Hbo dreigt leenstelselgeld te verliezen aan de 4TU

Nieuws | de redactie
21 juni 2017 | De VVD heeft een nieuwe bestemming gevonden voor de opbrengsten van het leenstelsel. Pieter Duisenberg (VVD) wil dat een deel van de eerste vrijkomende middelen van het studievoorschot naar de tekorten gaan bij technische universiteiten. Het hbo bekijkt deze ontwikkeling met zorg en bezuinigt alvast.

Nog voor het leenstelsel één euro heeft opgeleverd heeft de VVD al een nieuwe bestemming gevonden voor de opbrengsten van het studievoorschot. De eerste tweehonderd miljoen die het leenstelsel vanaf 2018 moet gaan opleveren moet voor een deel worden besteed aan de tekorten in de techniek, zo bepleit Pieter Duisenberg (VVD).

In het hbo vreest men nu dat een nieuw kabinet de opbrengsten van het leenstelsel anders gaat verdelen dan aanvankelijk was beloofd. De Haagse Hogeschool anticipeert hier op en kondigt een vacaturestop en reorganisatie aan, omdat men vreest dat het beloofde extra geld niet of slechts gedeeltelijk naar het hbo gaat “Helaas zijn er signalen dat het nieuwe kabinet dit geld slechts gedeeltelijk of niet aan het hbo toekent.” Zo legt het College van Bestuur deze bezuinigingsronde uit aan medewerkers van de Haagse Hogeschool.

Volgens mij is er wel gewoon geld

Deze week vertelde Duisenberg op BNR Nieuwsradio dat hij begrijpt dat de minister geen nieuw geld heeft als demissionair minister, maar dat vanaf volgend jaar wel geld beschikbaar komt. Dat kan worden ingezet om te voorkomen dat numeri fixi worden ingesteld bij de technische universiteiten.

“Natuurlijk moet een demissionair minister het bestaande beleid uitvoeren, uitgaande van de bestaande begroting. De minister zegt nu dus ook: ‘ik heb geen geld om het nu op te lossen, maar volgens mij is er wel gewoon geld binnen haar begroting. Er komt vanaf 2018 €200 miljoen vrij door het afschaffen van de basisbeurs, dat geld gaat allemaal naar de onderwijsbegroting en is helemaal nog niet gealloceerd. Een deel hiervan zou het probleem met numeri fixi al oplossen.”

Duisenberg wil daarom dat de minister het plan oppakt van de werkgevers. VNO-NCW heeft samen met een aantal studentenorganisaties het plan opgevat om een deel van het studievoorschot te besteden aan een betere matching tussen onderwijs en arbeidsmarkt. “Nu is er een plan ingediend van werkgevers en studenten om een kwart van de opbrengsten van het leenstelsel te schuiven naar de technische studies, vervolgens willen de werkgevers dat geld bijleggen middels matching. Dus ik zou zeggen aan de slag!’”

Geef ons allemaal meer geld

Duisenberg begrijpt dat het hoger onderwijs dit niet altijd ziet zitten en dat zij er genetriek meer geld bij willen hebben, maar volgens het liberale Kamerlid gaat om het maken van de juiste keuzes. “Universiteiten zijn aan het wijzen naar Den Haag en zeggen: ‘geef ons allemaal meer geld.’ Het is natuurlijk zo dat als je een deel van het nieuwe geld aan techniek geeft, dat dat voor een deel niet naar andere studies gaat. Ik denk toch dat wij met elkaar die keuzes moeten maken als land.

In het hbo is men hier niet gerust op. Er speelt al langer een discussie in de politiek om de opbrengsten van het studievoorschot niet te besteden zoals in de Strategische Agenda hoger onderwijs van minister Bussemaker in 2015 is beloofd.

Na een maandenlange ho-tour langs verschillende ho-instellingen in het land had de minister bepaald om het geld vooral te investeren in 4000 extra docenten en in meer begeleiding van studenten. Het is maar de vraag in hoeverre dit gestalte kan krijgen, nu er vanuit de politiek al andere prioriteringen worden aangegeven voor de opbrengsten van het studievoorschot.

Gat in de begroting voor hbo

Deze opbrengsten worden overigens grotendeels opgebracht door hbo-studenten, omdat twee derde van de studenten in het hoger onderwijs studeert in het hbo. In het hbo kijkt men dus ook met zorg naar deze politieke ontwikkelingen. Zo heeft de Haagse Hogeschool deze week in een brief aan de medewerkers laten weten dat bezuinigingen noodzakelijk zijn, deels omdat men ingeteerd heeft op het eigen vermogen om investeringen te kunnen doen. Deze investeringen zijn overigens conform de afspraak die de VH en de VSNU in 2014 hadden gemaakt met het kabinet. Het ho zou vooruitlopend op de vrijkomende middelen van het studievoorschot zelf 3 jaar lang €200 miljoen voorinvesteren.

De Haagse Hogeschool geeft in de brief aan dat men vreest dat vanuit de overheid deze afspraak wordt geschonden. “Met het invoeren van het leenstelsel heeft het kabinet toegezegd fors in het hoger beroepsonderwijs te investeren: voor De Haagse gaat dat om 6 miljoen euro in 2018 tot 12 miljoen in 2022. Helaas zijn er signalen dat het nieuwe kabinet dit geld slechts gedeeltelijk of niet aan het hbo toekent. In dat geval hebben we een fors gat in de begroting.”

Dit noopt de Haagse Hogeschool om een aannamestop af te kondigen en om tijdelijke contracten van medewerkers alleen indien strikt noodzakelijk te verlengen. Deze bezuiniging wordt volgens het CvB nog versterkt door een tegenvallende studenteninstroom. “Waar we nu tegenaan lopen is dat de groei van het aantal fte bij faculteiten en diensten te hard gaat – mede gezien de stagnerende studentaantallen – waardoor we financieel uit balans kunnen raken.”

Vrijwel iedere hbo-instelling heeft met een dalende instroom te maken gehad na de invoering van het studievoorschot. In 2015 kondigde de voorzitter van de VH, Thom de Graaf al aan dat dit tot bezuinigen zou leiden door de T2-regeling in de financiering. Zo heeft het hbo in den brede nu alleen nog maar last ondervonden van het leenstelsel. Door eerst drie jaar lang in te teren op het eigen vermogen, moet men nu vrezen dat de beloofde investeringen slechts gedeeltelijk of niet terugkomen in het hoger beroepsonderwijs.

Update:

Inmiddels heeft minister Bussemaker ook gereageerd op het voorstel van Duisenberg. Zij laat aan ScienceGuide weten dat er duidelijke afspraken zijn gemaakt over de investeringen. “Over de opbrengsten van het studievoorschot zijn afspraken gemaakt met de instellingen – óók de TU’s – en met studenten. Álle studenten moeten ervan profiteren, niet alleen de studenten aan de TU’s en ook die aan de hogescholen. Het is nu aan de universiteiten om gezamenlijk een plan te maken voor de knelpunten die zij ervaren. En het is aan het bedrijfsleven om ervoor te zorgen dat de techniek een aantrekkelijker sector wordt om in te (blijven) werken, want het is nog steeds zo dat veel studenten techniek uiteindelijk in een niet-technische baan of het buitenland terechtkomen.”

Frans van Heest


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«