Voorkom terugval verslaafde met hulp van omgeving

Nieuws | de redactie
10 januari 2017 | Juist de directe omgeving is van cruciaal belang om langdurig verslaafden te behandelen. Volgens Hanze-lector Eric Blaauw zijn echter veel te weinig professionals in de verslavingszorg geschoold in systeemtherapie. “Hulpverleners richten zich met name op de cliënt en niet op de omgeving.”

“Het lectoraat van de Hanzehogeschool, dat mede mogelijk gemaakt is door Verslavingszorg Noord-Nederland is van belang voor de behandeling van mensen met een verslaving. Het uitgangspunt van het lectoraat is dat  het wenselijk is dat de behandeling steeds meer in hun thuissituatie plaatsvindt: ambulant in plaats van klinisch en in de omgeving in plaats van in een instelling.”

Doel van uw onderzoek is de omgeving van de cliënt te versterken zodat deze hun hulp kan accepteren. Is dat een blinde vlek?

“Dat kun je gerust zo zeggen. Mensen met een jarenlange verslaving raken geïsoleerd en verliezen vaak de steun van hun partner en omgeving. Ze hebben een paar uur therapiecontact, maar dat is in de praktijk vaak niet opgewassen tegen al die uren waarin ze geen therapie hebben en dan kan de invloed van de omgeving behoorlijk sterk zijn. Er zijn wel speciale groepen waarin aandacht is voor ouders en kinderen, maar die worden slecht bezocht. Minder dan 2 procent van de professionals in een instelling is bijvoorbeeld speciaal geschoold in systeemtherapie.”

Hoe verklaart u dat?

“Vaak weten mensen niet dat die groepen er zijn. Zelfs hulpverleners weten het lang niet altijd. Er wordt meestal ook door behandelaars niet naar gevraagd, het zit niet in hun systeem. Zelfs wanneer hulpverleners op bezoek gaan in de thuissituatie, richten ze zich met name op de cliënt en niet op de omgeving.”

Terwijl het toch logisch klinkt om dat wel te doen.

“Het is ook geen onwil, maar aandacht voor de persoon én de omgeving vraagt om specifieke vaardigheden van hulpverleners. Daarin worden ze niet of nauwelijks geschoold en daarom is dit lectoraat ook zo belangrijk. Bovendien is het bijzonder moeilijk om zulke vragen te stellen. ‘Heeft je kind last van je verslaving?’ Eigenlijk weten we op dit moment niet goed wat we moeten doen als het antwoord bevestigend is. Een complicerende factor is ook dat bij gezinnen vaak meerdere hulpverleners betrokken zijn. Bij een integrale aanpak is meteen de vraag wie de regie voert. Als het ingewikkeld wordt, hebben we nog wel eens de neiging om een terugtrekkende beweging te maken.”

U richt zich in het bijzonder op cliënten met een complexe omgeving: mensen met dubbele diagnoses, mensen waarbij verslaving van ouders aan kinderen wordt overgedragen. Hoe versterk je de omgeving als die z’n eigen problematiek heeft?

“De kans op verslaving van een kind is vele malen groter als de ouders ook verslaafd zijn. We weten ook dat de kans afneemt wanneer ze erover communiceren. Het helpt bijvoorbeeld echt wanneer ouders tegen hun kind zeggen: ‘Ja ik ben verslaafd, maar ik wil niet dat jij dat ook wordt, dus begin er alsjeblieft niet aan’.”

Maar in die complexe situaties waarin verslaving al is overgedragen is het daar te laat voor. Wat kun je dan nog doen?

“Dat is ingewikkeld. Wat ik in ieder geval weet is dat het niet helpt wanneer je alleen met de verslaafde ouders of alleen met het kind spreekt. Dat is water naar de zee dragen. Verslavingszorg Noord-Nederland heeft, en dat is uniek in Nederland, een kliniek waar 16 gezinnen kunnen worden opgenomen. Over hoe je die het beste kunt behandelen, met een integrale aanpak, is nog bijzonder weinig onderzoek gedaan en dat is één van de uitdagingen van het onderzoek waar we ons de komende jaren mee bezig houden.”

Hoe worden studenten bij het onderzoek betrokken?

“Het wordt echt onderdeel van de zorg zelf. En omdat het draait om die brede aanpak doen studenten van alle sociale studies – bijvoorbeeld social work, toegepaste psychologie en verpleegkunde – eraan mee. Zij komen ook echt in de kliniek en het is de bedoeling om over 2 à 3 jaar een opleidingsprogramma rond omgevingsgerelateerde zorg te hebben opgezet waarin de inzichten die we de komende jaren opdoen zijn verwerkt.”

Hoe wordt er op het lectoraat gereageerd vanuit het werkveld?

“Zeer positief, bijvoorbeeld bij het forensisch netwerk waarin ik ook werkzaam ben. TBS’ers hebben in 60 procent van de gevallen voor het begaan van een delict problemen met alcohol of drugs en in een kwart ervan speelde het een belangrijke rol in het delict. In de kliniek kunnen ze niet gebruiken en lijkt het een stuk beter met ze te gaan.”

“Wanneer ze echter buiten zijn, en in een niet-veranderde omgeving terechtkomen, zie je vaak een terugval. Met behulp van het onderzoek dat ik de komende jaren als lector Verslavingskunde samen met anderen ga doen, richten we ons op zo’n netwerk rondom de cliënt en proberen we hem of haar met een goede begeleiding terug in de samenleving te brengen om de kans op terugval te verkleinen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK