Van taalachterstand naar taalenthousiasme

Nieuws | de redactie
29 maart 2017 | De lerarenopleidingen op het hbo moeten meer bicultureel worden. Nienke Meijer, die portefeuillehouder lerarenopleidingen is van de Vereniging Hogescholen, stelt dat daarom minder naar de techniek van taal moet worden gekeken en meer naar het taalgebruik.

Dit najaar publiceerde de NVAO een brede systeemanalyse van de tweedegraads lerarenopleidingen. Bij een gezamenlijke meet-up van de NVAO en de Vereniging Hogescholen werd deze besproken. De voornaamste onderwerpen die aan de orde kwamen waren diversiteit op de lerarenopleidingen en hoe het beroep van leraar aantrekkelijker kan worden gemaakt.

Een geweldige slag gemaakt 

Paul Zevenbergen, bestuurder van de NVAO begeleidde de discussie en kwam als eerste met een positieve constatering. “Als wij kijken naar zes jaar geleden dan zien we dat de tweedegraads lerarenopleidingen, en zeker ook de pabo’s, een geweldige slag hebben gemaakt. Als men bijvoorbeeld kijkt naar onderzoeksvaardigheden, studentbegeleiding en toetsen beoordelen, op al die punten zijn er echt grote stappen gemaakt.”

Het eerste discussiepunt was de diversiteit op de lerarenopleidingen. Hans Huizer, directeur van de Johan de Witt Scholengroep uit Den Haag, waar 40 procent van de leerlingen een taalachterstand heeft wilde meer diversiteit in zijn docentencorps. “Mijn diepste wens is dat bij de lerarenopleidingen zoveel mogelijk docenten uit onze doelgroep komen, zodat ze als rolmodellen kunnen functioneren. Dat is ook stimulerend voor leerlingen om te kiezen voor de lerarenopleiding.”

Nienke Meijer, die als voorzitter van Fontys ook portefeuillehouder lerarenopleidingen is van de Vereniging Hogescholen, benadrukte dat er meer gekeken moet worden naar de kracht van diversiteit. “Wij zouden goed onderzoek moet koppelen aan diversiteit in onderwijs. Ik merk zeker in de politieke discussie dat er vanuit buikgevoel wordt geredeneerd waarom diversiteit wel of niet goed zou zijn. Wij hebben een goede onderbouwing nodig om te kijken wat de kracht is van diversiteit in de klas en wat dat betekent voor onze samenleving.”

Niet blind staren op perfect taalgebruik

Paul Zevenbergen noteerde dat uit de systeemanalyse van de lerarenopleidingen is gebleken dat taalachterstanden een issue zijn bij de Randstedelijke hogescholen. Nienke Meijer vond dat men niet blind moest staren op perfect taalgebruik. “De maatschappelijke discussie moet niet alleen maar gaan of wij goed kunnen spellen met d’s en t’s en dergelijke, maar dat het ook gaat over de rijkheid van de taal, over de manier hoe je de taal gebruikt om te communiceren. Daarmee zet je ook een breder palet neer voor diegene die die taalachterstand hebben. Het moet niet alleen over de techniek van de taal gaan, maar ook om het gebruik. Zo ga je van taalachterstand naar taalenthousiasme.”

Marja Poulussen van de Hogeschool Rotterdam sloot zich hierbij aan. “Ik vind ook dat taal bicultureler moet zijn. Ik denk dat het heel belangrijk is dat wij niet precies op die grammatica gaan zitten, maar op de betekenis van taal. Op de po-scholen in Rotterdam-Zuid waar ik weleens kom is er geen enkele docent die grammaticaal perfect Nederlands spreekt. Hoe belangrijk is die ‘d’ en ‘t’ of het juiste gebruik van een lidwoord ‘de’ of ‘het’ nu eigenlijk? In een bi-culturele samenleving moet er gewoon wat water bij de wijn.”

Taal kan zorgen voor uitsluiting 

Mip van Suchtelen, die werkzaam is bij Hogeschool Inholland, wees er ook op dat te veel nadruk op taal kan zorgen voor uitsluiting. “Taal wordt in Nederland als gemakkelijkste uitsluitingsmechanisme gebruikt. Wij-zij-denken wordt dan meteen geactiveerd. Dat is denk ik heel erg gevaarlijk, daarom is het belangrijk om perfect taalgebruik wel te problematiseren. Te veel aandacht op taal wordt gebruikt om mensen uit te sluiten.”

Aan het eind van de discussie werd de vraag gesteld hoe het vak leraar aantrekkelijk kan blijven in de toekomst. Nienke Meijer kwam met een aanzet daarvoor. “De studenten die wij nu afleveren die zijn 22 als ze klaar zijn. Zij moeten zeker door tot hun 72e werken. Wij moeten zorgen dat het inspirerend blijft om les te blijven geven. Met Doekle Terpstra ben ik daarom bezig om vanuit het Techniekpact met circulaire carrières in het bedrijfsleven te gaan werken. Zodat men over kan stappen van het onderwijs en het bedrijfsleven en weer terug naar het onderwijs. Als lerarenopleidingen moeten we dat meer faciliteren. Daar hebben wij echt een uitdaging om op die manier onze beroepssector vitaal te houden.” 

Hans Huizer van het Johan de Witt Scholengroep wees op de studiedruk bij studenten. “Heel veel studenten zijn natuurlijk ook tegelijkertijd aan het werk als ze in opleiding zijn. Ik merk op mijn school dat potentieel goede studenten bezwijken onder de zware studiedruk en het werk niet aankunnen. Daardoor zullen potentieel goede studenten afhaken, omdat ze het gewoon niet meer redden.” 

Tot slot was het Nienke Meijer die een pleidooi hield voor een gemeenschappelijke agenda richting een nieuwe regering. “Hoe zorgen wij ervoor dat we invloed hebben op de nationale discussie? Het is goed dat alle onderwijssectoren bij elkaar zitten, maar ik merk dat wij ook best onderling veel discussies hebben. Wij moeten met z’n allen zorgen dat als er dadelijk een nieuwe minister is dat het vo, po, mbo en de Vereniging Hogescholen een gezamenlijk verhaal hebben hoe wij kunnen opschalen om meer studenten op te leiden.”

Frans van Heest


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«