Vluchteling weet weg niet te vinden naar het ho

Nieuws | de redactie
23 juni 2017 | Slechts 1% van de vergunninghouders die onderwijs volgen, gaat naar het hbo of de universiteit. Alleen Iraniërs doen het in dit opzicht beter: 11% van de Iraanse leerlingen gaat naar het hbo. Dit blijkt uit cijfers van het CBS die in kaart bracht wat er met de vluchtelingenstroom van 2014 en 2015 gebeurde.

Gisteren verscheen het rapport ‘Van Opvang naar Integratie’, van het Centraal Bureau van de Statistiek. Het CBS deed in opdracht van de regering onderzoek naar hoe de groep van asielzoekers het doet die in 2014 en 2015 naar Nederland kwam. Voor het eerst is het mogelijk om het individuele traject dat asielzoekers in Nederland doorlopen te volgen, vanaf opvang tot en met de stappen na het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Het CBS komt nu met de eerste resultaten.

De helft uit Syrië 

In 2014 zijn er 27.000 asielzoekers naar Nederland gekomen. In 2015 waren dat er 54.000. In de eerste helft van 2016 kwamen 11.000 asielzoekers naar Nederland. In 2014 en 2015 waren Syriërs de grootste groep; in beide jaren kwam ongeveer de helft van de asielzoekers uit Syrië. 

Op peildatum 1 oktober 2015 hadden 19595 vluchtelingen in 2014 een verblijfsvergunning gekregen. Daarvan volgden 5445 vergunninghouders onderwijs. Zo’n 280 vergunninghouders volgden een mbo-opleiding. Het grootste deel daarvan (63 procent) staat op hetzelfde moment ook ingeschreven in het voortgezet onderwijs. Hierbij gaat het om samenwerkingsverbanden tussen scholen in het voortgezet onderwijs en mbo, waarbij nieuwkomers hun traject in een internationale schakelklas. Op hbo-niveau studeerden op 1 oktober 2015 55 studenten en 20 vergunninghouders studeerden op de universiteit.

 

CBS

Volgens de Sociaal Economische Raad is er een aantal factoren dat de instroom van vergunninghouders in het mbo (hogere niveaus) en hoger onderwijs belemmert. Allereerst is dat het lage (voor)opleidingsniveau van vergunninghouders. Vanuit registraties is niet bekend wat het opleidingsniveau is van vergunninghouders die sinds 2014 naar Nederland zijn gekomen.

Zo’n 280 vergunninghouders volgen een mbo-opleiding. Het grootste deel daarvan (63 procent) staat op hetzelfde moment ook ingeschreven in het voortgezet onderwijs. Hierbij gaat het om samenwerkingsverbanden tussen scholen in het voortgezet onderwijs en mbo, waarbij nieuwkomers hun traject in een internationale schakelklas volgen op een mbo in plaats van in het voortgezet onderwijs.

Iraniërs doen het beter

Slechts 1% van de vergunninghouders die onderwijs volgen, gaat naar het hbo of de universiteit. Alleen Iraniërs doen het in dit opzicht beter: 11 procent van de Iraanse leerlingen gaat naar het hbo.

Het CBS heeft wel een aantal verklaringen voor dit lager cijfer. Allereerst komt dat het lage (voor)opleidingsniveau van vergunninghouders. Helaas is vanuit registraties niet bekend wat het opleidingsniveau is van vergunninghouders die sinds 2014 naar Nederland zijn gekomen. Wel kan over het algemeen iets gezegd worden van het opleidingsniveau in de belangrijkste landen van herkomst.

Met uitzondering van Iran ligt het aantal verwachte onderwijsjaren in de belangrijkste herkomstlanden flink lager dan in Nederland. Het is mogelijk dat juist hoger opgeleiden het land van herkomst verlaten en dat daarmee het opleidingsniveau van vergunninghouders in Nederland hoger ligt dan gemiddeld in het land van herkomst.

Ook al hebben vergunninghouders diploma’s, dan hebben ze die niet altijd fysiek bij zich in Nederland, of worden ze op een lager niveau gewaardeerd dan in het land waar zij onderwijs hebben genoten. Daarnaast beheersen veel vergunninghouders het Nederlands onvoldoende om in Nederland een opleiding op middelbaar of hoger niveau te starten.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK