‘Selectie aan de poort levert weinig op’

Nieuws | de redactie
21 februari 2017 | Tot deze scherpe conclusie komt VUmc-promovenda Anouk Wouters in haar onderzoek naar het effect van selectie aan de poort bij de opleiding Geneeskunde.

Selectie van studenten leidt niet tot betere motivatie, bevlogenheid en studieprestaties dan gewogen loting, concludeert Wouters die 9 februari bij het VUmc promoveerde op haar onderzoek. Bovendien komt de diversiteit van de studentenpopulatie door selectie mogelijk in het gedrang, terwijl de patiëntenpopulatie juist steeds diverser wordt.

Weinig verschil tussen selectie en loting

Voor haar onderzoek onderzocht Wouters selectieprocedures van de VUmc, AMC en UMC Groningen. “Wat we zien is dat ingelote studenten net zo goed presteren als geselecteerde”, ligt Wouters toe. “Studenten met een hoger gemiddeld cijfer dan een 8 doen het overal het beste, maar verschillen tussen selectie en loting zijn er niet of heel erg klein. Ik vind het dus zonde”

Het is dan ook de vraag of selectie aan de poort de moeite loont. “Zo’n selectieprocedure kost erg veel geld en is stressvol voor kandidaten. Bovendien leidt het mogelijk tot een minder diverse studentenpopulatie”, aldus Wouters.

Op basis van een onderzoek onder middelbare scholieren, waarvoor Wouters 24 leerlingen interviewde, concludeert ze dat selectieprocedures de grootste impact heeft op de motivatie van leerlingen zonder hoog opgeleide ouders of een medisch netwerk. “Zij schatten hun kansen niet hoog in, wat ertoe kan leiden dat ze uberhaupt niet deelnemen aan de selectieprocedure. Er hoeft dus geen bias in de selectieprocedure te zitten die dergelijke studenten benadeelt, het kan goed zijn dat we ze niet eens zien.”

Goed inschatten is lastig

Bovendien vraagt Wouters zich af of het mogelijk is op die leeftijd al de geschiktheid voor de opleiding en het toekomstige beroep goed in te schatten. “Studenten gaan een opleidingstraject van zes jaar in en zijn maar 17 of 18 jaar tijdens zo’n selectieprocedure. Daar worden dan hele harde conclusies aan verbonden.”

Terwijl veel studenten een paar jaar later vaak beter kunnen inschatten of zij gemaakt zijn voor de hiërarchische cultuur en de lange werkdagen in de kliniek. “Je kunt bijvoorbeeld ook na drie jaar bachelor kijken of studenten arts moeten worden, of misschien in een andere medische functie beter tot hun recht komen als je ook tijdens de opleiding hebt kunnen kijken hoe iemand in het veld functioneert.”

Of de bevindingen van Wouters te generaliseren zijn is de vraag, aangezien studenten geneeskunde een ander profiel hebben dan de meeste andere WO-studenten. “Bij geneeskunde zijn de rendementen al heel goed, zo rond de 80 a 90 procent. Dan kunnen de effecten van selectie per definitie niet de impact hebben als bij andere opleidingen waar die percentages veel lager liggen. Het is dus niet uitgesloten dat het instrument nuttig kan zijn, al is het van belang om te kijken of het niet leidt tot een afname van diversiteit van de studentenpopulatie.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK