Breng salaris po en vo in evenwicht

Nieuws | de redactie
5 april 2017 | “Wat rechtvaardigt tegenwoordig nog het verschil in salaris tussen primair en voortgezet onderwijs?” Hoogleraar Frank Cörvers (Tilburg University) constateert een scheefgroei tussen wat docenten in het basisonderwijs verdienen in vergelijking met hun collega’s in het voortgezet onderwijs, en vraagt zich af of die nog te handhaven is.

Hoe zorgen we ervoor dat er voldoende en goede leraren zijn? Dit is een vraagstuk dat de afgelopen jaren volop in de belangstelling staat en ook in aanloop naar de verkiezingen de nodige aandacht kreeg van de politieke partijen. Ondanks vele initiatieven stromen er nog altijd te weinig studenten uit de lerarenopleidingen, met name in de zogenaamde tekortvakken, en lijkt dit met de vergrijzing van het lerarencorps de komende jaren een steeds urgenter probleem te worden. Wordt het niet tijd om het over een andere boeg te gooien?

In het lerarendiscours op ScienceGuide gaan we op zoek naar nieuwe antwoorden en alternatieve oplossingen. Aan het woord komen dwarse denkers, (oud-)politici en bewindvoerders, maar vooral ook de leraar zelf. We nodigen iedereen uit om mee te denken. In dit tweede interview praten we met hoogleraar Frank Cörvers (Tilburg University) over het lerarentekort en beloning van docenten.U leest hier het eerste interview in het kader van het Lerarendiscours met oud-staatssecretaris Jacques Wallage.

“Die opleidingen die vroeger die tot de lagere school opleiden waren ook echt anders dan de opleidingen die voor het voortgezet onderwijs opleiden. Daar stond de vakinhoud veel centraler in het voortgezet onderwijs. Veel leraren hadden  een academische opleiding afgerond of zelfs een promotietraject gedaan, of kwamen uit het bedrijfsleven. Nu hebben tweedegraads leraren veelal een lerarenopleiding op hbo-bachelorniveau, eventueel aangevuld met een masteropleiding die het mogelijk maakt dat je als eerstegraads les kan geven.”

Inmiddels ziet het er voor leraren anders uit. “De situatie die nu is ontstaan is dat je twee ogenschijnlijk gelijkwaardige hbo-bacheloropleidingen hebt, namelijk de tweedegraads lerarenopleidingen en de pabo-opleidingen. Die zijn qua niveau en studentenpopulatie min of meer hetzelfde, maar de pabo-afgestudeerde verdient nog steeds veel minder.”

Belemmerde doorstroom

Wat Cörvers bovendien opvalt is een verandering in hoe onderwijscarrières zich ontwikkelen. “In vroeger jaren gebeurde het veel meer dat men van onderop doorstroomde. Mensen die les gaven op de lagere school stroomden door naar het voortgezet onderwijs en zelfs nog naar de universiteit. Het is niet gezegd dat het niet meer voorkomt, maar het was in de jaren zeventig, tachtig veel gebruikelijker.”

Dat had ook gevolgen voor de ontwikkeling in salaris die docenten doormaakten. “Die doorstroom was natuurlijk aantrekkelijk voor je salaris, maar tegenwoordig is het normaler dat je carrière maakt binnen je eigen onderwijssector. Die sectormobiliteit lijkt veel geringer te zijn nu. Het zijn allemaal zelfstandige arbeidsmarktsegmenten geworden waarbinnen je carrière kan maken. Een veelvoorkomende doorstroom is dat je als leraar locatiedirecteur wordt in het po. In het vo kun je behalve dat doorstromen door eerstegraads te worden en heb je veel meer functiedifferentiatie in schalen.”

Geen wezenlijk verschil

Onlangs riepen meer dan23.000 basisschooldocenten onder de noemer PO in Actie op tot betere salariëring. Frank Cörvers snapt waar die eis vandaan komt. “De opleidingsstructuur is zo eenvormig geworden dat je je kunt afvragen of er nog voldoende rechtvaardiging zit in de verschillen in salaris tussen het po en het vo.”

Volgens Cörvers zou het aanbeveling verdienen om eens kritisch tegen het licht te houden hoe lesgeven in het primair en voortgezet onderwijs zich tot elkaar verhouden. “Je zou bijvoorbeeld met een soort functiebeoordeling kunnen kijken hoe zwaar een functie binnen de bepaalde typen onderwijs is en dan eens die vergelijking maken.”

