“Wij willen uit die groef stappen”

Nieuws | de redactie
28 juni 2017 | De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen werkt sinds een jaar met een nieuw instellingsplan, opgesteld samen met partners uit de omgeving. Uitgangspunt daarbij is om de de professional meer ruimte te geven, maar de NVAO lijkt daarbij vaak een vervelende spelbreker bij te zijn.

Op de HAN ging men in een rondetafelgesprek de dialoog aan over het instellingsplan waar een jaar eerder stakeholders uit de regio samen met medewerkers van de HAN hun handtekening onder hadden gezet. De vraag die voorlag was: hoe bevalt het nieuwe instellingsplan en wat hebben wij geleerd?

Naast stakeholders uit de regio was ook een ambtenaar van OCW uitgenodigd, zodat die kon meekijken hoe men ook afspraken kan maken met regionale partners zonder dat de Rijksoverheid daarbij betrokken is. Het gesprek werd geleid door de burgemeester van Nijmegen, Hubert Bruls.

Afspraken met de omgeving

De voorzitter van de HAN, Kees Boele introduceerde de discussie. “Ons Instellingsplan dat vorig jaar werd gelanceerd was van een andere snit dan doorgaans gebruikelijk is, meer perspectivisch en minder met getallen en tot stand gekomen met de mensen van de HAN en mensen van buiten.”

Het was niet voor niets dat er voor deze aanpak was gekozen, juist ook met het blik op de nationale discussie over prestatie- en kwaliteitsafspraken, zo vertelde Boele tegen het gezelschap van studenten, docenten en stakeholders uit het werkveld. “De afgelopen tijd is er een discussie geweest of je als instelling met de overheid afspraken moet maken. Zodat wij als instelling sneller resultaat kunnen leveren, zo is de gedachte in Den Haag.”

“De HAN is daar niet zo enthousiast over, wij maken dit soort afspraken liever met mensen uit de directe omgeving. Wij hebben daarom met ons instellingsplan van vorig jaar eigen afspraken gemaakt en laten ondertekenen door mensen rondom de HAN. Op die manier maken wij horizontale afspraken. Nu zetten we stap twee en willen wij met diezelfde mensen verantwoording afleggen en hebben we de ondertekenaars uitgenodigd om te kijken hoe wij er nu voorstaan.”

Robert Berends, HR-manager bij energie-netwerkbedrijf Alliander zag concreet vooruitgang op het gebied van samenwerking. “Wat ik zie is dat het een doelstelling is geworden om met het bedrijfsleven samen te werken. Docenten die van nature niet naar een werkgever zouden gaan kloppen nu wel bij ons aan. Ik zie meer mensen van de HAN bij ons langskomen dan vroeger. Dat zie je heel duidelijk bij de Centres of Expertise. Ik merk dat die doelstelling uit het instellingsplan ook daadwerkelijk verwezenlijkt wordt.”

Doorwerking in de opleiding 

Ook opleiders van de HAN zelf merkten dat na dit instellingsplan er meer ruimte is om met het werkveld samen te werken. Lisa van den Heuvel, onderzoeker Civil Society Lab/docent Pedagogiek lichtte dit toe. “Ik heb zelf ook veel met studenten gesproken over hoe de verbinding is met de praktijk. Wat ik daarin heel erg merkte is dat de scheiding tussen praktijk en de HAN minder is geworden. Voorheen had ik het idee dat de opleiding heel erg los stond van de praktijk, het was niet met elkaar verweven. Maar studenten werken nu echt met bedrijven in de praktijk.  Studenten lopen al in het eerste jaar stage en voorheen was dat pas in het vierde jaar en dan kwam je heel laat in aanraking met de praktijk.”

Tijdens de rondetafel werd er ook veel gezegd over de afvinkcultuur en het systeem waarin docenten en onderzoekers van de HAN zitten. Kees Boele wilde hier wel op reageren want dit vond hij ook een lastig dilemma. “Ik vind dat een van de meest weerbarstige vraagstukken van de HAN. Ook als men kijkt naar wat onze rol daarin moet zijn. Ik begeleid ook een stagiaire hier op de HAN en toen ben ik ontzettend geschrokken van de enorme hoeveelheid aan competentielijsten, handboeken, voorschriften, en resultaten die digitaal en hard copy moeten worden bijgehouden. Ik ben er denk ik een dertig uur mee bezig geweest. Ik heb het eigenlijk ziekelijk gevonden.”

Het andere lid van College van Bestuur, Diana de Jong sloot zich hierbij aan en zette uiteen dat deze systeemdwang de vraag heeft opgeworpen of het wel verstandig is om deel te nemen aan een instellingstoets kwaliteitszorg van de NVAO. “De vraag is of wij al dan niet opgaan voor een instellingstoets kwaliteitszorg (ITK) van de NVAO. Bij die ITK wordt gekeken of het systeem van kwaliteitszorg wel op orde is. Als dat goed is dan is de aanname dat het onderwijs goed is. Daar geloven wij eigenlijk helemaal niet in, omdat het niet past in de filosofie van ons instellingsplan. Wij zijn nu in discussie of wij dat nog wel moeten willen.” 

Demografische uitdagingen

De Nijmeegse burgemeester wierp nog een andere vraag op en vroeg zich af of de HAN wel voldoende voorbereid is op de toekomst, ook met het oog op demografische ontwikkelingen. “Ik weet dat dit een zorgpunt is van het College van Bestuur en ik vind dat ze volkomen gelijk hebben. Wat als er over tien jaar honderduizenden jongeren minder zijn dan nu, en er een groot tekort is op de arbeidsmarkt. We hebben systematisch te weinig mensen met een hbo en wo-opleiding en dat gat wordt groter. We hebben ook te veel mensen met een te lage opleiding en dat gat tussen hoog- en laagopgeleid wordt ook alleen maar groter. Moet dan de oplossing zijn om een aantal opleidingen en hbo-instellingen te sluiten? Dat is wel een scenario dat dreigt wanneer wij niets doen. 

Robert Berends van Alliander zag ook wel voordelen van deze demografische ontwikkelen voor de HAN. “Wij zagen natuurlijk dat tekort al aankomen. De HAN komt nu wel in prettige positie. Je komt als hbo-instelling namelijk in een pull-factor. Heel je omgeving trekt aan je. Bedrijven zien nu meer de toegevoegde waarde. Je hoeft minder met de buitenwereld af te stemmen, ze komen naar je toe. In zo’n situatie kun je ook sneller en beter doen waar je goed in bent.”

Kees Boele richtte zich in zijn slotbetoog toch weer op die systeemdwang die zijn instelling dwars zat om bijvoorbeeld te experimenteren met deeltijdonderwijs. “Wij zijn als HAN met een innovatieprogramma bezig met deeltijd. Dat sluit aan bij een experiment. Op dit punt hebben wij functioneel ruzie met de NVAO. Die gaat op een hele oude en een klassieke manier kijken of die experimenten juist verlopen. Wij zeggen: ‘het is een experiment doen jullie dat nu ook.’ Dus bij onze mensen gaat onwillekeurig meespelen dat ze niet nat willen gaan. Dus die dekken zich in en gaan beschrijven en protocolleren. Wij willen als HAN uit die groef stappen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK