De meerwaarde van de hbo-master

Nieuws | de redactie
17 februari 2017 | Wat is precies de toegevoegde waarde van de masteropleiding? Zowel op het gebied van onderzoek als didactiek? Deze kwestie stond centraal op het congres dat hierover door het Platform Professionele Masteropleidingen (LPPM) in samenwerking met de Vereniging Hogescholen werd georganiseerd.

Door kennis te delen, samen op te trekken in ontwikkelingen en informatie uit te wisselen, kan er worden bijgedragen aan een herkenbare kwaliteit voor zowel studenten als werkgevers, aldus de LPPM, en dit werd handen en voeten gegeven in verschillende workshops waarin onder meer de rol van de praktijk in een opleiding concreet werd gemaakt en het profiel dat een docent in een professionele masteropleiding dient te hebben. 

Op deze tweede editie van de masterconferentie, die plaatsvond op hogeschool Windesheim, waren bovendien enkele keynote sprekers op het gebied van onderzoek en didactiek uitgenodigd om hun licht te laten schijnen over de materie. 

Leren in de praktijk gaat niet vanzelf

Marco Coenders, lector Wendbaar Vakmanschap bij de NHL hogeschool, ging in op het thema ‘Opleiden vanuit de praktijk van de student’. Hij benadrukte dat leren in de praktijk niet vanzelf gaat en dat er verschillende waardecreatiecycli doorlopen moeten worden voordat praktische kennis ook leidt tot een verandering. 

Studenten missen soms die koppeling met de praktijk. Kennis is niet altijd 1 op 1 toepasbaar in de praktijk omdat het werkveld een ‘landschap van praktijken’ is, aldus Coenders. Binnen de bacheloropleidingen wordt kennis van een vak overgedragen, maar in de master moet ook kennis over dat landschap en hoe je daar als professional in moet opereren worden behandeld. Coenders: “Het is een landschap met verschillende percelen waar je mee te maken hebt. Daar moet je kennis van hebben en het begrijpen. Mijn veronderstelling is dat de master-professional niet zozeer over meer kennis beschikt, maar over een andere opvatting van wat kennis is.” 

Vaak bestaat de praktijk uit eilanden van professies en moet je die in de praktijk met elkaar leren verbinden en zo samen nieuwe kennis ontwikkelen, aldus Coenders. “Vaak komt dit niet tot volle wasdom en blijft het dus onvoltooid leren.” 

Ontwikkelen van brede, transfereerbare kennis

Vervolgens was het woord aan Daan Andriessen, Methodologie van Praktijkgericht Onderzoek aan de Hogeschool Utrecht. Hij constateerde dat hij al jaren lezingen houdt over het onderzoekend vermogen van studenten, maar dat het voor het eerst was dat hem was gevraagd hier op in te gaan in het kader van de masterfase. “Ik weet het ook niet”, grapte Andriessen, waarmee hij het belang van het nadenken over praktijkgericht onderzoek in de bachelorfase des te meer benadrukte. 

In de visie van Andriessen gaat het onderzoek in de masterfase verder dan dat in de bachelorfase. “In de bachelor is onderzoek erop gericht dat je het in je de vaardigheden in je werk kunt gebruiken. Daar moet je ook dingen uitzoeken. In de masterfase gaat het meer om het ontwikkelen van kennis die breder geldig is dan die situatie.” 

Masterstudenten moeten in tegenstelling tot bachelorstudenten in staat zijn om te oordelen op grond van onvolledige of beperkte informatie en een originele bijdrage leveren aan het ontwikkelen en/of toepassen van ideeën. Het complexiteitsdenken van Dave Snowden, waarbij er meestal geen sprake is van directe oorzaak-gevolg relaties, is waar masters mee moeten dealen. “Uitproberen, reflecteren en reageren is de modus operandi waar we de masters voor moeten opleiden”, aldus Andriessen. 

Naast het primaire uitoefenen van het beroep moet de master ook in staat zijn kennis te ontwikkelen en samen te veranderen. “In de bachelor staat methodisch werken centraal, in de master gaat het ook om de onderzoekscyclus van leren. Dat onderzoek moet niet zozeer generaliseerbaar, maar wel transfereerbaar zijn.” 

Veel bereikt, maar blijven leren en verbeteren

Ook de aanwezigen mengden zich vervolgens in een plenaire dialoog. Zo werd er onder meer gediscussieerd over de positie van de hbo-master ten opzichte van de universitaire, de moeilijkheden om in verschillende snelheden te studeren en hoe om te gaan met doorstromers: is de professionele master louter bedoeld voor mensen met werkervaring of niet? 

Organisator Margreet de Roover sloot de bijeenkomst  af door te stellen dat de bekendheid van de hbo-masters in het werkveld en bij studenten en de politiek moet worden vergroot, maar dat deze bijeenkomst juist in het teken stond van de kwaliteit en niet van de kwantiteit. “Er is al veel neergezet, maar we kunnen blijven leren en verbeteren, en we hebben elkaar nodig om verder te komen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«