“Ik vraag me dan af of een functie in het voortgezet onderwijs wel echt zwaarder is dan die van leraar basisonderwijs. Via een bepaalde systematiek zou je dat wat mij betreft eens moeten beoordelen,” zegt de Tilburgse hoogleraar die tevens wijst op het steeds belangrijker worden van vroegschoolse educatie. “Dat betekent dat leraren juist in die jonge jaren al heel belangrijk zijn en misschien nog wel belangrijker dan in het voortgezet onderwijs. Anderzijds is het zo dat leraren in het voortgezet toch wat gemakkelijker de stap naar andere sectoren buiten het onderwijs kunnen maken dan leraren in het basisonderwijs, zeker voor bepaalde vakken in bijvoorbeeld ICT en techniek. Deze ‘outside options’ maken dat de meestal hogere lonen in de private sector de lonen in het voortgezet onderwijs kunnen opdrijven.”

Marktconforme salarissen

Nu het lerarentekort weer op de politieke agenda staat, is het volgens Cörvers van belang dat niet alleen in het po maar in heel het onderwijs de beloning van het leraarschap wat meer in de pas gaat lopen met andere sectoren. “Het is niet zo dat we met zijn allen hetzelfde moeten gaan verdienen als je een hbo-diploma hebt gehaald, maar ik denk wel dat je je vraagtekens kunt stellen bij het relatief lage salaris van mensen die van de pabo komen.”

Salariëring van het leraarschap is niet de enige factor van belang bij het oplossen van het lerarentekort. Onlangs werd op in Den Haag nog gedemonstreerd voor het verkleinen van de klassen, om zo docenten wat te ontlasten in de werkdruk. Ook Frank Cörvers ziet daar wel wat in, maar realiseert zich dat ook dat geld kost en dat kleinere klassen de tekorten aan leraren verder vergroten.

“Met name jonge leraren knappen vroeg af, omdat ze zo zwaar belast worden. Juist jonge leraren moet je wat ontlasten, terwijl het tegendeel soms het geval blijkt. Ze krijgen de zware klassen, of moeten veel wisselen tussen klassen, omdat ze geen vaste functie kunnen krijgen. Dat maakt dat er veel jonge leraren uitstromen. Die leraren hebben behoefte aan coaching en mentoring. Dat zijn investeringen die snel veel rendement opleveren.”

Nu er een nieuw kabinet aankomt, hoopt Cörvers dat dat geld er ook inderdaad gaat komen. “Zonder geld wordt het wel heel moeilijk om iets aan dit lerarentekort te doen. Mochten er investeringen komen, dan zou ik op dit moment wat meer gewicht geven aan het primair onderwijs ten opzichte van het voortgezet onderwijs. Het mag wel wat meer gelijk worden getrokken.”

Consistent lerarenbeleid

Misschien nog wel belangrijker dan extra investeringen is het volgens Cörvers nog wel dat leraren de komende jaren weten waar ze aan toe zijn. “Het lerarenbeleid moet niet te ad hoc zijn. Als er nu geïnvesteerd gaat worden, dan is het ook zaak dat er wat stabiliteit is, dat er niet net zo makkelijk weer wordt ingegrepen in de onderwijssalarissen en de arbeidsvoorwaarden als het even minder gaat. Dan is er sprake van een onbetrouwbare overheid en dat is niet goed voor de sector.”

Cörvers constateert dat de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs al steeds meer worden geregeld zoals dat dit in de private sector gebeurt. “Het ontslagrecht wordt ook voor leraren in het openbaar onderwijs langzaamaan genormaliseerd. Steeds meer arbeidsvoorwaarden worden zo geregeld als in de markt. Het idee dat je bij de overheid en in het onderwijs meer werkzekerheid hebt, verdwijnt langzaam. Dat betekent wel dat je op andere punten net zo goed en betrouwbaar moet zijn als het bedrijfsleven om concurrerend te zijn.”

“Het zou goed zijn voor het imago van het onderwijs als het een sector is die niet iedere keer met andere regelgeving te maken krijgt. Ik denk dat een betrouwbare overheid in deze er ook voor kan zorgen dat het weer meer populair wordt om in het onderwijs te gaan werken.”

Tim Cardol

Dit artikel maakt deel uit van het Lerarendiscours dat ScienceGuide organiseert. Deze maand is het thema ‘lerarentekort’. Wilt u ook bijdragen aan het discours, stuur dan een mail naar redactie@scienceguide.nl  


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«