wetenschappelijke vondst, vertaald in handige toepassingen voor de samenleving. In de wetenschap en de politiek noemen we dat valorisatie: impact en waarde creëren door wetenschap naar de samenleving te vertalen. 

Het beeld is vaak: eerst komt het wetenschappelijke inzicht, vervolgens de ideeën over het nut ervan. Maar kijken we naar de atoomklok, ontwikkeld in de jaren vijftig in Londen, dan zien we dat die er niet zomaar kwam. Het ging zelfs andersom. Er lag aan deze vondst een duidelijke vraag ten grondslag: hoe meten we de tijd wereldwijd zo nauwkeurig mogelijk?

Ga je drie eeuwen verder terug in de geschiedenis van de tijdmeting, dan kom je uit in Greenwich, en zie je eigenlijk iets soortgelijks. In de tweede helft van de zeventiende eeuw trok de Engelse koning Charles II een bedrag uit voor de bouw van een observatorium en benoemde John Flamsteed als de eerste koninklijke astronoom. Zijn opdracht: breng de bewegingen van de hemellichamen in kaart. Niet zomaar, omdat de koning daar nou eens nieuwsgierig naar was. Nee, het doel van koning Charles was om via een accurate bepaling van tijd en plaats de scheepvaart vooruit te helpen. Betere navigatie zou levens sparen en de opbrengst van de handel per schip verhogen. Valorisatie van hoogstaande wetenschap dus. 

Een valorisatiewolk tot gevolg

De Amerikaanse hoogleraar Daniel Sarewitz, gespecialiseerd in vernieuwing, duurzaamheid en de toekomstige samenleving, betoogde onlangs in een artikel in The New Atlantis dat ook in de moderne tijd de grootste wetenschappelijke vooruitgang wordt geboekt als er een stevig probleem op tafel ligt. Hij noemt bijvoorbeeld de eerste computer, die is voortgekomen uit de behoefte van het Pentagon aan exacte berekeningen over de inslag van bommen. Dat mag geen hartverwarmende gedachte zijn, maar het is wel een feit dat het vervolg ons veel goeds heeft gebracht. Ook hier reageerde de wetenschap op een probleem, een concrete vraag, met een valorisatiewolk tot gevolg.

Typisch Nederlands is de eeuwenoude vraag hoe we moeten omgaan met het vele water in en om ons land. Ook daarbij speelt wetenschap een grote rol. Vorige week leverde een startup die nauw samenwerkt met de TU Delft de oplossing voor scheefgevallen woonboten in de Maas, in de vorm van een mobiele, met lucht gevulde dijk. Tijdens de plaatsing stonden onderzoekers van de TU Delft op de kant om het geïnteresseerde publiek te informeren en tegelijkertijd zelf te leren van deze casus. 

De gemene deler van de precieze atoomklok, de astronomie uit Greenwich, de computer en de Nederlandse wateroplossingen,  is dat er een maatschappelijk vraagstuk ligt, waar de wetenschap een oplossing voor biedt, wat weer leidt tot toepassingen die de samenleving vooruit helpen. Dat is een logische gang van zaken. Daarom is de Nationale Wetenschapsagenda dan ook opgebouwd rondom de meest brandende vragen van de samenleving. Het is een van de manieren van de zogenoemde ‘kenniscoalitie’ – een samenwerkingsverband tussen universiteiten, kennisinstellingen en bedrijfsleven – om valorisatie een structurele plek in het onderzoek te geven.

Wat haaks staat op de hemel

Toch roept die aanpak nog altijd discussie op in wetenschappelijke hoek. In een enquête van enkele jaren geleden kregen onderzoekers de vraag wat het belangrijkste aspect is van hun werk. Slechts één op de vier had ‘maatschappelijke relevantie’ in zijn of haar top drie. Ik merk dat in een deel van de wetenschappelijke gemeenschap ‘nut van onderzoek’ nog altijd een taboeonderwerp is. Sommigen vinden dat zoiets als hun ziel verkopen aan de duivel, wat haaks staat op de hemel van het fundamentele wetenschappelijk onderzoek. Maar de tegenstelling tussen zuivere wetenschap en valorisatie is vals. Die twee gaan juist heel goed samen.  

Gelukkig is er ook een groeiende beweging van wetenschappers die heel ver zijn met valorisatie en maatschappelijk nut een vanzelfsprekende plek te geven in hun werk. Ook in Nederland gebeurt er veel op dat gebied. De technische universiteiten in Twente, Delft, Eindhoven en Wageningen lopen voorop, onder meer met partnerschappen met de industrie. Ook hebben de meeste universiteiten programma’s voor ondernemerschap opgezet. NWO gaat valorisatieprestaties meewegen bij de beoordeling van onderzoeksvoorstellen.

Ook in de alfa- en gammahoek

Maar we kunnen echt nog niet tevreden zijn. Valorisatie is nog te veel een kwestie van goede voorbeelden van de voorlopers en nog te weinig een besef dat elke wetenschapper met zich meedraagt. Ik zou willen dat elke wetenschapper valorisatie op zijn netvlies heeft, ook in de alfa- en gammahoek. Het gaat mij erom dat onderzoekers niet alleen publiceren, maar ook presenteren, hun werk toegankelijk maken, bedenken voor welke bedrijven en andere partijen het relevant kan zijn. Het zit niet alleen in technische vondsten. Een kunsthistoricus die een verhaal vertelt op een school, of helpt een expositie op te zetten, is ook bezig met valorisatie. De leidende vraag moet zijn: hoe kan ik met mijn werk de samenleving helpen? 

In de afgelopen jaren heb ik meermalen de wetenschap opgeroepen het gezicht nog meer naar de buitenwereld te keren. Ik ben vervolgens vaak aangesproken door jonge wetenschappers die zeggen dat ze mijn oproep sympathiek vinden, maar dat de werkelijkheid op hun universiteit een andere is. Vaak tellen voor hun decaan of hoogleraar alleen maar publicaties in de internationale wetenschappelijke bladen mee als resultaat. De rest wordt afgedaan als spielerei

Als je tegen jonge mensen alleen maar zegt: hoe langer je publicatielijst, hoe beter het is voor je carrière, dan moet je niet vreemd opkijken als ook hele goede wetenschappers alleen nog maar dat ene doen. 

Perverse effecten 

Ik vind dat er inmiddels perverse effecten uitgaan van de eenzijdige focus op publicaties. Alsof alleen de lengte van publicatielijsten en h-indexen bepalen wat wetenschappelijke kwaliteit is. Als wetenschappers elkaars werk beoordelen door te kijken door een rietje, verliezen ze een heleboel andere kwaliteiten uit het oog. En die blikvernauwing tast uiteindelijk het wetenschappelijke bedrijf aan.

We moeten daarom toe naar een bredere opvatting van academische kwaliteit. Eén die niet alleen is gestoeld op publicaties, maar ook kijkt naar de werkelijke maatschappelijke en economische impact van het werk van onderzoekers. En dat is niet alleen in het belang van de samenleving – omdat het zo bijdraagt aan een vergroting van ons welzijn en onze welvaart – maar ook van de wetenschap zelf.

Ook in een laboratorium 

Waarom? Om te beginnen worden de resultaten er beter van. Uitdaging en focus hebben nou eenmaal een positieve uitwerking op prestaties. Dat geldt overal. Voor de basisschool, in het bedrijfsleven en ook in een laboratorium.  

Ten tweede is het ook voor wetenschappers zelf mooi om iets te doen waar iedereen beter van wordt. Het maakt het werk gewoon leuker als het impact heeft op de samenleving, bovenop de waardering uit de eigen kring. 

Tenslotte is valorisatie een belangrijke manier om vertrouwen en draagvlak voor de wetenschap te behouden. Als we echt vinden dat wetenschap de motor is van vooruitgang, dan moeten we dat niet alleen met de mond belijden, maar vooral ook laten zien.

Wetenschap als sterke vestingstad 

Wetenschap wordt wel eens vergeleken met een ivoren toren. Dat is mij te ongenuanceerd. Ik zie wetenschap liever als een stad. Een prachtige, sterke vestingstad, waar bijzondere dingen gebeuren. De bewoners meten de tijd, ze luisteren het universum af, ze kijken naar het allerkleinste en het allereerste, ze doorgronden de samenleving en leggen de patronen vast. 

De afgelopen jaren is de uitwisseling met de wereld om die stad heen gelukkig flink toegenomen. Er zijn steeds meer voorbeelden van wetenschappers die de samenwerking met anderen buiten de stad aangaan, hun bevindingen graag delen en daar ook voor worden beloond. Nu is het tijd voor elke wetenschapper om aanschouwelijk te maken hoe hij of zij bijdraagt aan de verbetering en de vooruitgang van het dagelijkse leven. Nu is het tijd om alle poorten, deuren en ramen open te gooien en de samenleving op elke hoek van de straat de hand toe te steken.” 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK